0095. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) gezegd:

Allah de Allerhoogste zegt: “Ik zal de oorlog verklaren aan de persoon die zich vijandig toont tegenover één van Mijn bondgenoten (waliy). Van al de manieren die Mijn dienaar gebruikt om dichter bij Mij te komen, is niets Mij dierbaarder dan het praktiseren van wat Ik hem heb opgelegd. Mijn dienaar blijf maar dichter bij Mij komen door vrijwillige daden totdat Ik van hem hou. En als Ik van hem hou, dan word Ik zijn gehoor waarmee hij hoort, zijn zicht waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij grijpt en zijn voet waarmee hij wandelt. Als hij Mij vraagt, dan geef Ik hem en als hij Mijn bescherming vraagt, dan bescherm Ik hem.”

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Deze hadith is een hadith qudusi, namelijk de woorden van Allah die door de Profeet Mohammed (vzmh) worden overgeleverd (in zijn woorden) en die niet behoren tot de Koran. Er bestaan er nog andere in deze verzameling.
  • Het is gevaarlijk om zich vijandig te gedragen tegenover de geliefde dienaren van Allah.
  • Het verrichten van de verplichte daden komt vóór de vrijwillige daden. Nadat we de verplichte daden verricht hebben, moet we volharden in het verrichten van vrijwillige daden, zoals het gebed verrichten, nauwgezet de Koran reciteren en ’s nachts in aanbidding waken. Dit staat toe om toegang te krijgen tot de liefde van Allah. Hoe meer we ons wijden aan vrijwillige daden, hoe dichter Allah bij ons komt, zodat Hij ons zelfs in al onze daden, zelfs de meest onbeduidende, leidt.
  • Als de dienaar oprecht is tegenover zijn Heer en als hij behoort tot Zijn geliefde dienaren, dan zullen zijn smeekbeden verhoord worden en dan staat hij onder de bescherming van Allah.

0096. Volgens Anas leverde de Profeet (vzmh) deze woorden over van zijn Heer, de Machtige en de Verhevene:

“Als Mijn dienaar Mij nadert met een handlengte, dan nader Ik hem met een ellebooglengte. Als hij Mij nadert met een ellebooglengte, dan nader Ik hem met een armlengte. Als hij al wandelend naar Mij komt, dan kom Ik al lopend naar hem.”

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • De vrijgevigheid van Allah is onmetelijk groot. In ruil voor weinig daden geeft Hij veel.
  • De essentie schuilt in de inspanningen en de volharding. Allah zorgt voor de rest en Zijn antwoord overstijgt onze verwachtingen.

0097. Volgens Ibn ‘Abbas heeft de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) gezegd:

Er zijn twee gunsten die veel mensen niet naar waarde schatten: Een goede gezondheid en vrije tijd.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Het beeld van een mens is als een handelaar: Een goede gezondheid en vrije tijd zijn z’n kapitaal. Wie zijn kapitaal op een correcte manier gebruikt, zal winst maken, terwijl de persoon die zijn kapitaal verkwist geen winst zal maken en er spijt van zal hebben.
  • We moeten profiteren van onze goede gezondheid en onze vrije tijd om dichter bij Allah de Allerhoogste te komen en om goede daden te verrichten, opdat we geen spijt hebben van deze gunsten eens we ziek zijn en druk bezet.
  • Veel mensen schatten deze gunsten helaas niet naar hun juiste waarde. Ze besteden het grootste deel van hun tijd aan onbenulligheden, terwijl de Islam veel belang hecht aan het beheer van de tijd en de bescherming van de gezondheid.

0098. Volgens A’isha bad de Profeet (vzmh) ’s nachts tot er kloven in de zool van zijn voeten zaten. Ze vroeg hem dus:

“Waarom doe je dat, Boodschapper van Allah, terwijl Allah jou reeds je voorgaande en je toekomstige zonden vergeven heeft?” Hij antwoordde: “Zou ik me dan niet als een dankbare dienaar gedragen?”

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De gunsten die Allah ons schenkt moeten een bijkomende reden zijn om Hem nog meer te bedanken.
  • Allah werkelijk bedanken houdt in dat we goede daden verrichten en niet enkel eenvoudigweg deze woorden uitspreken.

0099. A’isha heeft gezegd:

Tijdens de tien laatste dagen van de maand Ramadan waakte de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) ’s nachts in aanbidding, maakte hij de leden van zijn familie wakker, was hij erg toegewijd in zijn aanbidding en trok hij zijn izar tegen zich aan.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Het is aanbevolen om een deel van de nacht in gebed te waken tijdens de maand Ramadan en in het bijzonder tijdens het laatste derde deel van deze gezegende maand.
  • De izar is een stuk stof dat de taille bedekt. “Zijn izar tegen zich aan trekken” is een metafoor voor seksuele onthouding. Het kan ook betekenen dat je jezelf wijdt aan de aanbidding.

