Bijzondere gebeden

Het witr-gebed

Het witr-gebed is soennah moe’akkadah . De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft het sterk aangeraden. Hij sloeg dit gebed nooit over, zelfs niet op reis of rijdend op een kameel.

Er ligt zoveel nadruk op het verrichten van het witr-gebed, dat sommige moslimgeleerden daaruit opmaken dat het 'waadjib' (verplicht) is. Echter, na nauwkeurige hadith-studie wordt duidelijk, dat het niet waadjib is, maar sterk aangeraden.

Vaak denken moslims dat het witr-gebed onderdeel is van het 'Isjaa'- gebed. Dit is niet zo. Het witr-gebed is een op zichzelf staand gebed en kan gebeden worden vanaf na het 'Isjaa'-gebed helemaal tot het aanbreken van de tijd voor het Fadjr-gebed. Voor het gemak van de moslims heeft de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) toegestaan dat het witr-gebed direkt na het 'Isjaa'-gebed gebeden kan worden. 'Witr' betekent in het Arabisch 'oneven'.

 

In een hadith zei de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn):

"Allah is Oneven en Hij houdt van het aantal oneven."

(Moeslim)

 

Allah houdt ook van oneven nummers, als ze door twee gedeeld worden, blijft er altijd één over. Daarom gaf de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) de voorkeur aan oneven getallen. Hij hield ervan om in zijn dagelijks leven dingen in oneven aantallen te doen, zoals: het verrichten van gebeden, het zeggen van doe’a's, het eten van dadels etc. Daarom vroeg de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) aan zijn metgezellen om witr te bidden aan het eind van het nachtgebed, zodat het aantal raka’aat van het nachtgebed oneven wordt.

 

‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

"Het nachtgebed bid je in groepjes van twee raka’aat. Als iemand van jullie voelt dat de dageraad nabij is, bidt hij nog één raka’ah om heel het nachtgebed oneven maken."

(Boekharie, Moeslim)

Het aantal raka’aat van het witr-gebed

‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

"Het witr-gebed is één raka’ah aan het einde van het nafl-gebed van de nacht."

(Moeslim)

 

Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

"Elke moslim hoort het witr-gebed te bidden. Wie vijf raka’aat witr wil bidden, laat hij het doen, wie drie raka’aat witr wil bidden, laat hij het doen en wie één raka’ah witr wil bidden, laat hij het doen."

(Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Maadjah)

 

Uit de bovengenoemde ahadiets begrijpen we dat het witr-gebed eigenlijk uit één raka’ah bestaat en dat iemand ook 1,3,5,7 of 9 raka’ah witr kan bidden. Al deze aantallen zijn goedgekeurd door de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in de authentieke ahadith.

 

De tijd voor het witr-gebed

Het witr-gebed kan gebeden worden direkt na het 'Isjaa'-gebed tot net voor de Fadjr (dageraad).

 

‘Aaisjah (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde:

"Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) bad witr op alle tijden van de nacht. Soms bad hij witr in het eerste deel van de nacht, soms in het middelste deel van de nacht en soms in het laatste deel van de nacht; maar hij maakte zijn nachtgebed altijd af voordat de dageraad kwam."

(Boekharie, Moeslim)

 

Dus iemand die denkt dat hij niet op kan staan om aan het eind van de nacht witr te bidden, kan het meteen na het 'Isjaa'-gebed bidden of voordat hij gaat slapen. Maar iemand die denkt dat hij 's nachts kan opstaan om nafl-gebeden (vrijwillige) te verrichten, hoort witr aan het einde van zijn nachtgebed te bidden.

 

Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iedereen die niet aan het eind van de nacht kan opstaan, moet witr bidden in het eerste deel van de nacht. En iedereen die denkt dat hij aan het eind van de nacht kan opstaan, moet het witr-gebed dan bidden, omdat de engelen klaar staan om te getuigen van de gebeden, die aan het einde van de nacht verricht worden."

(Moeslim, Ahmad, At-Tirmidzi, Ibn Maadjah)

 

Hoe bid je witr-gebed?

Als je één raka’ah witr bidt, dan verricht je het net zoals het gewone gebed. Als je 3,5,7, of 9 raka’aat bidt, dan zijn er meerdere manieren waarop je deze verrichten kan. Bijvoorbeeld:

 

a) Iemand die drie raka’aat witr bidt, kan eerst twee raka’aat op de gewone wijze bidden. Na de tasliem, 'as-salaamoe ‘alaikoem wa Rahmatoe-Llaah' eerst naar rechts dan naar links, staat hij meteen op om de derde raka’ah te bidden. Deze manier van witr bidden wordt 'witr bil-fashl' genoemd.

 

b) Iemand die drie of vijf raka’aat witr bidt, hoeft niet te gaan zitten voor tasjahhoed tussen de raka’aat. Alleen in de laatste raka’ah zit hij en zegt hij tasjahhoed.

 

c) Iemand die drie, vijf of zeven raka’aat witr bidt, zit alleen voor de tasjahhoed in de één-na-laatste raka’ah, namelijk in de tweede raka’ah als hij drie raka’at witr bidt, in de vierde raka’ah als hij vijf raka’at witr bidt en in de zesde raka’ah als hij zeven raka’at witr bidt etc. Hij hoort dan tasjahhoed te zeggen en op te staan voor de laatste raka’ah en het gebed af te maken.

