De Adhaan en Iqaamah

Het verhaal van de adhaan

Lang geleden toen de moslims van Mekka naar Medinah emigreerden, waren ze gewend om steeds afspraken te maken over de juiste tijd van de gezamenlijke gebeden. Soms vonden ze het moeilijk om de juiste gebedstijd te onthouden, vooral wanneer ze druk bezig waren met hun werkzaamheden.

Op een dag bespraken de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en de metgezellen hoe de gelovigen op de juiste tijd voor het gebed op te roepen. Sommige gelovigen stelden voor om zoiets als een bel te gebruiken, zoals bij de christenen, sommigen stelden voor om op een hoorn te blazen zoals bij de joden, maar ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) stelde voor om iemand op te laten roepen tot het gebed. Toen stelde Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) Bilaal aan om de moslims op te roepen tot het gebed. Maar uit de hadiethstudie leren we dat deze manier niet naar tevredenheid was. Toen stemde de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) ermee in om een spiraalvormige schelp te gebruiken, die leek op de bel van de christenen. Maar hij (v.z.m.h.) was niet gelukkig hiermee, omdat het hem te veel deed denken aan de christelijke manier.

 

Nadat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) opdracht had gegeven om een bel te maken, die opgehangen zou worden om de moslims ermee op te roepen tot het gebed, zei één van zijn metgezellen, cAbdoellah ibn Zaid ibn cAbd Rabbihi op dezelfde dag:“Ik sliep en zag in mijn droom een man met een spiraalschelp in zijn handen en ik zei: ‘Dienaar van Allah, wil je deze aan mij verkopen?’ Toen hij vroeg wat ik ermee ging doen, zei ik dat we het zouden gebruiken om er de mensen mee op te roepen tot het gebed. Hij zei: ‘Zal ik jou niet naar iets beters leiden? ‘ Ik zei ‘Graag!’ Toen zei hij mij om het volgende te zeggen: ‘Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah, Hayya calas-salaah, hayya calas-salaah, hayya calal-falaah, hayya calal-falaah, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, laa ilaaha illa-Llaah.’

Na de adhaan (deze oproep tot het gebed) was de vreemdeling een tijdje stil en zei: ‘Als de groep klaar staat, zeg je (de iqaamah): “Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, asjhadoe allaa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah. Hayya calas-salaah, Hayya calal-falaah. Qad qaamatis-salaah, qad qaamatis-salaah. Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, laa ilaaha illa-Llaah.”

Toen ik Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) ‘s morgens vertelde wat ik in mijn droom had gezien, zei hij: “Het is een waar visioen, in sjaa' Allah (als Allah het wil). Ga maar met Bilaal zitten en leer het hem gebruiken als oproep tot het gebed; zijn stem is luider dan die van jou.” Dus zat ik met Bilaal en leerde hem de woorden en hij gebruikte ze als oproep tot het gebed. cOemar ibn al-Khathaab was thuis en toen hij dit hoorde kwam hij het huis uit met zijn mantel nog slepend over de grond en zei: “Oh Boodschapper van Allah (v.z.m.h.), bij Hem Die u met de Waarheid heeft gezonden, ik heb eenzelfde soort droom gezien als die is geopenbaard”. Hierop antwoordde Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.): “Alhamdoelillaah! (Alle lof en eer is aan Allah!)”.

 

(Ad-Darimi, Ahmad, Ibn Maadjah, Ibn Khoezaimah, At-Tirmidhi)

 

En vanaf die dag, tot op de dag van vandaag, wordt de adhaan geroepen om de mensen tot het gezamenlijk gebed te verzamelen.

 

 

De moeadhin

Iemand die de mensen oproept tot het gezamenlijke gebed heet een ‘moe-adhin’. Voordat hij de adhaan roept, hoort hij met zijn gezicht richting de Kacbah te gaan staan, richting Mekka (voor Nederland: richting zuidoost) Hij doet zijn armen omhoog en stopt de top van de middelvingers in zijn oren en roept dan met een luide stem. Wanneer hij ‘Hayya calas-salaah’ zegt, draait hij zijn gezicht naar rechts, wanneer hij ‘Hayya calal-falaah’ zegt, draait hij zijn gezicht naar links.