0100. Abu Hurayra levert de volgende woorden over van de Boodschapper van Allah (sallaAllahu ‘alayhi wa salam):

De sterke gelovige is beter en meer geliefd bij Allah dan de zwakke gelovige en in elk van beiden schuilt iets goeds. Streef naar wat nuttig is voor jou, zoek hulp bij Allah en verzwak niet. Als tegenspoed jou treft, zeg dan niet: “Had ik maar dit of dat gedaan”, maar zeg liever: “Dat is wat Allah bepaald heeft en Hij doet wat Hij wil.” Want het woordje “als” opent de deur naar de influisteringen van de duivel.

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Lichamelijke en mentale kracht zijn waardevolle troeven om de Godsdienstige verplichtingen na te komen zoals het gebed, het vasten, de bedevaart en elke inspanning op de weg van Allah.
  • De mens moet waken over hetgeen nuttig kan zijn voor hem in deze wereld en in het Hiernamaals en hij moet om de hulp van Allah smeken om zijn doelstellingen te verwezenlijken. Dat is de betekenis van op Allah vertrouwen in alle omstandigheden.

0101. Nog steeds volgens hem heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

De Hel wordt gesluierd door de begeerten en het Paradijs wordt gesluierd door onaangename zaken.

(Al-Bukhari en Muslim)

In een versie van Muslim vinden we “Omringt” terug in de plaats van “gesluierd”.

 

Commentaar:

  • Imam al-Qurtubi heeft gezegd: “ Dit zijn welsprekende woorden die de hoogste graden van de retoriek hebben bereikt. De Profeet (vzmh) heeft de onaangename zaken het beeld van een sluier gegeven. Het Paradijs kan enkel bereikt worden door voorbij de onaangename zaken te geraken en door geduld te oefenen. Aan de Hel kunnen we enkel ontsnappen door de begeerten van de ziel achterwege te laten.

0102. Abu ‘Abdillah Hudhayfa ibn al-Yaman levert de volgende woorden over:

Op een nacht was ik aan het bidden met de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam). Hij begon zijn recitatie met de soera Al-Baqara. Ik dacht dat hij ging buigen nadat hij honderd verzen had gereciteerd, maar hij ging verder. Ik dacht toen dat hij de volledige soera ging reciteren in één rak’a, maar hij ging verder met reciteren en begon aan de soera An-Nisa tot aan het einde ervan en onmiddellijk daarna ging hij door met de soera Al ‘Imran die hij volledig reciteerde. Hij reciteerde traag en articuleerde goed. Als hij een vers las dat over de verheerlijking van Allah sprak, verheerlijkte hij Hem. Als hij aan een vers kwam dat een verzoek tot Allah bevatte, richtte hij een verzoek tot Allah ; als hij een vers las waarin de bescherming van Allah gevraagd werd, dan vroeg hij deze. Vervolgens boog hij en zei: “Glorieus zij mijn Heer, de Allergrootste.” Hij boog even lang als hij rechtgestaan had, vervolgens zij hij: “Allah hoort degene die Hem prijst. Heer! Alle lof zij U!” Zo kwam hij terug recht en bleef even lang in deze houding staan als hij gebogen had. Vervolgens knielde hij en zei: “Glorie zij mijn Heer, de Allerhoogste.” Hij bleef bijna even lang geknield als toen hij rechtgestaan had.

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Het is aanbevolen om het gebed langer te maken tijdens de nacht. De Profeet (vzmh) reciteerde langzaam en articuleerde elke letter heel goed.

0103. Ibn Mas’ud heeft gezegd:

Op een nacht heb ik samen met de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) gebeden en toen hij erg lang in de rechtstaande houding bleef staan, heb ik eraan gedacht om iets slechts te doen. – Er werd hem gevraagd: “Waaraan heb je gedacht?” – Hij antwoordde: “Ik heb eraan gedacht om te gaan zitten en om hem alleen te laten voortdoen.”

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De Profeet (vzmh) bracht zijn nachten door met lange gebeden, hij overtrof de metgezellen in aanbidding.

0104. Volgens Anas heeft de Boodschapper van Allah (vzmh) gezegd:

Drie zaken vergezellen de overledene bij zijn begrafenis: Zijn familie, zijn bezittingen en zijn daden. Twee ervan keren terug en slechts één blijft bij hem: Zijn familie en zijn bezittingen keren terug en enkel zijn daden blijven bij hem.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We moeten de enige bagage die we meenemen in ons graf goed voorbereiden: Onze goede daden die ons gezelschap zullen houden als we alleen zullen zijn, zonder familie of bezittingen om een beroep op te doen.