 

Alle drie de manieren zijn naar het voorbeeld van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en worden gepraktiseerd door de grote geleerden. Moslims kunnen dus één van deze drie methoden kiezen voor het witr-gebed. Als je drie raka’aat witr bidt, dan is het beter om methode a) of b) te kiezen;

 

Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

"Maak je witr-gebed niet gelijk aan je Maghrib-gebed."

 

De doe’a qoenoet in het witr-gebed

Het is soennah om de doe’a qoenoet in de laatste raka’ah van het witr-gebed te zeggen. Je zegt het dan ofwel voor de roekoe’ ofwel na de roekoe’.

 

Hoemaid (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) over de doe’a qoenoet vroeg, namelijk of deze voor of na de roekoe’ gebeden hoort te worden. Anas (moge Allah tevreden emt hem zijn) antwoordde: "We waren gewend om hem voor en na de roekoe’ te zeggen." (Ibn Maadjah, Qijaamoel-lail of Mohammed ibn Nasaar al Marwaazie, Fathoel Baari)

Alhoewel de doe’a qoenoet voor de roekoe’ gezegd kan worden, is het meer volgens het voorbeeld van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en beter om hem na de roekoe’ te zeggen.

a) Iemand die de doe’a qoenoet wil zeggen voor de roekoe’, kan hem beter zeggen nadat hij klaar is met het reciteren van Soeratoel-Faatihah en een hoofdstuk uit de Qoer-aan. Als je doe’a qoenoet opleest, mag je dat met opgeheven handen doen of je kunt ze gevouwen op je borst houden.

Enkele wetgeleerden staan erop dat het verplicht is om de doe’a qoenoet in de laatste raka’ah van het Fadjr-gebed te doen, maar als je de hadith-studie bestudeert, dan vind je dat het noch in het witr-gebed noch in het Fadjr-gebed verplicht is. Dus als je in het witr geen doe’a qoenoet bidt, is je gebed wel gewoon volledig. En als je deze doe’a niet kent, hoef je ervoor in de plaats geen Qoer-aan of enige andere woorden te zeggen.

b) Iemand die de qoenoet na de roekoe’ wil zeggen, mag het met opgeheven handen doen voor zich of hij kan zijn handen langs zijn zij laten hangen.

Het is aangeraden en soennah om de doe’a qoenoet na de roekoe’ te zeggen en om je handen opgeheven te houden.

De doe’a qoenoet kan in elk gebed gezegd worden; het wordt ook soennah in het Fadjr-gebed gezegd. Qoenoet betekent dat men zich in overgave aan Allah stelt; er zijn verschillende soor­ten doe’a qoenoet. Hier volgt de tekst van de bekende doe’a die je in de dagelijkse gebeden leest.

 

De tekst van de doe’a qoenoet

Hasan ibn ‘Ali (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde: /

"De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) onderwees mij de woorden die ik in de doe’a van het witr-gebed moet zeggen en ze luiden zo:

 

'Allaahoemma-dinie fieman hadait, wa ‘aafinie fieman ‘aafait, wa tawallanie fieman tawallait, wa baarik lie fiemaa a’thait, wa qinie sjarra maa qadhait, fa innaka taqdhie wa laa joeqdhaa ‘alaik, Innahoe laa jadzilloe man-waalait, wa laa ja’izzoe man ‘aadait, tabaarakta rabbanaa wa ta’aalait, nastaghfiroeka wa natoeboe ilaik, wa shal-Lallaahoe ‘alan nabijj.

Oh Allah, laat mij behoren tot degenen die U hebt geleid, En laat mij behoren tot degenen die U hebt gered, En laat mij behoren tot degenen die U hebt uitgekozen, En zegen alles wat U mij hebt gegeven, En bescherm mij tegen het kwaad dat U hebt geschapen, waarlijk U besluit alles en niemand kan tegen U een ander besluit nemen, waarlijk degene die U liefheeft kan niet onteerd worden en degene die U vernedert kan niet geëerd worden, U bent gezegend, oh Heer en hoog verheven, onze Heer, wij vragen U om Uw vergeving en keren ons tot U (in berouw) en moge Allah zegeningen en genade geven aan de Profeet. (Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Maadjah, At-Tirmidzi)

 

Nu volgt een andere doe’a die door sommige geleerden aanbevolen is voor het witr-gebed:

 

'Allaahoemma innaa nasta’ienoeka wa nastaghfiroeka wa noe'minoe bika wa natawakkaloe ‘alaika wa noetsnie ‘alaikal-khaira wa nasjkoeroeka wa laa nakfoeroeka wa nakhla’oe wa natroekoe mai-jafdjoeroeka. Allaahoemma ijjaaka na’boedoe wa ilaika noeshallie wa nasdjoedoe wa ilaika nas’aa wa nahfidoe wa nardjoe rahmataka wa nakhsjaa ‘adzaabaka inna ‘adzaabaka bil-koeffaari moelhiq.

Oh Allah, wij vragen U om hulp en om Uw vergeving en wij geloven in U en stellen ons vertrouwen op U en wij loven U op de beste manier en danken U en wij zijn U niet ondankbaar en wij verlaten en nemen afstand van hem die U niet gehoorzaamt.

