0184. Abu Sa'id al Khudri levert over:

 

Ik heb de Boodschapper van Allah (sallaAllahu 'alayhi wa salam) horen zeggen: "Als iemand van jullie iets verwerpelijks ziet, laat hem dit dan verbeteren met zijn hand. Als hij dat niet kan, dan met zijn tong en als hij dat niet kan, dan met zijn hart. Deze laatste houding is de zwakste graad van het geloof."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • We zijn verplicht om het verwerpelijke te voorkomen op de beste manier. We moeten een afkeer voelen voor alles wat verwerpelijk is en we moeten ertegen strijden.
  • Het goede bevelen en het verwerpelijke verbieden is een verantwoordelijkheid die rust op de hele gemeenschap. De islam hecht er belang aan om het kwade te bestrijden, want dat laatste verzwakt de gemeenschap zolang het niet verboden is.

 

0185. Volgens Ibn Mas'ud heeft de Boodschapper van Allah gezegd:

Er is geen profeet die Allah naar een gemeenschap vóór mij heeft gestuurd, die in zijn gemeenschap geen volgelingen en metgezellen vond die zijn sunna volgden en zijn bevelen naleefden. Er zullen vervolgens generaties komen die zullen zeggen wat ze niet zullen doen en die zullen verrichten wat hen niet werd bevolen. Wie hen zal bestrijden met zijn hand, zal gelovig zijn; wie hen zal bestrijden met zijn hart zal gelovig zijn en ook wie hen zal bestrijden met woorden. Maar daarna blijft er geen mosterdzaadje aan geloof meer over.

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Het verwerpelijke met je hart niet afkeurenswaardig vinden, getuigt van een gebrek aan geloof. Het verwerpelijke verafschuwen en handelen om zich daarentegen te verzetten, is een bewijs van een diepgeworteld geloof; zwijgen daarentegen is een teken van een zwak en wankel geloof.
  • Iedereen is verantwoordelijk voor het verbieden van het verwerpelijke, in de mate van ieders mogelijkheden.

0186. Abu al-Walid 'Ubada ibn as-Samit levert over:

We hebben een verbond gesloten met de Boodschapper van Allah (sallaAllahu 'alayhi wa salam), waarin we ons ertoe verbonden om gehoorzaam te zijn, zowel in gemakkelijke als moeilijke tijden, in daden die ons opgelegd worden en zaken die gemakkelijk waren, zelfs als er partijdigheid was in ons nadeel. We hebben ons er ook toe verbonden om ons niet te verzetten tegen de machthebbers, behalve als we een duidelijke daad van ongeloof zagen die in strijd was met een duidelijk voorschrift, en om de waarheid te verkondigen waar we ook waren, zonder de blaam van wie dan ook te vrezen.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden aangespoord om gehoorzaam te zijn aan degenen die de macht uitoefenen onder de moslims, zolang ze niet de zonde bevelen.
  • De eenheid van de moslims behoort tot de gunsten van de gehoorzaamheid.
  • We mogen ons niet verzetten tegen de machthebbers, behalve als hun daden niet overeenstemmen met de principes van de islam. In dit laatste geval moeten we tonen dat we niet akkoord gaan en de waarheid verkondigen, waar deze ook vandaan komt.

0187. Volgens an-Nu'man ibn Bashir heeft de Boodschapper van Allah gezegd:

Hij die de verboden van Allah respecteert en hij die ze niet respecteert zijn te vergelijken met een groep mensen die geloot hebben om aan elk van hen de plaats toe te wijzen die hij zal innemen in een boot. Sommigen van hen krijgen het dek van de boot toegewezen, anderen het ruim. Als deze laatsten water willen putten, zijn ze verplicht om aan dek te gaan. Ze zeggen dan: "Als we een gat zouden maken in het ruim, dan moeten we degenen die boven ons verblijven niet meer storen." Mochten de passagiers van de boot hen laten begaan, dan zouden ze allemaal vergaan; maar als ze hen ertoe verhinderen, dan zullen ze allemaal gered zijn.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Het feit een verwerpelijke daad niet te verrichten, is goed, zowel voor degene die dit doet als voor de hele gemeenschap. De verdorvenheid van de maatschappij is te wijten aan het feit dat verderf en onrecht zich verspreiden zonder dat iemand het initiatief neemt om er iets aan te doen.
  • Sommigen richten schade aan in de gemeenschap omdat ze niet genoeg nadenken over de gevolgen van hun daden, hoewel hun intentie goed is. Daarom is het noodzakelijk om goede aanbevelingen te geven.