 

 

De tekst van de adzaan

 

Allaahoe Akbar (4maal) (Allah is de Grootste)

Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah (2 maal) (Ik getuig dat er geen God is dan Allah)

Asjhadoe anna Moehammadar-Rasoellaah (2 maal) (Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is)

Hayya calas-salaah (2 maal) (Haast je naar het gebed)

Hayya calal-falaah (2 maal) (Haast je naar de voorspoed)

Allaahoe Akbar (2 maal) (Allah is de Grootste)

Laa ilaaha illa-Llaah (Er is geen God dan Allah)

 

 

De adzaan voor het Fadjr-gebed

In de adhaan voor het Fadjr-gebed is er na de tweede ‘Hayya calal-falaah’ een extra zin tweemaal toegevoegd:

As-salaatoe khairoem-minannawm (2 maal) (Het gebed is beter dan de slaap)

 

 

Als je de adhaan hoort

 

1. Als een moslim de adhaan hoort, moet hij er in stilte naar luisteren en elke zin ervan zachtjes herhalen meteen nadat de moe-adhin de zin gezegd heeft.

 

2. Wanneer de moe-adhin zegt ‘Hayya calas-salaah’ en ‘Hayya calal-falaah’, dan zegt de toehoorder steeds ‘laa hawla wa laa qoewwata-illaa bi-Llaah’ (Er is geen macht en geen kracht dan die van Allah).

 

3. Als de adhaan helemaal gezegd is, zeggen de toehoorders en de moe-adhin de ‘salawaat’ voor de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en daarna een doeca (smeekbede).

 

 

De salawaat (vraag om zegeningen) na de adhaan

‘Allaahoemma sallie calaa Moehammadin wa calaa aahlie Moehammadin, kamaa salaita calaa Ibraahiem wa calaa aahlie Ibraahiem, innaka hamiedoem-madjied. Allaahoemma baarik calaa Moehammadin wa calaa aahlie Moehammadin, kamaa baarakta calaa Ibraahiem wa calaa aahlie Ibraahiem, innaka hamiedoem-madjied.’

 

‘Oh Allah, schenk Uw vrede aan Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U Uw vrede hebt geschonken aan Ibraahiem en de familie van Ibraahiem. U bent waarlijk de Lofwaardige, De Glorievolle. Oh Allah, schenk Uw zegeningen aan Mohammed en aan de familie van Mohammed, zoals U Uw zegeningen hebt geschonken aan Ibraahiem en de familie van Ibraahiem. U bent waarlijk de Lofwaardige, de Glorievolle.

 

De doe’a (smeekbede) na de adzaan

Djaabir (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei:

“Als iemand van jullie de adhaan hoort en zegt:

 

‘Allaahoemma Rabba haadhihid dacwatit-taammah was-salaatil-qaa'imah, aatie Moehammadanil-wasielata wal-fadhielata wabcath-hoe maqaaman mahmoedan-illadhie wacadtahoe.’

 

‘Oh Allah, Heer van deze perfecte oproep en de gebeden die voor altijd verricht worden, schenk Mohammed (v.z.m.h.) zijn eeuwige rechten van voorspraak, aanzien en de hoogste plaats (in het paradijs) en breng hem op het eerbiedwaardige niveau dat U hem beloofd hebt’,

 

dan is hij verzekerd van mijn voorspraak (op de Dag van het Oordeel).

(Boekharie)

 

 

De iqaamah

De iqaamah is de tweede oproep tot het gebed en wordt even voordat het verplichte gezamenlijke gebed begint gezegd. Na de adhaan gaan de moslims zich voorbereiden om te bidden: ze gaan naar de moskee, als ze er nog niet waren en ze nemen woedhoe. Dan wordt de iqaamah gezegd en iedereen hoort meteen klaar te gaan staan, want het gebed gaat nu meteen beginnen.

 

De tekst van de iqaamah

 

Allaahoe Akbar (2 maal) (Allah is de Grootste)

Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah (Ik getuig dat er geen God is dan Allah)

Asjhadoe anna Moehammadar-Rasoellaah (Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is)

Hayya calas-salaah (Haast je naar het gebed)

Hayya calal-falaah (Haast je naar de voorspoed)

Qad qaamatis-salaah (2 maal) (Het gebed staat op het punt te beginnen)

Allaahoe Akbar (2 maal) (Allah is de Grootste)

Laa ilaaha illa-Llaah (Er is geen God dan Allah)

 

Deze tekst van de iqaamah is net zoals in de hadieth van cAbdoellah ibn Zaid ibn cAbd Rabbihie (Moge Allah tevreden met hem zijn), de eerste metgezel die een visioen over de adhaan kreeg.