0001. Volgens 'Umar ibn Al-Khattab, heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

De geldigheid van de daden is afhankelijk van de intentie en elke mens heeft voor zichzelf enkel wat overeenstemt met zijn intentie. Als iemand emigreert voor Allah en Zijn Profeet (vrede zij met hem), dan zal zijn emigratie voor hem opgeschreven worden als voor Allah en Zijn Profeet (vrede zij met hem). Als iemand emigreert om een wereldse bezitting te bekomen of om met een vrouw te trouwen, dan zal zijn emigratie als dusdanig opgeschreven worden.

(Al Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Dit zijn de omstandigheden van deze hadith: At-Tabarani levert volgens Ibn Mas'ud de volgende woorden over: "Er was een man onder ons die een vrouw ten huwelijk vroeg, die Umm Qays heette. Ze weigerde echter om met hem te trouwen zolang hij niet geëmigreerd was. Hij emigreerde dus, trouwde met haar en werd toen de geëmigreerde van Umm Qays genoemd." Ibn Rajab al-Hanbali (cf. Jami' al-'ulum wal-hikam) beschouwt dat er in dit verband geen enkele authentieke overleveringsketen bestaat. Ook Ibn Hajr bevestigt dat niets bewijst dat dit verhaalverband houdt met deze hadith.
  • De geleerden zijn het er unaniem over eens dat de intentie noodzakelijk is bij het verrichten van elke daad opdat die beloond zou kunnen worden. Ze zijn het echter niet eens over de voorwaarde van deze intentie voor de geldigheid van de daad: de Malikieten, de Shafi'ieten en de Hanbalieten vinden dat de intentie een noodzakelijke voorwaarde is, zowel in de daden die als 'middelen' (wasa-il) beschouwd worden, zoals de rituele wassing (al-wudu, een daad vaan aanbidding die eerst moet verricht worden om de beoogde daad van aanbidding te kunnen verrichten: het gebed), als in de daden die als 'doel' (maqaasid) beschouwd worden, zoals het gebed. De Hanafieten vinden dat de intentie enkel een voorwaarde is in de daden die als 'doel' beschouwd worden en niet in de daden die als 'middel' beschouwd worden.
  • De intentie schuilt in het hart en het heeft geen zinom deze uit te spreken. De zuiverheid van de intentie is noodzakelijk. Allah aanvaardt enkel de daad die uitsluitend aan Hem gewijd is.

0002. De moeder der gelovigen 'Aisha (ra) heeft gezegd:

De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Een leger zal de Ka'ba aanvallen. Als het leger in een verlaten streek zal aankomen, zal de aarde het opslokken, van de eerste tot de laatste man." 'Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) zei toen: "O Profeet van Allah! Hoe kan dit leger opgeslokt worden, terwijl er zich onder die mensen handelaars bevinden en anderen die niet tot het leger behoren?" Hij zei: "Ze zullen opgeslokt worden van de eerste tot de laatste en vervolgens zullen ze terug tot leven gewekt worden en beoordeeld worden volgens hun intenties."

 

(Al Bukhari en Muslim, tekst van Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • De mens zal beoordeeld worden volgens zijn goede en slechte intentie.
  • We worden gewaarschuwd voor het gezelschap van onrechtvaardige en verdorven mensen en we worden aangespoord om het gezelschap van goede en rechtvaardige mensen op te zoeken.
  • De Profeet (vrede zij met hem) informeert ons over de wereld van het onzichtbare (al-ghayb). We moeten ook geloven dat die informatie in werkelijkheid zal plaatsvinden zoals hij zegt, want de Profeet doet geen ijdele uitspraken.

