0199. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

De schijnheilige heeft drie kenmerken: "Als hij spreekt, liegt hij; als hij iets belooft, komt hij zijn belofte niet na en als hem iets wordt toevertrouwd, pleegt hij verraad.

(Al-Bukhari en Muslim)

In een andere versie vinden we terug: 

... Zelfs als hij vast, het gebed verricht en beweert dat hij moslim is.

 

Commentaar:

  • Wie deze 3 kenmerken in zich verenigt, wordt beschouwd als een schijnheilige in het praktiseren van zijn geloof. Toch moet hij ervoor zorgen dat deze schijnheiligheid niet leidt tot schijnheiligheid in zijn geloof.

0200. Hudhayfa ibn al-Yaman levert over:

De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) heeft ons twee gebeurtenissen verteld waarvan de eerste zich al heeft voorgedaan; wat de tweede betreft, wacht ik nog op zijn verwezenlijking. Hij heeft ons gezegd dat de toevertrouwde zaak (van het geloof) geworteld zit in het hart van de mensen. Vervolgens werd de Koran geopenbaard. Toen vernamen ze dus (de toevertrouwde zaak van) de Koran en de Sunna. Daarna vertelde hij ons over de manier waarop deze toevertrouwde zaak zal weggenomen worden. Hij zei: "De mens zal een moment in slaap vallen en de toevertrouwde zaak zal uit zijn hart gehaald worden en slechts een licht spoor ervan achterlaten. Dan zal hij opnieuw in slaap vallen en de toevertrouwde zaak zal uit zijn hart gehaald worden, een spoor achterlatend dat lijkt op een brandblaar, zoals een gloeiende kool die je op je voet laat vallen en die zo een brandblaar veroorzaakt. Het zal lijken dat deze blaar uitsteekt, maar in werkelijkheid is hij leeg (hij nam toen een keitje dat hij op zijn voet liet vallen). De mensen zullen verbintenissen aangaan, maar je zal bijna niemand vinden om deze te respecteren, totdat er zal gezegd worden: "Er is in die stam een man die zijn verbintenissen nakomt." Dan zal hem gezegd worden: "Hoe sterk is hij! Hoe hoffelijk is hij! Hoe verstandig is hij!" Terwijl hij zelfs niet over een mosterdzaadje aan geloof beschikt. Er was een tijd dat ik mij er geen zorgen over maakte met wie van jullie ik een verbintenis was aangegaan. Als hij moslim was, dan was zijn godsdienst voor mij een teken van garantie en als hij jood of christen was, dan was het zijn bestuurder die garant stond voor hem. Nu ga ik enkel nog een verbintenis aan met die en die."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Al-amana - hier vertaald als toevertrouwde zaak - is de bescherming van wat Allah ons geschonken heeft. De oprechtheid in de relaties tussen mensen en het teruggeven van de toevertrouwde zaken aan de rechthebbenden zullen geleidelijk aan met de tijd verdwijnen totdat we deze eigenschappen enkel nog bij een paar uitzonderlijke mensen terugvinden.
  • We moeten ervoor zorgen dat we niet enkel het uiterlijk beschermen en de intimiteit van het hart niet verwaarlozen.