0188. De moeder der gelovigen, Umm Salama levert over dat de Profeet (vzmh) gezegd heeft:

Er zullen leiders aangesteld worden waarvan jullie sommige daden zullen goedkeuren en andere daden zullen afkeuren. Wie (in zichzelf) afkeer zal voelen, zal onschuldig zijn en wie deze daden openlijk zal afkeuren, zal zijn redding verzekerd hebben. Maar wie ze zal goedkeuren en hen zal volgen (zal gezondigd hebben)." Ze zeiden: "O Boodschapper van Allah! Zullen we ze niet moeten bestrijden?" De Profeet (vzmh) antwoordde: "Nee, niet zolang ze het gebed met jullie zullen verrichten."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Het was één van de wonderen van de Profeet (vzmh) dat hij toekomstige gebeurtenissen voorspelde.
  • Het gebed is de pilaar van de godsdienst en het element dat de gelovige van de ongelovige onderscheidt.
  • We worden gewaarschuwd voor het verspreiden van opstanden en onenigheid binnen de gemeenschap. Dat is verwerpelijker dan het feit zich niet te verzetten tegen verdorven leiders.

0189. De moeder der gelovigen, Zaynab bint Jahsh, levert over dat de Profeet verschrikt bij haar binnenkwam en zei:

"Er is geen God behalve Allah! Wee de Arabieren voor een naderend kwaad! Er is vandaag zo'n gat gekomen - en hij maakte een cirkel door zijn duim en zijn wijsvinger samen te brengen - in de dam die de volkeren Gog en Magog tegenhoudt." Toen zei Zaybab: "O Boodschapper van Allah! Zullen we allemaal vergaan terwijl er onder ons vrome mensen zijn?" De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: "Ja! Als de verdorvenheid zich verspreidt."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De ondergang zal plaatsvinden wegens het grote aantal zonden en de verspreiding ervan, zelfs als er nog veel vrome mensen overblijven. De rampen zullen de hele gemeenschap treffen - zowel vrome als verdorven mensen - maar de mensen zullen nadien volgens hun intenties opgewekt worden.
  • We worden aangespoord om geen zonden te verrichten.

0190. Volgens Abu Sa'id al-Kudri heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

"Zorg ervoor dat jullie niet op straat zitten!" Ze zeiden: "O Boodschapper van Allah! Soms is dat noodzakelijk, we spreken er over onze zaken." De Profeet (vzmh) zei toen: "Als jullie echt niet anders kunnen, geef dan de straat haar rechten." Ze vroegen: "En wat zijn de rechten van de straat, Boodschapper van Allah?" Hij zei: "De blik neerslaan, geen onrecht aanrichten, de groet beantwoorden, het goede bevelen en het verwerpelijke verbieden."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden gewaarschuwd voor het feit om zonder reden op straat te blijven.
  • De straat heeft nog andere rechten die in andere hadith vermeld worden: een correct taalgebruik hanteren, hulp bieden aan degene die zijn spullen niet alleen kan dragen, hulp bieden aan het slachtoffer van een onrecht, de juiste weg wijzen aan iemand die verdwaald is, enz.

0191. Ibn 'Abbas levert over:

De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) zag een gouden ring aan de vinger van een man. Hij deed hem af, gooide hem op de grond en zei vervolgens: "Zou iemand van jullie vrijwillig een gloeiende kool in zijn hand houden?" Toen de Profeet wegging, werd er tegen de man gezegd: "Raap je ring op en haal er enig voordeel uit." De man antwoordde: "Nee! Bij Allah! Ik zal hem niet oprapen als de Profeet (vzmh) hem weggegooid heeft!"

(Muslim)

 

Commentaar: 

  • We moeten het verwerpelijke afkeuren met de hand, als dat mogelijk is. Het is voor de mannen uitdrukkelijk verboden om goud te dragen. De metgezellen waren eraan gehecht om de bevelen van de Profeet (vzmh) op te volgen.

0192. Abu Sa'id al-Hasan al-Basri levert over dat de metgezel van de Profeet - A'idh ibn 'Amr, bij Ubaydillah ibn Ziyad binnenkwam en hem zei:

Mijn zoon, ik heb de Boodschapper van Allah (sallaAllahu 'alayhi wa salam) horen zeggen: "De slechtste herder is de brutale herder. Zorg ervoor dat je niet tot hen behoort." Hij antwoordde hem: "Ga zitten! Je bent iemand van weinig belang onder de metgezellen van Mohammed (vzmh)." Toen antwoordde A'idh: "Zijn er dan metgezellen die niet van belang zijn? De mensen zonder belang zijn enkel degenen die hen opvolgden en degenen die niet tot hen behoorden!"

(Muslim)

 

Commentaar:

  • De metgezellen van de Profeet (vzmh) bevalen het goede en keurden het verwerpelijke af in alle omstandigheden.
  • A'idh ibn 'Amr was moedig en aarzelde niet om 'Ubaydallah te antwoorden, door hem erop te wijzen dat alle metgezellen van de Profeet waardig en nobel zijn.