Oh Allah, wij aanbidden U alleen en bidden tot U en buigen helemaal tot op de grond voor U en wij snellen naar U en dienen U en wij hopen op Uw genade en wij vrezen Uw straf. Waarlijk de ongelovigen zullen Uw straf krijgen.'

Deze doe’a' kan gelezen worden, want het is een mooie doe’a', maar hij behoort niet tot de doe’a'-s die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in zijn qoenoet zei.

 

Er zijn enkele andere doe’a's die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewoonlijk zei in zijn qoenoet in het witr-gebed of in andere gebeden. Je kunt al deze doe’a'-s samen lezen of één van hen of één van deze doe’a'-s met anderen combineren.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------

 

Het vrijdaggebed ,belang van het bijwonen van het vrijdaggebed

 

"O, jullie die geloven! Wanneer de oproep voor het gebed op de vrijdag wordt gedaan, kom dan voor de overdenking van Allah en laat je zaken, dat is beter voor jullie als jullie het maar weten!”

(Qoer-aan Al-Djoemoe’ah: 9)

Het vrijdaggebed (djoemoe’ah-gebed) heeft een uiterst hoge waarde in de islam. Het heeft z’n eigen moreel, sociaal en politiek belang. Het is voor alle moslimmannen verplicht. Voor vrouwen en ernstig zieken, reizigers en slaven is het niet verplicht. Zij kunnen de djoemoe’ah bidden maar zijn er niet toe verplicht. De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft felle waarschuwingen gegeven aan degenen die zonder goede reden het djoemoe’ah-gebed overslaan.

 

In een hadith van ‘Abdoellah ibn Mas’oed (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde hij wat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) eens had gezegd over de mensen die zonder geldige reden niet naar het djoemoe’ah-gebed komen. "Ik wou dat ik iemand kon aanstellen om het gebed te leiden, dan zou ik zelf naar de huizen gaan van degenen die het djoemoe’ahgebed zomaar overslaan en ik zou ze in brand steken met de bewoners erin." (Moeslim, Ahmad)

 

Een andere hadith vertelt:

"Iemand die drie opeenvolgende vrijdaggebeden overslaat, (bij hem) plaatst Allah een zegel op zijn hart (sluit Hij zijn hart af voor het geloof).

(Ahmad, At-Tirmidzi, Aboe Dawoed)

 

Het belang van het reinigen voor het vrijdaggebed

Omdat bij het vrijdaggebed een tamelijk grote groep moslims samenkomt in een grote ruimte, hoort men zorg te dragen voor zijn lichamelijke reinheid. De islam legt nadruk op reinheid.

 

De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

"Iemand die een bad neemt op vrijdag, zichzelf goed wast, olie en parfum gebruikt; en dan vroeg in de middag naar de moskee gaat en rustig en zonder te duwen of de mensen te storen plaats neemt, dan vrijwillige gebeden bidt zoveel als hij kan; dan stil luistert naar de Khoetbah (les, preek door de imaam); al zijn zonden tussen deze en de komende vrijdag zullen vergeven worden!"

(Boekharie)

 

Het is beter om vroeg naar het djoemoe’ah-gebed te gaan

Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

"Op vrijdag staan de engelen bij de deur van de moskee en schrijven de namen op van de mensen, die binnenkomen voor het djoemoe’ah-gebed, in volgorde van binnenkomst.

De eerste groep mensen die de moskee binnenkomt, krijgt een even grote beloning als voor het offeren van een kameel. De mensen die na hen binnenkomen, krijgen een beloning zoals voor het offeren van een koe. De mensen die na hen binnenkomen, krijgen een even grote beloning zoals voor het offeren van een schaap en de mensen die daarna binnenkomen, krijgen de even grote beloning zoals voor het offeren van een kip, een ei enz.

Er zijn verschillende beloningen voor mensen, wanneer zij binnenkomen. De engelen gaan door met het opschrijven van de namen van degenen die de moskee binnenkomen, tot de imaam gaat zitten om de Khoethbah te geven. Dan sluiten de engelen hun lijsten en gaan zitten om naar de Khoethbah te luisteren.

(Boekharie, Moeslim)

Het gebed voor het vrijdaggebed

Als je in de moskee zit te wachten op het djoemoe’ah-gebed, kun je voordat de adzaan is gezegd zoveel nafl-gebeden verrichten als je wilt. Dit zijn twee raka’aat die je altijd hoort te bidden als je een moskee binnenkomt; het is een 'begroeting voor de moskee'.

Terwijl het gewoonlijk afgeraden is om net voor het Zdoehr-gebed te bidden, is het djoemoe’ah-gebed een uitzondering, omdat je voor de adzaan wel mag bidden. Deze regel is er, omdat de khoethbah meestal direkt na de adzaan begint en er dan dus geen gelegenheid meer is om extra te bidden vóór de khoethbah en het djoemoe’ah-ge­bed. Overigens verschillen de meningen over deze zaak per wetschool. In ieder geval hoor je de 'tahijjaa-toel-masdjied' (begroeting van de moskee) te bidden.