0105. Volgens Ibn Mas’ud heeft de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) gezegd:

Het Paradijs is dichter bij één van jullie dan de veter van zijn schoen en hetzelfde geldt voor de Hel.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Gehoorzaamheid leidt naar het Paradijs, net zoals ongehoorzaamheid naar de Hel leidt. We hebben twee mogelijkheden, evenredig verdeeld: Het is aan ons om de goede keuze te maken en om de rechte weg te kiezen. De toegang tot het Paradijs is eenvoudig voor degene voor wie Allah dit gemakkelijk heeft gemaakt. Het houdt in dat we onze intentie moeten zuiveren en dat we goede daden moeten verrichten. De toegang tot de Hel is ook eenvoudig, de mens slaagt daarin als hij zich overgeeft aan zijn begeerten en ongehoorzaam is aan zijn Heer.

0106. Abu Firas Rabi’a ibn Ka’b al-Aslami, een bediende van de Profeet (vzmh) en één van de mensen van de Suffa, heeft gezegd:

Ik bracht mijn nachten door in het gezelschap van de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) en ik bracht hem het water dat bestemd was voor zijn rituele wassing en andere noodzakelijke dingen. Op een keer zei hij me: “Vraag mij iets.” Ik zei hem toen: “Ik vraag je jouw gezelschap in het Paradijs.” Hij vroeg: “Is dat alles?” – Ja, antwoordde ik. Toen zei hij: “Help mij, tegen je begeerten in, door veel neer te knielen.”

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Deze hadith toont aan dat het Paradijs verkregen wordt door te strijden tegen je ziel in de gehoorzaamheid aan Allah. Hij wijst ook op de liefde van de metgezellen voor de Profeet (vzmh) en dat ze eraan gehecht waren om in zijn gezelschap te blijven in het Paradijs.
  • Het ware gezelschap schuilt in het feit de Sunna van de Profeet (vzmh) na te leven.
  • Suffa is een overdekte plaats aan de moskee van de Profeet (vzmh) waar de armen hun toevlucht zochten.

0107. Abu ‘Abd ar-Rahman Thawban, de slaaf van de Boodschapper van Allah (vzmh) heeft gezegd:

Ik heb de Boodschapper van Allah (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) horen zeggen: “Kniel overvloedig vaak neer, want telkens als je neerknielt voor Allah, zal Hij jou een graad verheffen en een fout van je uitwissen.”

(Muslim)

 

Commentaar:

  • De goede daden wissen de slechte daden uit. Deze hadith verduidelijkt het belang van de veelvuldige knielingen en de grote verdienste van het gebed

0108. Abu Safwan ‘Abdillah ibn Busr al-Aslami heeft gezegd:

De Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) heeft gezegd: “De beste van alle mensen is de persoon met een lang leven en goede daden.”

(Tirmidhi)

 

Commentaar:

  • Tijd is waardevol in het leven van de gelovige. Hij moet deze dus ten volle benutten in het verrichten van vrome daden. De hadith wijst ook op de gunst van een lang leven als dit gepaard gaat met goede daden.

0109. Anas heeft gezegd:

Mijn oom Anas ibn an-Nadr had niet deelgenomen aan de slag van Badr. Hij zei tegen de Profeet van Allah: “O Profeet van Allah! Ik was afwezig bij de eerste veldslag die je geleverd hebt tegen de afgoddienaars. Maar als Allah mij toestaat om deel te nemen aan een veldslag tegen hen, dan zal Hij jullie laten zien waartoe ik in staat ben.” Op de dag van de slag van Uhud verlieten de moslims hun posities. Anas ibn an-Nadr zei toen tegen Allah: “Allah! Ik vraag U om vergeving voor wat zij (de metgezellen) gedaan hebben en ik verklaar mezelf onschuldig aan de daden van die anderen (de afgoddienaren).” Toen ging hij vooruit en hij ontmoette Sa’d ibn Mu’adh tegen wie hij zei: “O Sa’d! Bij de Heer van de Ka’ba, ik ruik dat de geur van het Paradijs dichterbij is dan de berg Uhud.” Sa’d zei (later tegen de Profeet vzmh): “O Profeet van Allah! Ik heb niet kunnen doen wat hij gedaan heeft.” Anas voegde eraan toe: “We hebben op zijn lichaam meer dan tachtig wonen geteld, afkomstig van sabels, lansen en pijlen. We hebben hem dood gevonden, zijn gezicht verminkt door de afgoddienaren. Niemand kon hem herkennen, behalve zijn zus die hem herkende aan zijn vingertoppen. We denken dat het volgende vers werd geopenbaard in verband met hem en met mannen net als hij: “Er zijn onder de gelovigen mannen die oprecht waren in hun verbintenis tegenover Allah..” tot aan het einde van het vers (Koran 33/23).