0193. Volgens Hudhayfa heeft de Boodschapper van Allah (vzmh) gezegd:

Bij Degene die mijn ziel in Zijn hand houdt, jullie zullen het goede bevelen en jullie zullen het verwerpelijke verbieden, want anders zal Allah niet aarzelen om jullie Zijn bestraffing te sturen. Jullie zullen Hem dan aanroepen, maar Hij zal jullie niet verhoren.

(At-Tirmidhi - Hasan beschouwt)

 

Commentaar:

  • Het goede niet bevelen en het verwerpelijke niet verbieden zorgt ervoor dat de smeekbede niet verhoord wordt.

0194. Volgens Abu Sa'id al-Khudri heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

De beste strijd is het uitspreken van waarachtige woorden in aanwezigheid van een onderdrukkende heerser.

(Abu Dawud en at-Tirmidhi - Hasan beschouwt)

 

Commentaar:

  • Het goede bevelen behoort tot de strijd voor de zaak van Allah, een strijd die op verschillende niveaus gevoerd wordt.

0195. Tariq ibn Shihab al-Bajali al-Ahmasi levert over dat een man zijn voet in de stijgbeugel geplaatst had en aan de Profeet (vzmh) vroeg:

"Wat is de beste strijd?" De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) antwoordde: "Waarachtige woorden in aanwezigheid van een onderdrukkende heerser."

(an-Nasa'i - Authentiek)

 

Commentaar:

  • Het goede bevelen en het slechte verbieden in aanwezigheid van een onrechtvaardige leider is de beste strijd voor de zaak van Allah, want het wijst op de zekerheid en het diepgewortelde geloof van de persoon die dergelijke woorden uitspreekt en die zich geen zorgen maakt over de gevolgen en geen schrik heeft voor enige blaam.

0196. Volgens Ibn 'Abbas heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

De eerste zwakheid van de Kinderen van Israël op het vlak van de godsdienst verscheen toen een man een andere man ontmoette en hem zei: "O jij! Vrees Allah en laat achterwege wat je verricht, want het is verboden voor jou!" De volgende dag ontmoette hij hem opnieuw in dezelfde staat. Dit weerhield hem er echter niet van om in zijn gezelschap te eten, te drinken en te zitten. Terwijl ze zich zo gedroegen, zorgde Allah voor vijandigheid tussen beiden. Toen reciteerde de Profeet (vzmh): "Vervloekt waren degenen die ongelovig waren van de Kinderen van Israël, door de tong van Dawud en 'Isa, de zoon van Maryam, omdat zij ongehoorzaam waren en de wet overtraden. Ze verboden elkaar niet het verwerpelijke dat zij verrichtten. Slecht is wat zij deden! Je ziet velen van hen de ongelovigen als beschermers nemen. Slecht is wat zij voor zichzelf gedaan hebben! Allah is woedend op hen. En zij zullen eeuwig levenden zijn in de bestraffing. Als zij maar in Allah geloofd hadden, en in de Profeet en in wat aan hem geopenbaard was, dan hadden zij hen niet tot beschermers genomen. Maar velen van hen zijn zware zondaren." (Koran 5/78-81). Toen vervolgde de Profeet (vzmh): "Maar nee! Bij Allah, jullie zullen het goede bevelen, het verwerpelijke verbieden, jullie zullen de onrechtvaardige bestrijden, jullie zullen de onrechtvaardige op het goede pad brengen en hem verplichten om rechtvaardig te zijn, want anders zal Allah haat zaaien onder jullie en vervolgens zal Hij jullie vervloeken zoals Hij hen vervloekt heeft."

(Abu Dawud)

 

Commentaar:

  • Zwijgen als je een verwerpelijke daad ziet, zorgt ervoor dat deze daad nog meer verricht en verspreid wordt.

0197. Er wordt overgeleverd dat Abu Bakr as-Siddiq gezegd heeft:

O mensen! Jullie reciteren zeker dit vers: "O jullie die geloven! Jullie zijn verantwoordelijk voor jezelf! Degene die dwaalt kan jullie geen schade berokkenen als jullie de Leiding volgen." (Koran 5/105) En ik heb de Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) horen zeggen: "Als de mensen de onrechtvaardige niet meer zullen beletten om zijn wandaden te verrichten, dan zal het niet lang meer duren voor Allah ze allemaal straft."

(Abu Dawud, At-Tirmidhi en an-Nasa'i)

 

Commentaar:

  • De gemeenschap moet solidair zijn met iedereen en we moeten elkaar onderling aansporen tot rechtvaardigheid.
  • De bestraffing van Allah treft de onrechtvaardige, maar ook degene die hem niet verhinderd heeft om zijn onrecht te plegen, terwijl hij daar wel de middelen toe had.