 

Het luisteren naar de goetbah (les, preek)

Zodra de goetba begonnen is, zitten alle aanwezigen in volkomen stilte te luisteren, zonder ook maar door één woord hun beloning voor het luisteren te verliezen. Als iemand binnenkomt wanneer de khutba al begonnen is, bidt hij eerst twee raka’aat voordat hij gaat zitten luisteren.

Djaabir (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei, terwijl hij een goetba aan het geven was: "Als iemand van jullie naar het vrijdaggebed komt terwijl de imaam met de Khoethbah bezig is, hoort hij twee raka’aat te bidden en ze niet te lang te maken." (Moeslim)

Er is een andere hadiets. Djaabir (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde dat er een keer een man naar het vrijdaggebed kwam toen de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) een Khoethbah aan het geven was. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei hem: "Heb jij gebeden?" "Nee", antwoordde de man. Toen zei de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) "Sta op en bid!" (Boekharie, Moeslim, Aboe Dawoed, At-Tirmidzi)

 

Als de imam met zijn khutba klaar is, geeft hij de laatkomers de gelegenheid om 2 of 4 raka’at soennah te bidden, daarna geeft de imam nog een korte toespraak in het Arabisch waarna hij het djoemoe’ah-gebed leidt.

Sommige mensen vinden het ongepast als ze zien dat de laatkomers de soennah bidden terwijl de imam spreekt. Ze vinden dat de imam dan niet gerespecteerd wordt. Dit is onjuist en wordt niet door de gebruiken van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) ondersteund. Het is ook tegenstrijdig aan de ahadiets die hierboven genoemd zijn en de volgende ahadith

 

Aboe Qataadah (moge Allah tevrden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:

 

 

"Wanneer iemand van jullie de moskee binnenkomt, hoort hij niet te gaan zitten zonder twee raka’aat begroeting van de moskee te bidden."

(Boekharie, Moeslim)

 

Deze ahadith verklaren de punten van de foute praktijk die hierboven is genoemd. De imams en ‘oelaamaa die maar de minste vrees voor Allah hebben en respect voor de ahadiets en soennah van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) moeten dit gebruik niet tegenhouden en niet boos worden als een ander 2 raka’at bidt.

 

Hoe verrichten we het vrijdaggebed?

Het djoemoe’ah-gebed bestaat uit slechts twee raka’aat. Dit geldt voor het gebed dat verplicht is voor de mannen om gezamenlijk op vrijdagmiddag (Zdoehr-tijd) in de moskee te bidden.

 

Vrouwen of zieken die thuis bidden, verrichten de volle vier raka’aat van het fard Dhohr-gebed.

 

Als iemand laat in de moskee komt en nog maar één raka’ah met de djamaa’ah (groep) mee kan bidden, moet hij doorgaan met bidden wanneer de anderen de tasliem zeggen. Hij bidt dan nog een raka’ah en sluit dan het gebed af met de tasliem.

 

Als iemand helemaal te laat komt voor het gebed, verricht hij vier raka’aat Dhohr-gebed. In het djoemoe’ah-gebed leest de imaam wel hardop de Qoer-aanverzen.

Het gebed na het vrijdaggebed

Het is soennah om na het djoemoe’ah-gebed twee raka’aat te bidden; sommige metgezellen van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) waren gewend om dan vier of zes raka’aat te bidden.

 

Ibn ‘Oemar (moge Allah tevrden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) niet bad na sallaah-toel-djoemoe’ah. Pas als hij naar huis ging, bad hij twee raka’aat thuis. (Boekharie, Moeslim)

 

Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iedereen die na het vrijdaggebed gaat bidden, hoort vier raka’aat te bidden." (Moeslim)

 

Athaa zei: Telkens wanneer ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) het djoemoe’ah-gebed in Mekka bad, stapte hij na het djoemoe’ah-gebed een beetje naar voren en bad twee raka’aat, daarna bewoog hij weer wat naar voor en bad vier raka’aat. En wanneer hij in Medinah was, bad hij na het djoemoe’ah-gebed niet in de moskee; hij bad pas twee raka’aat als hij thuis kwam. Toen hem werd gevraagd waarom hij niet in de moskee bad na het djoemoe’ah-gebed, zei hij: "Dit was het gebruik van Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)."

Vrouwen en het djoemoe’ah-gebed

Het is toegestaan dat vrouwen het djoemoe’ah-gebed bijwonen. Meestal is er een aparte ruimte en ingang in de moskee voor de vrouwen. De vrouwen zitten daar, luisteren naar de khutba en bidden mee. Ze horen de imaam meestal via een microfoon. In het algemeen, wanneer vrouwen in een onafgescheiden ruimte met mannen samen bidden, horen ze zover mogelijk naar achter te gaan staan, de achterste rijen zijn voor hen dan het beste.