0201. Volgens Hudhayfa en Abu Hurayra heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

"Allah - Gezegend en Verheven - zal de mensen op de Dag der Opstanding verzamelen. De gelovigen zullen opstaan en het Paradijs zal hen nabij gebracht worden. Ze zullen naar Adam gaan en hem zeggen: "O onze vader! Vraag dat ons toegang gegeven wordt tot het Paradijs!" Hij zal antwoorden: "En wat heeft jullie uit het Paradijs verjaagd, behalve dan de zonde die jullie vader heeft? Ik ben dat niet waardig, richt jullie liever tot mijn zoon Ibrahim, de goede vriend van Allah." Ze zullen naar Ibrahim gaan en deze laatste zal zeggen: "Ik ben dat niet waardig, ga liever naar Musa, degene tegen wie Allah rechtstreeks heeft gesproken." Ze zullen naar Musa gaan, die hen zal zeggen: "Ik ben dat niet waardig, richt jullie liever tot 'Isa, het Woord en de Geest die van Allah afkomstig zijn." 'Isa zal zeggen: "Ik ben dat niet waardig." Ze zullen dan naar Mohammed (vzmh) gaan, die zal opstaan en die de toestemming zal krijgen om te bemiddelen. De toevertrouwde zaken en de familierelaties zullen dan aan beide zijden van de brug (Sirat) verschijnen. De eerste onder jullie zal deze brug oversteken met de snelheid van de bliksem." - Ik vroeg toen aan de Profeet: "Jij die mij dierbaarder bent dan mijn vader en mijn moeder, hoe kunnen we ons de snelheid van de bliksem voorstellen?" De Profeet antwoordde: "Zien jullie niet hoe de bliksem de lucht doorklieft in een oogwenk? De tweede zal de brug oversteken met de snelheid van de wind, een andere met de snelheid van een vogel. De snelheid waarmee de mensen de brug zullen oversteken, is in functie van hun daden. Jullie Profeet zal dicht bij de brug staan en zeggen: "Heer, bescherm hen! Bescherm hen!" totdat de daden van de mensen niet meer zullen volstaan om de brug over te steken. Dan zal een man zich enkel nog al kruipend kunnen voortbewegen. Aan beide zijden van de brug zullen grijptangen opgesteld zijn. Die moeten de mensen die hen werden aangewezen, vastgrijpen. Zo zullen sommigen gewond raken door deze tangen, maar ze zullen er uiteindelijk aan ontsnappen. Anderen zullen in het Vuur geworpen en opgestapeld worden. Bij Degene die de ziel van Abu Hurayra in Zijn Hand houdt, de diepte van de Hel is gelijk aan een afstand van tien jaar wandelen."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Er wordt gewezen op de gunst van de Profeet Mohammed (vzmh) ten opzichte van de andere profeten en op de voortreffelijke plaats die hij inneemt bij Allah.
  • De Profeet zal mogen bemiddelen op de Dag der Opstanding. We moeten ook de nadruk leggen op zijn medeleven en zijn vrijgevigheid: Op de Dag van het Laatste Oordeel, als iedereen enkel aan zichzelf zal denken, zal de Profeet aan elke persoon van zijn gemeenschap denken en hij zal Allah smeken ten gunste van ons.
  • Er wordt veel belang gehecht aan respect voor de toevertrouwde zaken en de familierelaties, die langs beide zijden van de brug zullen verschijnen.

0202. Abu Khubayb 'Abdullah ibn az-Zubayr heeft gezegd:

Toen Zubayr op het punt stond om deel te nemen aan de slag van de Kameel, riep hij me en ik ging naar hem toe. Hij zei me: "Mijn zoon, vandaag zullen enkel de rechtvaardige of de onrechtvaardige gedood worden. En ik zie dat ik ten onrechte zal gedood worden. Mijn grootste zorg is mijn schuld. Denk je niet dat er voor jullie, na het betalen van mijn schuld, nog iets van mijn bezittingen zal overblijven?" Toen voegde hij eraan toe: "Mijn zoon, verkoop onze bezittingen en betaal mijn schuld." Hij liet het overige derde deel van zijn bezittingen en een derde van dit derde deel na aan de kinderen van 'Abdullah ibn Zubayr. Vervolgens zei hij: "Ja toch, na het vereffenen van mijn schuld blijft er nog iets over van onze bezittingen. Geef een derde ervan aan je kinderen." Hisham zei: "Sommige kinderen van 'Abdullah hadden de leeftijd bereikt van twee kinderen van Zubayr, Khoebayb en 'Abbad. Zubayr had negen zonen en negen dochters." 'Abdullah zei: "Hij gaf me de volgende aanbevelingen in verband met zijn schuld: "Mijn zoon, als je een deel van deze schuld niet kan betalen, vraag dan hulp van mijn Heer." Ibn Zubayr zei: "Bij Allah, ik begreep niet wat hij wilde zeggen en ik vroeg hem: "Mijn vader, wie is dan jouw Heer?" Hij antwoordde me: "Dat is Allah." Bij Allah! Telkens als zijn schuld mij zorgen baarde, richtte ik me als volgt tot Allah: "O Heer van Zubayr! Betaal zijn schuld!" En zijn schuld werd vereffend." Zubayr liet na zijn dood geen dinar of dirham achter, maar wel grondbezittingen, waarvan een domein dat al-Ghaba genoemd werd, elf huizen in Medina, twee in Bassora, één in Kufa en één in Egypte. Zijn schuld was ontstaan omdat hij, telkens als iemand bij hem kwam om hem een bezitting toe te vertrouwen, zei: "Ik weiger de toevertrouwde zaak, maar ik zal het wel als een lening nemen, want ik vrees dat ik het geld zal uitgeven. Ik heb nooit een bevelhebbende functie gehad of de verantwoordelijkheid om de belasting te verzamelen, behalve tijdens de militaire expedities in het gezelschap van de Profeet (vzmh), van Abu Bakr, 'Umar of 'Uthman." 'Abdullah zei: "Ik heb de rekening gemaakt van zijn schulden en ze bedroegen twee miljoen tweehonderdduizend dirham."

