0087. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (salla’Allahu ‘alayhi wa salam) gezegd:

“Haast jullie om goede daden te verrichten, want er zullen tijden van opstand komen die als delen van een donkere nacht zullen zijn. De mens zal dan ’s morgens gelovig zijn en ’s avonds ongelovig zijn, of hij zal ’s avonds gelovig zijn en ’s morgens ongelovig zijn. Hij zal zijn geloof verruilen voor de bezittingen van deze wereld.”

(Muslim)

 

Commentaar:

  • We zijn verplicht om ons vast te klampen aan de godsdienst en om ons te haasten om goede daden te verrichten voordat er moeilijkheden opduiken die de mens zullen verhinderen om goede daden te verrichten.
  • Aan het einde der tijden zal er zich een aaneenschakeling van onlusten en opstanden voordoen, moge Allah ons daartegen beschermen!

0088. Abu Sirwa’a heeft gezegd:

Ik heb het ‘asr gebed (namiddag gebed) achter de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) verricht in Medina. Hij beëindigde het gebed, stond vervolgens haastig op en doorkruiste de rijen neerzittende mensen om naar het huis van één van zijn echtgenotes te gaan. De mensen werden angstig toen ze zijn haast zagen. De Profeet kwam terug naar buiten en toen hij vaststelde welke verbazing zijn haast had veroorzaakt, zei hij tegen hen: “Ik herinnerde me dat ik thuis een goudstuk had laten liggen. Ik vreesde dat dit mijn geest zou bezighouden en daarom heb ik bevolen om het goudstuk als aalmoes te geven.”

(Al-Bukhari)

In een andere versie van Al-Bukhari wordt er gezegd:

“Ik heb thuis een goudstuk laten liggen dat bestemd was als aalmoes. Het beviel mij niet om het goudstuk de hele nacht te bewaren.”

 

Commentaar:

  • We moeten ons haasten om goede daden te verrichten en het is toegestaan om de verdeling van aalmoezen aan iemand anders toe te vertrouwen.

0089. Jabir levert over:

Een man vroeg aan de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) op de dag van de slag van Uhud: “Als ik gedood word, waar ga ik dan heen?” – Naar het Paradijs antwoordde de Profeet. De man gooide onmiddellijk de enkele dadels die hij in zijn hand had weg en ging strijden totdat hij gedood werd.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Zowel deze hadith als de voorgaande spoort ons aan om ons te haasten om goede daden te verrichten. De beloning voor de persoon die oprecht strijdt voor de zaak van Allah en tegen het onrecht, is het Paradijs.
  • Het is aanbevolen om inlichtingen te vragen over zaken die we niet weten.

0090. Abu Hurayra levert over:

Een man kwam aan de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) vragen: “Wat is de meest verdienstelijke aalmoes?” De Profeet antwoordde: “Deze die je geeft als je gezond bent, erg gehecht bent aan geld, armoede vreest en hoopt op rijkdom. Als je dit wil doen, wacht dan niet tot je stervende bent om dan te zeggen: “Dit is voor die en dat is voor die” terwijl dit hen al toebehoort (door de erfenis).”

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De aalmoes die gegeven wordt bij een goede gezondheid is beter dan deze die gegeven wordt als je ziek bent, want gierigheid duikt meestal op als je gezond bent. We worden aangespoord om goede daden te verrichten voordat de dood ons verrast.

0091. Volgens Anas nam de Profeet (vzmh) op de dag van de slag van Uhud een degen en zei hij:

“Wie wil deze van mij nemen?” Ze staken hun handen uit en zeiden: “Ik! Ik!”. Toen zei hij: “Wie wil hem nemen en er de prijs voor betalen?” De mensen weigerden , behalve Abu Dujana die zei: “Ik wil hem graag nemen en er de prijs voor betalen.” Hij greep de degen vast en brak er de schedel van de afgoddienaren mee.

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Deze hadith wijst op de moed van Abu Dujana, op zijn opoffering en zijn inzet voor de zaak van Allah. Dit wil echter niet zeggen dat de metgezellen weigerden te strijden. Het bewijs daarvan is dat ze hun handen uitstaken om de degen te grijpen, om ermee te vechten. Ze weigerden ten slotte de degen te nemen omdat ze vreesden dat ze niet zouden kunnen voldoen aan de voorwaarde die door de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) gesteld werd.
  • Als iemand een missie toebedeeld krijgt, dan moet hij deze naar behoren en oprecht volbrengen.

0092. Az-Zubayr ibn ‘Adi levert over:

We gingen naar Anas ibn Malik om ons beklag te doen bij hem over wat al-Hajjaj ons aandeed. Hij zei ons: “Wees geduldig, want elke periode zal gevolgd worden door een periode die nog slechter is, totdat jullie je Heer zullen ontmoeten. Ik heb deze woorden gehoord van jullie Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam).”

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Anas ibn Malik was de slaaf van de Profeet (vzmh). Deze laatste heeft hem grootgebracht en hem van kindsbeen af onder zijn vleugels genomen. Hij is dus opgegroeid aan de zijde van de Profeet. Deze woorden van Anas zijn lang na de dood van de Profeet werkelijkheid geworden.
  • Het is aanbevolen om geduldig te zijn bij beproevingen en om ons te haasten om goede daden te verrichten.
  • De periodes die elkaar opvolgen zullen moeilijker zijn dan de voorgaande.

0094. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (vzmh) op de dag van de slag van Khaybar gezegd:

“Ik zal dit vaandel toevertrouwen aan een man die van Allah en Zijn Boodschapper houdt en aan wie Allah de overwinning zal schenken door zijn tussenkomst.” ‘Umar zei toen: “Nooit hield ik ervan bevelhebber te zijn, behalve die dag. Ik haastte me dus naar voor in de hoop dat deze taak mij werd toebedeeld. Maar de Boodschapper van Allah (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) riep ‘Ali ibn Abi Talib, gaf hem het vaandel en zei hem: “Ga en keer je niet om totdat Allah je de overwinning schenkt.” ‘Ali ging wat vooruit, bleef toen staan zonder zich om te draaien en riep: “O Boodschapper van Allah! Op grond waarvan zal ik de mensen bestrijden?” Hij antwoordde: “Bestrijd hen totdat ze getuigen dat er geen God is behalve Allah en dat Mohammed Zijn Boodschapper is. Als ze dit getuigen, dan beschermen ze hun leven en hun bezittingen tegen jou, behalve voor het recht dat gerespecteerd moet worden, en het is aan Allah dat ze rekenschap zullen moeten afleggen.”

(Muslim)

 

Commentaar:

  • De liefde voor Allah en voor Zijn Profeet (vmzh) wordt gekenmerkt door het geloof en het strikt naleven van hun bevelen.
  • De Profeet (vzmh) verricht een wonder als hij aankondigt dat de moslims zullen overwinnen in Khaybar.
  • Als de Profeet (vzmh) zegt: “Behalve voor het recht dat gerespecteerd moet worden”, dan gaat dit over straffen in het geval van een misdrijf, dat door de rechter en de wetgeving moet beoordeeld worden. Behalve dit geval en het geval van oorlog, is het leven heilig en mag het niemand ontnomen worden.
  • Wij mogen enkel oordelen over wat zichtbaar is, want het is aan Allah om rekenschap te vragen van wat de harten bevatten.