 -----------------------------------------------------------------------------

Het Eid-gebed - Eid al-Adha en Eid ul-Fitr (feestgebed)

Er zijn elk islamitisch jaar twee feesten met elk een feestgebed: het Eid al-Adha (Ied oel-Adha) en het Eid ul-Fitr (Ied oel-Fitr). Het Eid ul-Adha is het offerfeest aan het einde van de Hadj (pelgrimstocht) en het Iedoel-Fithr is het feest van het verbreken van het vasten aan het einde van de vastenmaand Ramadhaan. Het Ied-ge­bed is een soennah moe'akkadah-gebed. Het is soenna dat zoveel moge­lijk moslims, mannen en vrouwen, oud en jong het 'Ied-gebed verrichten. Hoe groter de groep, des te beter. Het is gebruikelijk dat meerdere moskeeën samen het Ied-gebed organiseren. Vrouwen die menstrueren kunnen het gebed bijwonen door aan de kant te gaan zitten. Op deze manier kunnen ze de sfeer van het gebed meemaken en de khutbah horen.

 

 

De plaats voor het Eid-gebed

Het is soennah om het Ied-gebed in de open lucht te verrichten: een park, veld, woestijn etc. Als het regent of als er geen geschikte plaats gevonden kan worden, dan kan het gebed in de moskee (Als de moskee groot genoeg is om iedereen te omvatten, dan is het gebed in de moskee beter. Want de zegeningen in de moskee zijn groter) of in een grote hal gebeden worden.

 

Het aantal raka’aat van het Ied-gebed

Het Ied-gebed bestaat uit twee raka’aat. Voor of na het Ied-gebed is er geen nafl-gebed. Ook is er geen adzaan of iqaamah voor het Ied-gebed.

 

Ibn ‘Abbaas t vertelde: "Het is zeker dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)  gewend was om alleen maar twee raka’aat als Ied-gebed te bidden. Hij bad niets ervoor of erna." (Boekharie, Moeslim)/

 

Hoe wordt het Ied-gebed gebeden?

De twee raka’aat van het Ied-gebed worden gedaan zoals twee raka’aat van het gewone gebed, met één uitzondering. Er zijn zeven takbiers in de eerste raka’ah en vijf takbiers in de tweede raka’ah. Na de takbieratoel ihraam van de eerste raka’ah worden nog zes takbiers gedaan: je heft nog zes maal de handen tot schouderhoogte op en zegt daarbij telkens hardop 'Allaahoe Akbar'.

 

Telkens gaan je handen terug naar op of onder je borst. De hele groep moslims zegt de imaam na, hardop, 'Allaahoe Akbar'. In de tweede raka’ah gebeurt dit dus vijf maal achter elkaar. De takbiers worden voor het lezen van soeratoel-Faatihah verricht.

De Koran recitatie wordt door de imaam hardop gedaan.

Katsier ibn ‘Abdoellah vertelde van zijn vader en zijn vader van zijn grootvader, dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zeven takbiers in de eerste raka’ah zei en vijf takbiers in de tweede raka’ah van het Ied-gebed, voordat hij de recitatie begon. (At-Tirmidzi, Ibn Maadjah, Ad-Darimi)

Het Ied-gebed wordt verricht voor de Ied-Khoetbah (les, preek)

Dja’faar ibn Mohammed (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde: "Er is geen twijfel over, Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn), Aboe Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) en ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) zeiden zeven takbiers in de eerste raka’ah van het Ied-gebed en het regengebed en vijf takbiers in de tweede raka’ah van het Ied-gebed en het regengebed. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) verrichte het gebed vóór de Khoethbah en hij reciteerde Qoer-aan in het gebed hardop." (Asj-Sjaafi’ie)

 

 --------------------------------------------------------------------------------

Het regengebed

Het regengebed is een speciaal gebed dat tijdens een droogteperiode wordt gebeden. De moslims wordt gevraagd om samen te komen voor een twee raka’aat tellend gebed in de buitenlucht. Na het gebed worden speciale smeekbedes voor regen gemaakt.

 -----------------------------------------------------------------------------

Het djanaazah-gebed (begrafenisgebed)

Een moslim heeft het recht, dat andere moslims na zijn of haar dood een djanaazah-gebed voor hem of haar verrichten. Het is een 'fardh kifaajah' -gebed: als een groep moslims het djanaazah-gebed verricht, vervullen ze daarmee de plicht van alle moslims om voor de overledene te bidden. Moslims die niet aanwezig konden zijn, hebben door deze regel hun plicht toch niet verzaakt. Als van heel de moslimgemeenschap niemand het djanaazah-gebed zou bidden, dan zou heel de gemeenschap schuldig zijn aan nalatigheid van de plichten. Door het djanaazah-gebed te verrichten, behoeden we ons voor de ontevredenheid van Allah, de Heilige en Allerhoogste. De beloning voor het gebed echter, komt alleen voor hen die het bidden. Uit de hadiets blijkt dat Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) sterk de nadruk heeft gelegd op de verrichting van het djanaazah-gebed en dat hij zijn metgezellen aanspoorde om begrafenisceremonies bij te wonen. Elke moslimman hoort zijn best te doen om zijn plicht jegens de overledenen te vervullen.

Vrouwen mogen een djanaazah-gebed meebidden, op voorwaarde dat zij uit het zicht van mannen kunnen staan (bijvoorbeeld in de vrouwenruimte van de moskee). Ze gaan echter niet mee naar de begrafenis zelf.

Het djanaazah-gebed is een gezamenlijk gebed

Opdat er meer beloning uit voortkomt. Het kan in meerdere groepen gebeden worden, maar dan door verschillende mensen.

