0203. Volgens Jabir heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Pas op voor onrechtvaardigheid, want dat zal een bron van duisternissen zijn op de Dag des Oordeels. Pas op voor gierigheid, want dat veroorzaakte de ondergang van de gemeenschappen die jullie voorgingen. Het heeft hen ertoe aangezet om hun eigen bloed te vergieten en om wettig te verklaren wat voor hen verboden was.

(Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden aangespoord om afstand te nemen van onrechtvaardigheid en gierigheid en om de weg van de rechtvaardigheid en vrijgevigheid te volgen.
  • De jacht op wereldse bezittingen spoort de mens aan tot schandelijke daden en zonden.

0204. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Jullie zullen op de Dag des Oordeels zeker aan iedereen teruggeven wat hem verschuldigd is, in die mate dat zelfs het dier zonder horens schadeherstel zal krijgen van het dier met horens.

(Muslim)

 

Commentaar:

  • De rechtvaardigheid van Allah zal verschijnen op de Dag des Oordeels en Allah zal rechtvaardigheid doen geschieden onder Zijn dienaren.
  • Allah zal alle dieren verzamelen om aan elk van hen terug te geven wat hem verschuldigd is, in overeenstemming met Zijn rechtvaardigheid en Zijn gelijkheid. Deze hadith spoort ons aan om aan iedereen terug te geven waar hij recht op heeft.

0205. Ibn 'Umar heeft gezegd:

We waren aan het spreken over de afscheidsbedevaart in de aanwezigheid van de Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam). We vroegen ons af waarom deze bedevaart die naam gekregen had. De Profeet (vzmh) prees Allah en dankte Hem en toen sprak hij lang over de Antichrist: "Allah heeft geen profeet gezonden zonder hem te bevelen om zijn gemeenschap voor de Antichrist te waarschuwen. Zo heeft Nuh zijn gemeenschap gewaarschuwd en de profeten die na hem kwamen hebben hetzelfde gedaan. Als hij bij jullie zou verschijnen, dan zouden zijn kenmerken jullie niet ontgaan. Zeker, jullie Heer is niet blind aan één oog, terwijl de Antichrist dat wel is en zijn rechteroog lijkt op een rozijn. Allah heeft jullie levens en jullie bezittingen heilig verklaard zoals hij van deze dag een heilige dag maakte, van deze grond een heilige grond en van deze maand een heilige maand. Heb ik de Boodschap goed doorgegeven?" Ze antwoordden: "Ja!" De Profeet (vzmh) hernam: "Heer! Wees Getuige! - drie keer - Pas op! Word niet ongelovig door elkaar onderling af te maken.

(Al-Bukhari, Muslim levert er een deel van over)

 

Commentaar:

  • Met de Antichrist wordt bedoelt: Ad-Dajjaal. (De valse messias.)
  • We worden gewaarschuwd voor opstanden en verleidingen. De Profeet (vzmh) had medelijden met zijn gemeenschap en hij waarschuwde voor opstanden die leiden tot ongeloof en afvalligheid.
  • De Antichrist zal in deze gemeenschap verschijnen en Allah zal de gelovigen beschermen tegen zijn verleidingen door de informatie die in de hadith gegeven wordt en de beschrijving van enkele duidelijke kenmerken.
  • Het leven en de bezittingen van de moslims zijn heilig en we zijn verplicht om dit niet te schenden.

0206. Volgens 'A'isha heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

 

Als iemand slechts een handbreedte grond onrechtmatig inneemt, dan zal hij bedolven worden onder zeven gronden.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden gewaarschuwd voor het onrechtmatig verwerven van een bezitting.

 

0207. Volgens Abu Musa heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

"Allah schenkt een termijn aan de onrechtvaardige, maar als Hij hem straft, dan laat Hij hem niet meer ontsnappen." Toen reciteerde hij het vers: "En zo is de greep van jullie Heer, als Hij de steden grijpt die onrechtvaardig zijn. Voorwaar, Zijn greep is pijnlijk, hard." (Koran 11/102) 

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Allah de Allerhoogste schenkt een termijn aan de tiran maar Hij vergeet hem niet. En als Hij hem dan straft, dan is Zijn bestraffing verschrikkelijk.

