Het gezamenlijk gebed

Het gezamenlijk gebed (Djamaa’ah)

Er zijn enkele andere gelegenheden waarbij gezamenlijk gebeden wordt, bijvoorbeeld de feestgebeden van de Ied-feesten, het taraawieh-gebed in Ramadhaan en het djanaazah-gebed (begrafenisgebed). Echter, het wordt aangeraden om de gebruikelijke vrijwillige-gebeden alleen te bidden.

De beloning van het gezamenlijke gebed is voor iedere deelnemer veel groter dan het gebed voor zich alleen. De Profeet (v.z.m.h.) heeft er bij zijn metgezellen ten zeerste op aangedrongen altijd hun uiterste best te doen om elk fardh-gebed in djamaa’ah, in de moskee, te bidden. Hij heeft degenen, die het djamaa’ah-gebed negeren beschuldigd van grote ongehoorzaamheid en erger. Regelmatig samen bidden brengt de mensen dicht bij elkaar en het houdt de onderlinge betrokkenheid en de algehele moraal van de gemeenschap hoog.

Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei:

"Het gebed in djamaa’ah is zevenentwintig keer beter dan het gebed van het individu alleen."

(Boekharie, Moeslim)

 

Vrouwen mogen djamaa’ah in de moskee meebidden. De Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd dat de mannen dit de vrouwen niet mogen verbieden.

Echter, het is beter voor vrouwen om hun gebeden in hun huizen te bidden. Het wordt vrouwen zelfs aangeraden om in hun slaapkamers te bidden.

In het gezamenlijk gebed staan jong en oud, arm en rijk, de vorst en de onderdaan verzameld op een plaats, in gebed tot Allah.

 

Hoe wordt het gezamenlijke gebed verricht?

Als een groep mensen verzameld is en iedereen wil bidden, dan hoor je samen te bidden. Het gebed van twee personen, al is één van hen een kind of een vrouw, is een djamaa’ah -gebed. Hoe meer moslims meebidden, des te groter is de waarde van het gebed. Degene die het gebed gaat leiden (de imaam), is degene die het best Qoer-aan kan reciteren en het meest onderlegd is in de hadietsleer van de Profeet (v.z.m.h.), al is hij nog maar een jongen. Ook moet hij bekend zijn als een goed mens.

De Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd:

"Laat jullie imaams diegenen zijn, die het beste zijn van jullie, want de imaam is jullie vertegenwoordiger bij Allah."

(Ad-Daroe-Qoethnie)

Als allen gelijk zijn, dan is het de oudste persoon.

De beste plaatsen in het djamaa’ah-gebed zijn de plaatsen in de eerste rijen. Als je met z'n tweeën bidt, staat de imaam links en de ander réchts naast hem. Als een man met zijn vrouw of zus bidt, staat zij achter hem. De imaam staat alleen, voor de eerste rij, ter hoogte van het midden van de rij. Nooit mag iemand alleen achter de groep gaan staan, anders wordt hij snel afgeleid door de Satan. Als de rij vol is en hij kan geen plaats meer vinden, trekt hij iemand naar achter naast zich, zodat ze samen een nieuwe rij vormen.

Voordat de imaam, vraagt hij de groep om de rijen recht te maken, de voeten allemaal op een rechte rij naast elkaar te zetten. De moslims moeten elkaar ook gedurende het hele gebed blijven aanraken, of alleen met de voeten; liefst ook met de schouders. Nadat de iqaamah is gezegd begint de imaam met de takbieratoel ihraam. Hij zegt elke 'Allaahoe Akbar' hardop, zodat de gemeenschap zijn bewegingen kan volgen. De Qoer-aanrecitatie wordt niet nagezegd; bij het Dhohr en ‘Ashr-gebed zegt ieder voor zichzelf Al-Faatihah en een gedeelte van de Qoer-aan. In de andere gebeden zeg je zonder geluid Al-Faatihah mee en luister je naar de verdere Qoer-aanrecitatie. ‘Amien' zeg je hardop met de imaam. Je mag elkaar niet in de war brengen door hardop te reciteren. Elke beweging die de imaam maakt, doe je hem ná. Nooit mag je eerder dan de imaam een beweging maken en ook niet tegelijk met hem; de imaam is er om gevolgd te worden.

Als het verplichte gebed in djamaa’ah gebeden wordt, dan hoort de imaam Soeratoel-Faatihah in de volgende gevallen hardop te zeggen: in het Fadjr-, Maghrib- en 'Isjaa'-gebed. Alleen de eerste twee raka’aat worden hardop gebeden. Het Dhohr- en ‘Asr-gebed reciteert de imaam in stilte.

Eén raka’ah bidden met de imaam geeft reeds de beloning voor het bidden in jamaa’ah. Het is aangeraden voor de imaam om het djamaa’ah-gebed kort te houden, omdat zich onder de moslims ouderen en zieken en soms ook vrouwen met kinderen bevinden. Hij leest dan dus minder lange Qoer-aanverzen, maar doet het gebed wel rustig en correct.