De tijdstippen van het gebed

Djaabir bin cAbdullah overlevert dat Djibriel bij de Profeet (vrede zij met hem) kwam en zei:

“Sta op en bidt!” Waarop hij ad-Dhohr bad nadat de zon haar hoogste stand had verlaten. Daarna keerde hij terug tijdens al-cAssr en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij al-cAssr bad op het moment dat de schaduw van een voorwerp even lang is als het voorwerp zelf. Daarna keerde hij terug tijdens al-Maghrib en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij al-Maghrib bad op het moment dat de zon onderging. Daarna keerde hij terug tijdens al-cIshaa’ en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij al-cIshaa’ bad na het verdwijnen van de rode schemering. Daarna keerde hij terug tijdens al-Fadjr en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij al-Fadjr bad bij het aanbreken van het daglicht. De volgende dag kwam hij tijdens ad-Dhohr en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij ad-Dhohr bad op het moment dat de schaduw van een voorwerp even lang is als het voorwerp zelf. Daarna keerde hij terug tijdens al-cAssr en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij al-cAssr bad op het moment dat de schaduw van een voorwerp twee keer zo lang is als het voorwerp zelf. Daarna keerde hij terug tijdens al-Maghrib op dezelfde tijd (als de dag ervoor) zonder daarvan af te wijken. Daarna keerde hij terug voor al-cIshaa’ nadat de helft van de nacht was verstreken. Of hij (Djaabir) zei: “Nadat éénderde deel van de nacht was verstreken.” Daarna keerde hij (Djibriel) terug nadat het daglicht goed was aangebroken en zei: “Sta op en bidt!” Waarop hij al-Fadjr bad. Hij zei: “De tijd van ieder gebed is tussen de (eerder genoemde) twee tijden.”

                                                                         (Al-Ierwaa’ van Sheich al-Albaani)

 

Tirmidhi zei: “Mohammed (Al-Boechari) heeft gezegd: ,,Het beste als het gaat om de tijden (van het gebed) is de overlevering van Djaabir.”

 

1.         ad-Dhohr

De tijd hiervoor ligt tussen het moment dat de zon haar hoogste stand heeft verlaten en het moment dat de schaduw van een voorwerp even lang is als het voorwerp zelf.

 

2.         al-cAssr

De tijd hiervoor ligt tussen het moment dat de schaduw van een voorwerp even lang is als het voorwerp zelf en de zonsondergang.

 

3.         al-Maghrib

De tijd hiervoor ligt tussen zonsondergang en het moment dat de rode schemering verdwijnt. Dit op basis van de overlevering van de Profeet (vrede zij met hem):

“De tijd voor de Maghrib loopt door zolang de rode schemering niet is verdwenen.”                                    

(Al-Ierwaa’ van Sheich al-Albaani)

4.         al-cIshaa’

De tijd hiervoor ligt tussen het moment dat de rode schemering verdwijnt en het moment waarop de helft van de nacht is verstreken. Dit op basis van de overlevering van de Profeet (vrede zij met hem):

“De tijd voor al-cIshaa’ loopt door tot de helft van de nacht.”                

(Al-Ierwaa’ van Sheich al-Albaani)

 

5.         al-Fadjr

De tijd hiervoor ligt tussen het aanbreken van het daglicht en de zonsopkomst. Dit op basis van de overlevering van de Profeet: “De tijd voor al Fadjr is vanaf het aanbreken van het daglicht tot de zonsopkomst.”                                                                              

(Al-Ierwaa’ van Sheich al-Albaani)