0208. Mu'adh levert over:

De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) stuurde mij op missie (naar Jemen) en hij zei me het volgende: "Je zult je begeven in een gemeenschap van Mensen van het Boek, nodig hen dus uit om te getuigen dat er geen God is dan Allah en dat ik de Boodschapper van Allah ben. Als ze dit getuigen, vertel hen dan dat Allah hen oplegt om vijf dagelijkse gebeden te verrichten. Als ze zich daaraan onderwerpen, laat hen dan weten dat Allah voor hen de zakat voorgeschreven heeft, die afgehouden wordt van de rijken onder hen en verdeeld wordt onder de armen. Als ze daarmee akkoord gaan, zorg er dan voor dat je hun meest waardevolle bezittingen niet afneemt. Pas ook op voor de smeekbede van de onderdrukte, want tussen deze smeekbede en Allah is er geen enkele hindernis."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De zakat (armenbelasting) wordt in een streek afgehouden om daarna verdeeld te worden onder de armen van dezelfde streek. De zakat mag in geen enkel geval de grenzen van het land overschrijden, behalve als deze meer bedraagt dan de behoeften van de noodlijdenden in deze streek.
  • We mogen niet onrechtvaardig zijn, want de smeekbede van degene die een onrecht ondergaat, wordt verhoord.

0209. Abu Humayd 'Abd ar-Rahman ibn Sa'd as-Sa'idi levert over:

 

De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) wees een man van de stam van Azd aan, die al-Lutbayya heette, om de zakat te verzamelen. Eens hij terug was, zei deze man: "Dit is voor jullie en dat is wat mij als geschenk gegeven werd." De Profeet (vzmh) beklom toen de minbar, prees Allah, dankte Hem en zei: "Ik heb één van jullie aangewezen om mij te helpen om te verrichten wat Allah mij heeft toevertrouwd, maar dit is wat hij zei: "Dit is voor jullie en dat werd me als geschenk gegeven." Als hij oprecht was, laat hem dan bij zijn ouders blijven en wachten tot hij zijn geschenk krijgt! Bij Allah! Niemand van jullie verwerft op een onwettige manier een bezitting zonder deze met zich mee te dragen als hij Allah op de Dag der Opstanding zal ontmoeten. Ik zal hem loochenen, de persoon die Allah zal ontmoeten terwijl hij een brullende kameel draagt, een loeiende koe of een blatend schaap." Vervolgens hief hij zijn handen op naar de hemel totdat we de blankheid van zijn oksels konden zien en hij verrichtte drie keer de volgende smeekbede: "Heer, heb ik het goed doorgegeven?"

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Een moslim mag geen misbruik maken van zijn voorrechten. Als iemand onrechtmatig de bezittingen van de mensen neemt, dan zal Allah hem vernederen op de Dag des Oordeels in aanwezigheid van de hele mensheid.

 

0210. Volgens Abu Hurayra heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Als iemand zijn broeder geschonden heeft in zijn eer of op een andere manier, dan moet hij dit onmiddellijk rechtzetten voordat noch de dinar noch de dirham van enig nut zullen zijn. Als hij enkele goede daden heeft verricht, dan zal daarvan genomen worden, volgens de ernst van zijn onrechtvaardigheid en als hij er geen heeft, dan zal hij als compensatie een deel van de zonden van zijn broeder dragen.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • We worden gewaarschuwd voor onrecht, want bovendien zet dit de goede daden om. We worden aangespoord om de (morele of lichamelijke) schade die in deze wereld wordt aangericht te herstellen, vóór de dag dat noch de bezittingen, noch de verontschuldigingen nog van enig nut zullen zijn.

0211. Volgens 'Abdullah ibn 'Amr ibn al-'As heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

 

 

De ware moslim is degene waarvan de moslims niets te vrezen hebben van het kwade van zijn tong of van zijn handen. De muhajir (de emigrant) is degene die achterwege laat wat Allah hem verboden heeft.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De volmaaktheid in de islam houdt in dat je jezelf verhindert om de anderen onrecht aan te doen.
  • We worden aangespoord om achterwege te laten wat Allah verboden heeft en om ons te houden aan Zijn voorschriften.
  • Al-Muhajirun is de naam die gegeven werd aan de metgezellen van de Profeet (vzmh) die de hijra (de emigratie) vanuit Mekka naar Medina verricht hebben. De wortel van dit woord betekent verlaten, achterlaten, zich verwijderen van.

 

 

0212. 'Abdullah ibn 'Amr ibn al-'As levert over:

Een man met de naam Kirkira moest de bagage van de Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) bewaken. Bij zijn dood kondigde de Profeet (vzmh) aan dat hij naar de Hel zou gaan. De metgezellen gingen toen naar zijn huis en ze vonden er een kledingstuk dat hij van de buit gestolen had.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • Stelen van de publieke bezittingen is een grote zonde.