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De metgezellen van de Profeet (sallaAllahu ‘alayhi wa salam) waren oprecht in hun verlangen om bij Allah en in Zijn Paradijs te zijn.

0110. Abu Mas'ud 'Uqba ibn 'Amr al-Ansari levert over:

Toen het vers over de wettelijke aalmoes geopenbaard werd, verhuurden we onze diensten als kruier (om geld te verdienen om als aalmoes te geven). Een man kwam een grote aalmoes geven en hij werd onmiddellijk beschuldigd van uiterlijk vertoon. Een andere man gaf een aalmoes ter grootte van een 'sa'* en er werd gezegd: "Allah heeft deze aalmoes zeker niet nodig." Toen werd het volgende vers geopenbaard: "Zij die zich beledigend uitlaten over de aalmoezen van de vrijwillige gevers onder de gelovigen en over degenen die vanwege hun armoede niets vinden om te geven en die dan de spot met hen drijven: Allah zal de spot drijven met hen en voor hen is er een pijnlijke bestraffing." (Koran 9/79)

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De gelovige moet gehoorzaam zijn aan zijn Heer in de mate van het mogelijke.
  • We worden aangespoord om aalmoezen te geven, hoe klein deze ook zijn en we mogen de goede daad niet onderschatten, hoe klein die ook is.
  • * Een 'sa' is een maat die overeenkomt met vier mudd, of ongeveer drie kilo.

0111. Volgens Sa'id ibn 'Abd al-'Aziz en anderen heeft de Profeet gezegd, onder hetgeen hij heeft overgeleverd van Allah:

 

 

O Mijn dienaren! Ik heb Mezelf onrecht verboden en Ik verbied onrecht onder jullie. Geef jullie niet over aan onrechtvaardigheid tegenover elkaar. O Mijn dienaren! Jullie zijn allemaal afgedwaald, behalve degenen die Ik leid. Vraag Mij om jullie te leiden en Ik zal jullie leiden. O Mijn dienaren! Jullie zijn allemaal hongerig, behalve degenen die Ik voed. Vraag Mij dus om jullie te voeden en Ik zal jullie voeden. O Mijn dienaren! Jullie zijn allemaal naakt, behalve degenen die Ik heb gekleed. Vraag Mij dus om jullie te kleden en Ik zal jullie kleden. O Mijn dienaren! Jullie zondigen 's nachts en overdag en Ik vergeef alle zonden. Smeek dus om Mijn vergeving en Ik zal jullie vergeven. O Mijn dienaren! Jullie kunnen Mij niet schaden en jullie kunnen niet nuttig zijn voor Mij, op zoek naar Mijn nut. O Mijn dienaren! Als iedereen, van de eerste tot de laatste van de mensen en de jinn, een hart zou hebben dat zo vroom is als de vroomste onder jullie, dan zou dat niets toevoegen aan Mijn koninkrijk. O Mijn dienaren! Als iedereen, van de eerste tot de laatste van de mensen en de jinn een hart zou hebben dat zo verdorven is als het hart van de meest verdorvene onder jullie, dan zou dat niets wegnemen van Mijn koninkrijk. O Mijn dienaren! Als iedereen, van de eerste tot de laatste van de mensen en de jinn zich zou verzamelen op één plaats en Mij zou smeken, en als Ik aan iedereen zou geven wat hij vraagt, dan zou dat hetgeen Ik bezit in niets doen afnemen, net zoals de naald die in de zee gestoken wordt niets van de zee afneemt als je de naald eruit haalt. O Mijn dienaren! Het zijn jullie daden waarmee Ik rekening houd en het is volgens jullie daden dat Ik jullie zal beoordelen. Als iemand daarmee het goede zal oogsten, laat hem dan Allah danken. Als iemand iets anders oogst, dan kan hij dit enkel zichzelf kwalijk nemen.

(Muslim)

- Sa'd heeft gezegd: "Toen Abu Idriss deze hadith overleverde, ging hij op zijn knieën zitten."

- Er word overgeleverd van Imam Ahmed: "Er is geen nobelere hadith dan deze voor de inwoners van Sham (streek van Syrië)."

 

Commentaar:

  • De leiding, de vergeving en het voorzien in levensvoorzieningen behoort toe aan Allah. We moeten dus meer smeekbeden verrichten.
  • Gehoorzaamheid aan Allah levert Hem niets op, net zoals ongehoorzaamheid aan Allah Hem niet schaadt.