0003. 'Aisha (ra) levert deze woorden over van de Profeet (vzmh):

Er is geen emigratie meer na de verovering (van Mekka). De strijd voor de zaak van Allah en de intentie blijven echter bestaan. Als jullie opgeroepen worden tot de strijd, ga daar dan op in.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Dit betekend dat er niet meer geëmigreerd wordt uit Mekka, want dat is nu islamitisch grondgebied.
  • Als een grondgebied islamitisch wordt (dar al-islaam), dan is het niet verplicht om te emigreren naar een ander land. De emigratie blijft echter wel verplicht voor de moslim die zijn geloof niet kan belijden waar hij verblijft.
  • Terwijl emigreren van een moslimland naar een ander moslimland niet verplicht is, blijft emigreren naar een niet-moslim land zonder geldige reden verboden.

0004. Jabir ibn 'Abdullah (ra) levert het volgende verhaal over:

We waren in het gezelschap van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bij de expeditie van Tabuk toen hij zei: "Er zijn mannen die in Medina gebleven zijn. Er wordt echter geen weg afgelegd en geen vallei doorkruist zonder dat zij bij jullie zijn. Het is hun ziekte die hen weerhouden heeft.

(Muslim)

In een andere versie vinden we: "zonder dat zij delen in jullie beloning."

 

Al-Bukhari levert een gelijkaardige hadith over volgens Anas (moge Allah tevreden over hem zijn): We waren bij de Profeet (vrede zij met hem) toen we terugkeerden van Tabuk, toen hij zei: "Er zijn er die in Medina gebleven zijn. Toch is er geen bergpas of vallei die doorkruist werd zonder dat zij bij jullie waren. Een geldige reden heeft hen weerhouden."

 

Commentaar:

  • Als iemand de strijd voor de zaak van Allah niet kan verrichten om een geldige reden, dan krijgt hij dezelfde beloning als degene die strijdt, als zijn intentie zuiver is en als het werkelijk zijn verlangen was om eraan deel te nemen.

0005. Aalmoes en intentie

Abu Yazid Ma’n ibn Yazid ibn al-Akhnas heeft gezegd:

Mijn vader Yazid had enkele dinar tevoorschijn gehaald om deze als aalmoes te geven. Hij vertrouwde ze toe aan een man in de moskee. Ik ging ze halen en kwam ermee bij mijn vader. Hij zei me: ‘Bij Allah! Het is niet voor jou dat ik ze bestemd had!’ Ik stelde voor om het voor te leggen aan de Profeet (sws), die zei: ‘ Jij krijgt je beloning voor je goede intentie, o Yazid! En jij, Ma’n, hebt recht op wat je genomen hebt’.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Het is toegestaan om je aalmoes aan iemand toe te vertrouwen opdat hij deze dan uitgeeft. Iemand die een aalmoes geeft, wordt beloond als zijn intentie goed is, zelfs als de aalmoes in handen komt van iemand die deze niet verdiend.
  • Discussieren om de waarheid te achterhalen wordt niet beschouwd als het verbreken van de familierelaties.

0006. Sa'd Ibn Abi Waqqaas (ra) één van de tien Metgezellen aan wie de Profeet (vzmh) het Paradijs beloofd heeft, heeft gezegd:

Ik was ernstig ziek en de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) kwam mij bezoeken in het jaar van de afscheidsbedevaart. Ik zei: "O Boodschapper van Allah! Je ziet in welke lichamelijke staat ik ben. Wel, ik heb geld en ik heb slechts één dochter als erfgename. Mag ik twee derde van mijn bezittingen als aalmoes geven?" - "Nee", antwoordde hij. Ik vroeg toen: "En de helft?" Hij antwoordde me weer: "Nee." - "Een derde dan?" Toen antwoordde hij: "Geef een derde, en dat is al veel. Het is beter dat je rijke erfgenamen achterlaat dan dat je ze in armoede laat verkeren waardoor ze moeten bedelen bij de mensen. Er is geen uitgave die je doet uit verlangen naar het Aangezicht van Allah, zonder dat je daarvoor beloond wordt, zelfs het voedsel dat je in de mond van je echtgenote stopt." Toen vroeg ik hem: "O Boodschapper van Allah! Zal ik in Mekka blijven na het vertrek van mijn metgezellen?" Hij antwoordde me: "Als je er blijft en er goede daden verricht uit verlangen naar het Aangezicht van Allah, zal je een graad hoger verheven worden. Het is mogelijk dat je er blijft en dat jouw aanwezigheid goed is voor sommigen en slecht is voor anderen. Heer! Verricht voor mijn Metgezellen hun hijra en laat hen niet terugkeren op hun stappen! De ongelukkige is echter Sa'd ibn Khawla." Deze Metgezel stierf in Mekka (zonder ooit de hijra te kunnen verrichten) en daarom had de Profeet (vrede zij met hem) medelijden met zijn lot en smeekte hij om de Genade van Allah voor hem.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Het is toegestaan om aan een vrome man te vragen om smeekbeden te verrichten. De naaste familie heeft in de eerste plaats recht op de aalmoes.
  • De mens wordt beloond voor zijn daden, als ze gepaard gaan met een goede intentie. Het uitgeven van de bezittingen voor de familie wordt beloond als de intentie uitsluitend gewijd is aan Allah de Allerhoogste.

