0171. Abu 'Amrin Jarir ibn 'Abdillah levert over:

We waren 's morgens bij de Boodschapper van Allah (sallaAllahu 'alayhi wa salam) toen er mensen bij hem kwamen. Ze waren enkel gekleed in een wollen kledingstuk en hun zwaard hing rond hun nek. De meesten onder hen - om niet te zeggen allemaal - behoorden tot de stam van Mudar. Het gezicht van de Profeet (vzmh) veranderde van kleur toen hij de armoedige toestand van deze mensen zag. Hij ging zijn woning binnen, kwam vervolgens naar buiten en beval Bilal om de oproep tot het gebed te verrichten. Hij leidde het gebed en gaf toen de volgende preek: "O mensen! Vrees jullie Heer die jullie schiep uit één enkele ziel en daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voortkomen. En vrees Allah in wiens Naam jullie elkaar om hulp vragen en onderhoud de familiebanden. Voorwaar, Allah is de Waker over jullie." (Koran 4/1). Vervolgens reciteerde hij het vers op het einde van de soera al-Hishr: "O jullie die geloven! Vrees Allah en laat iedere ziel toezien op wat ze heeft vooruitgezonden voor de volgende dag." (Koran 59/18). Dan voegde hij eraan toe: "Laat één van jullie een aalmoes geven van een dinar, een dirham, zijn kleding, een maat graan of dadels." Totdat hij zei: "Of zelfs een halve dadel." Een man van de Ansar kwam met een beurs die zo groot was dat hij hem niet met zijn hand kon omsluiten. Toen kwamen de mensen één na een, totdat ik zag hoe zich twee stapels vormden, één met eten en de andere met kleren. Het gezicht van de Boodschapper van Allah (vzmh) klaarde toen op en hij zei: "Als iemand in de islam een lovenswaardige praktijk invoert, dan zal hij de beloning krijgen voor deze praktijk en de beloning van degenen die deze daad verrichten, zonder dat hun beloning daardoor afneemt. En als iemand in de islam een verwerpelijke praktijk invoert, dan zal hij daarvoor de zonde dragen en ook de zonde van degenen die deze daad verrichten zonder dat daardoor hun eigen zonde afneemt."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • De welgestelde persoon is verplicht om de behoeftige hulp te bieden.
  • De Profeet (vzmh) had medelijden en hij was bedroeft omwille van de armen en de behoeftigen. De Profeet was blij met de gedachte dat hij de armen gelukkig en opgelucht zou zien en hij was erg solidair.
  • Er wordt gewezen op de gunsten van het geloof van de gelovige dat hem ertoe aanzet om het goede te verrichten. We worden aangespoord om aalmoezen te geven, hoe klein deze ook zijn.
  • De metgezellen reageerden onmiddellijk en haastten zich om op het verzoek van de Profeet in te gaan. Ze wedijverden met elkaar in het goede.
  • De moslim wordt aangespoord om een toonbeeld van goedheid voor de mensen te zijn en hij wordt gewaarschuwd voor het feit een slecht voorbeeld te zijn voor de mensen.
  • Ansar, dat zijn de bewoners van Medina die de Profeet (vzmh) en zijn metgezellen hebben ontvangen en geholpen na de Hijra.

0172. Volgens Ibn Mas'ud heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Er is geen mens die ten onrechte gedood wordt zonder dat de oudste van de zonen van Adam daar gedeeltelijk verantwoordelijk voor is, want hij heeft de moord als eerste ingevoerd.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Wie een verwerpelijke praktijk invoert, zal de zonde van degenen die hem daarin zullen volgen, op zijn nek dragen.