Hakim ibn Hizam ontmoette 'Abdullah ibn Zubayr en zei hem: "O zoon van mijn broeder! Hoeveel bedroeg de schuld van mijn broeder?" Ik verborg voor hem de werkelijkheid en ik antwoordde hem: "Honderdduizend dirham." Toen zei hij me: "Bij Allah! Ik denk niet dat jullie bezittingen zullen volstaan om dat te betalen!" Toen zei 'Abdullah: "Wat zou je zeggen mocht de schuld twee miljoen tweehonderdduizend bedragen?" Hij antwoordde: "Ik denk niet dat jullie zo'n som kunnen terugbetalen. Als jullie niet in staat zijn om alles terug te betalen, doe dan een beroep op mij om jullie te helpen." Zubayr had het domein van al-Ghaba gekocht voor zeventigduizend dirham. Toen stond hij op en zei: "Laat de persoon die geld geleend heeft aan Zubayr met mij meegaan naar het domein van al-Ghaba!" 'Abdullah ibn Ja'far kwam hem vergezellen, want Zubayr was hem nog vierhonderdduizend dirham verschuldigd. Hij zei tegen 'Abdullah: "Als jullie willen, dan scheid ik jullie deze schuld kwijt." 'Abdullah weigerde. 'Abdullah ibn Ja'far antwoordde: "Als jullie willen, dan geef ik jullie meer tijd om te betalen." 'Abdullah weigerde opnieuw. Toen stelde hij voor: "Geef me dan een deel van deze grond." 'Abdullah ibn Zubayr antwoordde: "Het stuk grond dat van die plaats tot ginder loopt, daar heb je recht op." 'Abdullah verkocht dus dat deel van het domein, wat hem toeliet om zijn schuld te vereffenen. Er bleven nog vier delen en een half over.

Vervolgens ging hij naar Mu'awiya die toen in het gezelschap was van 'Umar ibn 'Uthman, al-Mundhir ibn Zubayr en ibn Zam'a. Mu'awiya vroeg hem: "Op hoeveel werd het domein van al-Ghaba geschat?" 'Abdullah antwoordde: "Elk deel is ongeveer honderdduizend dirham waard." - En hoeveel blijft er nog van over? - Vroeg Mu'awiya. - Vier en een half delen - antwoordde 'Abdullah. Al-Mudhir ibn Zubayr zei toen: "Ik koop er één van je voor honderdduizend dirham." 'Amr ibn 'Uthman zei op zijn beurt: "Ik ook, ik koop een deel voor honderdduizend dirham." En Ibn Zam'a voegde eraan toe: "En ik ook." Toen vroeg Mu'awiya: "Hoeveel blijft er nu nog van over?" 'Abdullah antwordde: "Anderhalf deel." - Ik koop het van je voor honderdvijftigduizend dirham, zei Mu'awiya. 'Abdullah ibn Ja'far verkocht zijn deel van het domein aan Mu'awiya voor zeshonderdduizend dirham.

Toen 'Abdullah zijn schuld vereffend had, vroegen de kinderen van Zubayr om de rest van de erfenis onder hen te verdelen. 'Abdullah antwoordde hen: "Bij Allah! Ik zal dat niet verdelen totdat ik tijdens het seizoen van de hajj gedurende vier jaren zal verklaren: "Laat degene die geld geleend heeft aan Zubayr dit opeisen bij ons, zodat we hem zijn verschuldigd bedrag kunnen terugbetalen!"

En inderdaad, elk jaar verrichtte hij deze oproep. Toen de vier jaren voorbij waren, verdeelde hij de erfenis en gaf hij een derde. Zubayr had vier vrouwen, elk van hen had recht op de som van een miljoen tweehonderdduizend dirham. Zijn fortuin bedroeg dus vijftig miljoen tweehonderdduizend dirham. 

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Het is toegestaan om aanbevelingen te doen voordat je deelneemt aan een gevecht.
  • Lenen is toegestaan in de islam. Het is de plicht van de moslims om de schuld van de overledenen te vereffenen met wat hij aan bezittingen heeft nagelaten voordat je overgaat tot de verdeling van de erfenis.
  • In de islam is het toegestaan om grond of huizen te bezitten als deze op een wettige manier verworven zijn.
  • We zijn verplicht om de toevertrouwde zaken te beschermen. Als je een goede intentie hebt, wordt de vereffening van de schulden gemakkelijker, zoals dit zich voordeed bij Zubayr ibn al-'Awwam.
  • Al-Ghaba: Een domein dat in de buurt van Medina lag (cf. Mu'jam al-Buldan).