0007. Allah kijkt niet naar..

Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (sws) gezegd:

Allah kijkt niet naar jullie lichaam, noch naar jullie uiterlijke verschijning, maar Hij kijkt naar jullie hart en jullie daden.

(Muslim)

 
Commentaar:

  • De beloning is volgens de zuiverheid van de intentie. Vóór elke daad moeten we ervoor zorgen dat we ons hart zuiveren van elke onreinheid en we moeten onze daden uitsluitend aan Allah de Allerhoogste wijden.
  • Het hart hervormen gaat vooraf aan de daden van de ledematen, want elke daad die op een slechte intentie gebaseerd is, zal ongeldig blijken te zijn. Het is mogelijk dat de daden van een persoon uiterlijk goed zijn, maar dat zijn intentie slecht is. Toch moeten we hem beschouwen volgens wat zichtbaar is het verborgene aan Allah overlaten.

0008. Volgens Abu Musa al-Ash'ari werd er aan de Boodschapper van Allah (vzmh) gevraagd:

"Welke van deze mannen strijd op de Weg van Allah? Degene die strijd uit dapperheid, degene die strijdt uit vooringenomenheid, of degene die strijdt uit uiterlijk vertoon?" De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: "Degene die strijdt opdat het Woord van Allah het hoogste zou zijn, strijdt op de Weg van Allah."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Allah beloont in functie van de intentie en wat telt, is dat je handelt opdat het Woord van Allah het hoogste woord zou zijn. Niettemin moet de persoon die op het slagveld sterft als een martelaar behandeld worden (hij wordt niet gewassen, er wordt geen dodengebed voor hem verricht en hij wordt niet in een lijkwade begraven). Alleen Allah zal over zijn intentie oordelen.

0009. Als twee moslims elkaar bestrijden

Abu Bakra Nufay’ ibn al-Harith ath-Thaqafi levert over dat de Profeet (sws) gezegd heeft:

"Als twee moslims elkaar bestrijden met de sabel, dan zal zowel de moordenaar als degene die gedood wordt naar de Hel gaan."
Ik zei: "O Boodschapper van Allah! Dat is zo voor de moordenaar, maar waarom gaat degene die gedood wordt naar de hel?"
Hij (sws) antwoordde: "Hij had de bedoeling om zijn metgezel te doden."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De straf geldt ook voor de persoon die besloten heeft om een zonde te verrichten en alles in het werk gesteld heeft om daarin te slagen, ongeacht of hij de zonde verricht heeft of er om één of andere reden toe verhinderd werd. De gedachten die vluchtig onze geest doorkruisen worden ons niet kwalijk genomen door Allah, zolang we niet beslissen om tot de daad over te gaan en we niet al het mogelijk in het werk stellen om ons doel te bereiken.