 

Voorbereidingen voor het gebed

In het geval dat de overledene een man is, hoort de imaam ter hoogte van het hoofd en de schouders van de overledene te gaan staan; in het geval de overledene een vrouw is, gaat hij ter hoogte van het middel van haar lichaam staan.

 

Het verschil tussen het djanaazah-gebed en de gewone gebeden

Er is een duidelijk verschil met het gewone gebed, namelijk dat er geen roekoe’, geen sadjdah en geen tasjahhoed is in het djanaazah-gebed. Ook is er geen vastgestelde tijd voor dit gebed. Het wordt alleen maar in de staande positie gebeden. Aan de andere voorwaarden zoals het richten naar de qiblah, soetrah, kleding enz. hoort voldaan te worden zoals in de gewone gebeden.

 

Hoe verricht je het djanaazah-gebed?

1.       Je gaat gericht naar de qiblah staan. De imaam vraagt de moslims om de rijen recht te maken. Er moeten zoveel mogelijk rijen gevormd worden, dat geeft meer beloning.

2.       Je hoort de intentie te hebben om het djanaazah-gebed te verrichten. Dit doe je in je hart, zonder woorden, want dit was de gewoonte van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) of zijn metgezellen.

3.       De eerste takbier van de takbieratoel ihraam.

Het djanaazah-gebed bestaat uit vier takbiers. De eerste takbier is de takbieratoel ihraam. De imaam zegt 'Allaahoe Akbar' en zet zijn handen aan zijn oren, zoals in hoofdstuk vier beschreven. De moslims doen hem na en leggen allen hun handen op hun borst.

 

Het opzeggen van al-Faatihah:

 

A’oedzoe bi-Llaahi minasj-sjaithaanir-radjiem.

 en dan reciteer je hoofdstuk Al-Faatihah.

Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem Al-hamdoe li-Llaahi Rabbil-‘aalamien. Ar-Rahmaanir-Rahiem. Maaliki jawmid-dien. Ijjaaka na’boedoe wa ijjaaka nasta’ien. Ihdinash-shiraathal-moestaqiem. Shiraathal-ladziena an’amta ‘alaihim. Ghairil-maghdhoebi ‘alaihim wa ladh-dhaallien. Aamien

Sommige mensen zeggen geen Soeratoel-Faatihah in het djanaazah-gebed, maar het is noodzakelijk om het te lezen in elk soort gebed. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft gezegd dat een gebed zonder Faatiha geen waarde heeft.

Talhah ibn ‘Abdoellah ibn ‘Awf (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij het djanaazah-gebed achter ‘Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) bad en Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) las Soeratoel-Faatihah hardop. Daarna zei hij: "Ik heb het hardop gebeden zodat jullie zullen weten dat het de soennah van Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) is.” (Al-Boekharie)

Deze hadith is een bewijs dat het reciteren van Soeratoel-Faatihah ook in het djanaazah-gebed noodzakelijk is.

 

De tweede takbier

Dan hoort de imam de tweede takbier te zeggen en de djamaa’ah (groep) zegt hem na. Het is niet noodzakelijk om de handen op te heffen maar als iemand het wel doet, is het ook goed. Beide manieren zijn aan de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) overgeleverd.

 

Na de tweede takbier

Na de tweede takbier hoor je zegeningen voor de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) te vragen, in stilte. Bij voorkeur zeg je de shalaawah, de woorden die je zegt na de tasjahhoed van het gewone gebed.

 

De derde takbier

Dan zegt de imaam de derde takbier en de djamaa’ah volgt hem. Nu bidt iedereen een persoonlijk gebed voor de overledene. Er kunnen verschillende doe’a's voor de zielerust van de overledene worden gezegd. Sommigen daarvan zijn hieronder genoemd.

 

De doe’a voor de overledene

1.       Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het djanaazah-gebed van een moslim bad en hij zei in zijn doe’a (de volgende woorden):

Allaahoemmaghfir lihajjinaa wa majjitinaa, wa sjaahidinaa wa ghaa'ibinaa, wa shaghierinaa wa kabierinaa, wa dzakarinaa wa oentsaanaa, Allaahoemma man ahjaitahoe minnaa, Fa-ahjihi ‘alal-islaami, wa man tawaffaitahoe minnaa, Fa-tawaffahoe ‘alal-iemaani, Allaahoemma laa tahrimnaa adjrahoe wa laa taftinnaa ba’dahoe

Oh Allah, vergeef onze mensen die nog leven en zij die gestorven zijn, vergeef degenen die aanwezig zijn en degenen die afwezig zijn, vergeef onze jongeren en onze ouderen, vergeef onze mannen en onze vrouwen.

Oh Allah, degenen van ons die U in leven wenst te houden, laat hem leven volgens de islam en wie U van ons wenst te laten sterven, laat hem sterven met een sterk geloof.