0010. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Het gezamenlijke gebed van de man is drieëntwintig tot dertig keer beter dan het gebed dat hij op de markt of thuis verricht. Zo is het, want als de man zijn rituele wassing correct verricht en vervolgens naar de moskee gaat, enkel om te bidden, dan verheft elke stap hem met een graad en wist elke stap voor hem een zonde uit, totdat hij de moskee binnengaat. Hij wordt in de moskee beschouwd als iemand die in gebed is, zolang het gebed hem daar weerhoudt. De engelen houden niet op om vergeving te vragen voor hem met de volgende woorden: "Heer, schenk hem genade! Heer, vergeef hem! Heer, aanvaard zijn berouw!" Zo is het, zoalng hij geen zonde pleegt en hij zijn rituele wassing behoudt.

(tekst van Muslim, overgeleverd door Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Het is toegestaan om het gebed op de markt te verrichten, zelfs als het veel beter is om het in de moskee te verrichten.
  • Het gebed in de moskee is vijfentwintig, zesentwintig of zevenentwintig keer beter dan het gebed dat individueel verricht wordt, zoals in andere versies vermeld staat. Er wordt rekening gehouden met de zuiverheid van de intentie opdat deze beloning daadwerkelijk bekomen wordt.
  • Sommige engelen hebben de taak om smeekbeden te verrichten ten gunste van de gelovigen. Allah heeft hierover gezegd: [Zij (de engelen) die de Troon dragen en zij die zich eromheen bevinden, prijzen de glorie van hun Heer met Zijn lofprijzing, geloven in Hem en vragen om vergeving voor degenen die geloven: "Onze Heer! Uw Barmhartigheid en Kennis omvatten alle zaken. Vergeef daarom degenen die berouw tonen en die Uw weg volgen en bescherm hen tegen de bestraffing van de Hel".](Koran 40/7)

0011. Volgens Abdullah ibn Al-Abbas ibn Abd al-Muttalib heeft de Boodschapper van Allah (vzmh) onder andere dit gezegd toen hij zaken van zijn Heer overleverde:

"Allah heeft de goede daden en de slechte daden laten opschrijven." Vervolgens legde hij deze woorden als volgt uit: "Als iemand de intentie heeft om een goede daad te verrichten en deze niet verricht, dan zal dit voor hem opgeschreven worden als een volledige goede daad. Als hij de daad verricht nadat hij de intentie had om deze te verrichten, dan zal Allah deze goede daad met tien tot zevenhonderd of nog meer vermenigvuldigen. Als iemand eraan denkt om een zonde te plegen en zich er vervolgens van onthoudt, dan zal Allah voor hem een volledige goede daad laten opschrijven. Als hij de zonde pleegt nadat hij eraan gedacht heeft, dan zal Allah dit laten opschrijven als één enkele slechte daad."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Wie eraan denkt om een goede daad te verrichten, wordt beloond voor een goede daad, zelfs als hij deze daad niet verricht. Het feit eraan te denken is immers goed, en wat ons tot iets goeds laat komen, is ook goed.
  • Als iemand eraan denkt om een slechte daad te verrichten en er uiteindelijk van afziet om Allah te behagen - en enkel om Hem te behagen - zal hij de beloning krijgen van een goede daad. Want terugkomen op je beslissing nadat je eraan gedacht hebt om een zonde te plegen, is een goede daad, die een beloning verdient. En als ons gevraagd wordt: "Waarom wordt er voor hem geen slechte daad opgeschreven omdat hij eraan gedacht heeft?", dan antwoorden wij dat zijn intentie om de slechte daad niet te verrichten later kwam, en dat deze dus de eerste intentie tenietdoet. Allah zegt: [Voorwaar, de goede daden wissen de slechte daden uit.](Koran 11/114).

0012. Volgens 'Abdullah ibn 'Umar (ra) heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Drie mannen die behoorden tot één van de gemeenschappen die jullie voorafgingen, gingen op weg tot de nacht viel. Toen zochten ze hun toevlucht in een grot. Een rotsblok viel van de berg en blokeerde de ingang van de grot. Ze zeiden tegen elkaar: "We zullen enkel verlost geraken van deze rots als we Allah aanroepen door onze goede daden te vermelden."