Oh Allah, ontneem ons niet zijn beloning en breng ons na zijn dood niet in beproeving

(Ahmad, Aboe Dawoed, At-Tirmidzi, Ibn Maadjah)

2.       ‘Awf ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het djanaazah-gebed bad en ik hoorde hem de volgende doe’a zeggen en ik leerde het van buiten;

Allaahoemmaghfir lahoe warhamhoe wa‘foe ‘anhoe wa ‘aafihie wa akrim noezoelahoe wa wassi’ moedkhalahoe waghsilhoe bil-maa' i wats-tsaldji wal-baradi wa naqqihie minal-khathaajaa kamaa joenaqqats-tsawboel-abjadhoe minad-danasi wa abdilhoe daaran khairam-min daarihie wa ahlan khairam-min ahlihie wa zawdjan khairam-min zawdjihie wa adkhilhoel-djannata wa qihie fitnatal-qabri wa ‘adzaaban-naar.

'Oh Allah, vergeef hem, heb genade met hem, scheld hem kwijt en geef hem succes, geef hem een eerbare neerlating en een ruime verblijfplaats. Was (zijn zonden) van hem af met water, sneeuw en hagel, reinig hem van zijn zonden, zoals een wit kledingstuk gereinigd wordt van vuil.

Vervang zijn huidige verblijfplaats door een betere, vervang zijn huidige familie door een betere, vervang zijn huidige vrouw door een betere.

Laat hem het paradijs binnengaan en red hem van de martelingen van het graf en de straffen van de hel.

(Moeslim)

3.       Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) bad en zei:

Allaahoemma Anta Rabboehaa, wa Anta khalaqtahaa, wa Anta razaqtahaa wa Anta hadaitahaa lil-islaam, wa Anta qabadhta roehahaa, wa Anta ‘alamoe bi-sirrihaa wa ‘alaanijjatihaa, dji'naa sjoefa’aa'a faghfir lahoe dzanbahoe.

'Oh Allah, U bent zijn Heer, U hebt het geschapen, U hebt hem voorziening gegeven en U hebt hem naar de islam geleid en U hebt er zijn ziel uit genomen en U kent het beste zijn geheimen en zijn openlijke daden. Wij zijn gekomen om voorspraak te doen, daarom, vergeef hem.' (Aboe Dawoed, Ahmad)

Eén ding is duidelijk te zien aan deze drie ahadiets, namelijk, dat elke metgezel die een djanaazah-doe’a overleverde, zei dat hij de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) de woorden van de doe’a in het djanaazah-gebed had horen zeggen. Dit is een bewijs dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewend was om het djanaazah-gebed, of op z'n minst de doe’a in het djanaazah-gebed met hoorbare stem te zeggen. Daarom hoeft er geen twijfel over te bestaan of de imam het djanaazahgebed hoorbaar mag doen.

Er zijn nog andere doe’a's overgeleverd van de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en je kunt ze in de hadietsboeken vinden. Al deze doe’a's kun je samen of apart zeggen. Andere doe’a's kunnen gezegd worden samen met deze doe’a's, maar het is beter om vast te houden aan de doe’a's die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zelf zei.

 

Het beëindigen van het djanaazah-gebed, (vierde takbier)

Daarna zegt de imaam de vierde takbier en de djamaa’ah volgt hem. Dan zegt de imaam twee keer 'As-salaamoe ‘alaikoem wa rahmatoe-Llaahi wa barakaatoehoe', de ene keer zijn gezicht naar rechts draaiend en de andere keer naar links. De gemeenschap hoort hetzelfde te doen.

Noot: Sommige mensen leggen er veel nadruk op om doe’a's te zeggen nadat het djanaazah-gebed afgelopen is, maar we konden geen enkele ahadith vinden die dit idee ondersteunt. Het djanaazah-gebed is zo bepaald, dat al de doe’a's die iemand voor de overledene wil zeggen na de derde takbier gezegd kunnen worden. Dit was het oorspronkelijke gebruik van de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en zijn metgezellen.

 

Het reizigersgebed

"En als jullie op de aarde rondtrekken, dan is het voor jullie geen zonde de sallaah te verkorten...."

(Qoer-aan An-Nisaa: 101)

De islam houdt een praktische manier van leven in. In Zijn Wijsheid beschouwt Allah, de Heilige, de Allerhoogste ook de omstandigheden die voor een moslim moeilijker zijn. Hij heeft de voorschriften in zulke situaties gemakkelijker gemaakt. Onder de mogelijkheden die Allah, de Heilige, de Allerhoogste ons gegeven heeft, valt de toestemming om tijdens een reis de dagelijkse gebeden te combineren en in te korten.

 

"...Allah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst voor jullie niet het ongemak..."

(Qoer-aan Al-Baqarah: 185)

 

Het qashr-gebed (het verkorte gebed)

Als een moslim op reis is, bidt hij twee raka’aat fardh voor het Dhohr-, 'Asr- en 'Isjaa'-gebed. Het Fadjr- en Maghrib-gebed blijven zoals ze zijn.

 

Het is beter (in beloning) om het gebed in te korten.

Het geeft een grotere beloning wanneer je op reis het ingekorte gebed bidt. De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het is een geschenk van Allah dat Hij jullie heeft gegeven, neem het daarom aan." (Moeslim)

 

Het combineren van gebeden

Iemand die op reis is, kan het Zhoehr-gebed en het ‘Ashr-gebed samenvoegen en hen samen bidden op de tijd van Dhohr of 'Asr. Ook kan hij de Maghrib- en 'Isjaa'-gebeden samenvoegen en ze samen bidden op de tijd van het Maghrib- of 'Isjaa-gebed.

Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewoonlijk de Dhohr- en ‘Asr-gebeden samenvoegde wanneer hij op reis was en ook de Maghrib- en 'Isjaa- gebeden. (Al-Boekharie)

Moe’aadz (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op reis was voor de slag bij Taboek. Als de zon al was gaan zakken op het moment dat hij verder wilde reizen - nadat hij ergens gekampeerd had - dan voegde hij het Dhohr- en ‘Asr-gebed samen en bad hen op de tijd van Dhohr. Als hij besloot om verder te gaan voordat de zon was gaan zakken, dan stelde hij het Dhohr-gebed uit en voegde het samen met het ‘Asr-gebed en bad ze samen op de tijd van de 'Asr.

Als de zon al onder was wanneer hij wilde vertrekken, bad hij het Maghrib- en 'Isjaa-gebed samen op de tijd van de Maghrib. En als de zon nog niet onder was gegaan en hij wilde verder reizen, dan stelde hij het Maghrib-gebed uit en bad het later op de tijd van ‘Isjaa samen met het 'Isjaa'-gebed. (Aboe Dawoed, At-Tirmidzi)

Deze ahadith geven heel duidelijk de feiten weer over het combineren van de gebeden, zoals de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het gewend was om te doen. Maar er zijn mensen die twijfelen om op reis de gebeden te combineren. Echter, het is een gift van Allah, die de moslims moeten aannemen en dankbaar moeten gebruiken. Een gift van Allah, de Heilige, de Allerhoogste en van Zijn boodschapper (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) hoor je nooit te verwerpen.

 

Wanneer verkort je en combineer je de gebeden?

En dan is er de vraag wanneer de reisafstand en de duur van de reis voldoende zijn om gebeden in te korten en te combineren.

1.       Jahjaa ibn Jazied zei: "Ik vroeg Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) wanneer je je gebeden mag inkorten? Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) antwoordde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) verkort bad wanneer hij 5 km ver wegging. (Moeslim, Ahmad, Aboe Dawoed, Al-Baihaqie)

2.       Aboe Sa’ied (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat telkens wanneer de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) ongeveer één farskh reisde, dit is ongeveer 5 km, hij het verkorte gebed zei. (Talkhiesh ibn Hadjr)

Op basis van deze ahadith kan je qashr-gebed bidden en gebeden samenvoegen als de reisafstand vanaf huis 5 km is. Dit is de minimale grens voor het qashr-gebed. Er zijn echter toch veel verschillende meningen over de minimale maat van de afstand; bijvoorbeeld ongeveer 15 km, 110 km of één dag reizen. Naar onze mening is de juiste bepaling van wat een reis is, datgene wat een gemeenschap ziet als een reis, waarbij ze minimaal 5 km weg moet zijn.

 

De duur van de reis

Zolang iemand op reis is, al is het weken, maanden of jaren, kan hij zijn gebeden verkorten en samenvoegen. Zelfs als hij tijdens zijn reis een vastgesteld aantal dagen op een bepaalde plaats moet blijven, kan hij doorgaan met qashr-gebeden en samenvoeging van gebeden.

Als hij echter voorneemt om op één plaats een vast aantal dagen te blijven, dan verschillen de meningen over hoe lang hij met inkorten en samenvoegen mag doorgaan, bijvoorbeeld 4, 10, 17, 18 dagen etc.

Na nauwkeurige hadietsstudie kunnen we zeggen dat als iemand tijdelijk op een plaats verblijft, hij nog steeds een reiziger is en er is geen grens aan het aantal dagen dat hij qashr-gebed kan bidden en gebeden kan combineren.

 

Nafl-gebeden tijdens een reis

De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft op reis altijd het witr-gebed gebeden. Ook de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed deed hij op reis altijd. Hij benadrukte het belang hiervan en spoorde zijn metgezellen aan om deze nafl te bidden. Dus moeten wij op reis deze beiden bidden.

Maar wat betreft enig ander nafl- en soennah-gebed? Hierop geeft de volgende hadith het antwoord.

Hafs ibn ‘Aashim vertelde: "Ik was met ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) op reis naar Mekka. Onderweg naar Mekka leidde hij ons in het Dhohr-gebed en bad twee raka’aat. Daarna ging hij weg en ging in zijn tent zitten. Hij zag enkele mensen bidden en vroeg mij wat die aan het doen waren. "Zij bidden nafl-gebeden.", zei ik. Toen zei hij: "Als ik nafl zou kunnen bidden, dan zou ik het volledige fardh-gebed (4 raka’aat) hebben gebeden." Verder zei hij: "Ik was met de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op reis. Hij bad tijdens zijn reizen niet meer dan twee raka’aat. Daarna was ik met Aboe Bakr op reis, met ‘Oemar en met ‘Oetsman (moge Allah tevreden met hun zijn) en zij deden precies zoals de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn). Er is een goed voorbeeld voor jullie in de gebruiken van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)." (Al-Boekharie)

Sommige ahadith bewijzen dat de metgezellen gewend waren om nafl-gebeden onderweg te bidden. Het is beter om geen nafl-gebeden op reis te bidden, maar als je een tijdje ergens verblijft en je hebt er tijd voor, dan mag je nafl-gebeden verrichten.