Eén van hen zei: "Heer! Ik had twee oude ouders en ik gaf nooit iemand anders melk te drinken vóór hen, zelfs niemand van mijn familie of één van mijn slaven. Op een dag heb ik mijn dieren op een verre plaats laten grazenen toen ik terug thuiskwam, waren mijn ouders al in slaap gevallen. Ik had hun deel van de melk gemolken, maar ze waren al aan het slapen. Ik verafschuwde het echter dat ik hen zou moeten wakker maken, of dat ik de melk aan mijn familie of mijn dienaren zou geven. Dus heb ik geduld geoefend, met de kom melk in de hand. Zo wachtte ik tot de dageraad voor ze wakker werden, terwijl mijn kinderen aan mijn voeten schreeuwden van de honger. Uiteindelijk werden ze wakker en dronken ze hun deel. Heer! Als ik dit alles gedaan heb, hopend op Uw tevredenheid, bevrijd ons dan van het verdriet waarin we ons bevinden wegens deze rots!" De rots verplaatste zich een beetje, maar niet genoeg opdat ze uit de grot konden komen.

 

De tweede zei: "Heer! Ik had een nicht die mij dierbaarder was dan wat dan ook ter wereld. (In een andere versie: ik hield zoveel van haar als een man van een vrouw kan houden). Ik deed haar oneerbare voorstellen, maar ze weigerde zich aan mij te geven. Een jaar van grote hongersnood dwong haar om mij te komen opzoeken. Ik stelde haar honderdtwintig dinar voor, op voorwaarde dat ze akkoord ging om zich af te zonderen met mij. Ze ging akkoord. Maar op het moment dat ik haar kon dwingen (in een andere versie: op het moment dat ik me tussen haar benen plaatste) zei ze me: "Vrees Allah en scheur het maagdenvlies enkel op een wettige manier (binnen het huwelijk)!" Ik wendde me van haar af, hoewel ze voor mij de meest dierbare persoon was en ik liet het geld dat ik haar gegeven had bij haar achter. Heer! Heer! Als ik dit alles gedaan heb, hopend op Uw tevredenheid, bevrijd ons dan van het verdriet waarin we ons bevinden wegens deze rots!" De rots verplaatste zich een beetje, maar niet genoeg opdat ze uit de grot konden komen.

 

De derde zei: "Heer! Ik had mensen in dienst aan wie ik hun loon betaald had, behalve aan één van hen die vertrok en schterliet waar hij recht op had. Ik liet zijn bezittingen geld opbrengen en zo werd dit een groot fortuin. Na een zekere tijd kwam hij naar me toe en zei me: "O dienaar van Allah! Geef me mijn loon." Ik zei hem: "Alles wat je hier voor je ziet, de kamelen, de runderen, de schapen en de slaven, dat is jouw loon." Toen zei hij: "Dienaar van Allah! Spot je met mij?" Ik antwoordde hem: "Ik spot niet met jou." Hij nam toen zijn bezittingen, liet ze bij hem thuis brengen en liet er niets van achter. Heer! Als ik dit alles gedaan heb, hopend op Uw tevredenheid, bevrijd ons dan van het verdriet waarin we ons bevinden wegens deze rots!" De rots verplaatste zich en ze konden uiteindelijk de grot vrij verlaten.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Het is aanbevolen om de Heer op momenten van verdriet en in alle omstandigheden aan te roepen en om bij Allah te bemiddelen met onze goede daden
  • Er wordt gewezen op de gunsten van de goedheid tegenover de ouders en het feit je ouders te verkiezen boven iedereen, na Allah en Zijn Profeet (vrede zij met hem)
  • We worden aangespoord om kuis te zijn, enkel op zoek naar de tevredenheid van Allah. Het is verdienstelijk om de beloften na te komen en de toevertrouwde zaken terug te geven.
  • Wie zijn Heer met nederigheid en oprechtheid aanroept, wordt verhoord.
  • De invloed van de goede daden van de dienaar van Allah is duidelijk als hij geconfronteerd wordt met een moeilijke situatie, want Allah laat iemand die een goede daad verricht niet in de steek.