0213. Volgens Abu Bakra Nufay' ibn al-Harith heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

"De tijd heeft nu een volledige cyclus volbracht en is terug in zijn staat als op de dag dat Allah de Hemelen en de aarde schiep. Het jaar omvat twaalf maanden, waarvan er vier heilig zijn. Drie van deze maanden volgen elkaar op, het gaat om Dhu-l-qi'da, Dhu-Hijja en Muharram. De vierde is Rajab van Mudar, die tussen Jumada en Sha'ban ligt. Welke maand is het nu?" Wij antwoordden: "Allah en Zijn Boodschapper weten het beter." De Profeet (vzmh) zweeg en wij dachten dat hij deze maand een andere naam zou geven dan die waaronder hij bij ons bekend stond, maar toen vroeg hij: "Is het niet de maand van Dhu-l-hijja?" We knikten. Vervolgens vroeg hij: "En ik welk land zijn we?" We antwoordden: "Allah en Zijn Boodschapper weten het beter." De Profeet (vzmh) zweeg en wij dachten dat hij dit land een andere naam zou geven dan die waaronder het bij ons bekend stond, maar toen vroeg hij: "Is het niet de heilige stad (van Mekka)?" We knikten opnieuw. En hij ging verder: "Welke dag is het?" We antwoordden: "Allah en Zijn Boodschapper weten het beter." De Profeet (vzmh) zweeg en wij dachten dat hij deze dag een andere naam zou geven dan die waaronder hij bij ons bekend stond, maar toen vroeg hij: "Is het niet de dag van het offer?" We knikten opnieuw.


Hij verklaarde vervolgens: "Jullie levens, jullie bezittingen en jullie eer zijn heilig, net zoals deze heilige dag dat is op deze heilige grond en in deze heilige maand. Jullie zullen jullie Heer ontmoeten Die jullie rekenschap zal vragen over jullie daden. Word niet ongelovig na mijn dood door elkaar af te maken. Laat degenen die aanwezig zijn mijn woorden doorgeven aan de afwezigen! Het is mogelijk dat degene aan wie mijn boodschap wordt doorgegeven, deze beter begrijpt dan degene die het rechtstreeks uit mijn mond gehoord heeft." Toen vroeg hij ons twee keer: "Heb ik het goed doorgegeven?" We antwoordden: "Ja." Toen besloot de Profeet (vzmh): "Heer! Wees er Getuige van!"

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Als de Arabieren vóór de komst van de islam de bedoeling hadden om een oorlog te ontketenen tijdens een heilige maand, dan verschoven ze de heiligheid van deze maand naar de volgende maand en vervolgens bepaalden ze het moment van de bedevaart in functie van die verandering. Allah heeft deze praktijk teniet gedaan door de heilige maanden vast te leggen.
  • Het bloed, de bezittingen en de eer van de moslim zijn heilig en we moeten deze beschermen. De moslim zal rekenschap moeten afleggen voor zijn daden, klein of groot.
  • De Profeet (vzmh) was opvoedkundig in het onderwijzen van zijn metgezellen en hij was er bezorgd om dat hij begrepen werd en de boodschap trouw had doorgegeven.
  • Mudar is de naam van een Arabische stam. Die werd in verband gebracht met de naam Rajab want deze stam respecteerde deze heilige maand meer dan de andere stammen.

0214. Volgens Abu Umama Iyas ibn Tha'laba al-Harithi heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

"Als iemand een eed zweert met de bedoeling om zich onrechtmatig het bezit van een moslim toe te eigenen, dan zal Allah hem onvermijdelijk de Hel laten binnengaan en Hij zal het Paradijs voor hem verbieden." Toen vroeg een man: "Zelfs als het gaat om een bezitting van erg weinig waarde?" De Profeet (vzmh) antwoordde: "Zelfs al ging het om een takje van de arakboom."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden gewaarschuwd voor het feit zich onrechtmatig de bezittingen van een andere persoon toe te eigenen en we worden aangespoord om deze terug te geven, hoe klein ze ook zijn.
  • De arak is een houtsoort die de Arabieren gebruiken om er hun tanden mee te poetsen.

0215. 'Adi ibn 'Umayra heeft gezegd:

Ik heb de Boodschapper van Allah (sallaAllahu 'alayhi wa salam) horen zeggen: "Als iemand van ons ook maar de minste naald of iets groters steelt, terwijl we deze persoon gebruikt hebben om een taak te vervullen, dan heeft hij diefstal gepleegd en zal hij dit met zich meedragen op de Dag des Oordeels." Een man met een zwarte huidskleur onder de Ansar stond op - en het is alsof ik hem nog voor me zie - en hij zei tegen de Profeet (vzmh): "O Boodschapper van Allah! Aanvaard het ontslag uit mijn functie!" - En waarom dan wel? Vroeg de Profeet. De man antwoordde: "Wegens hetgeen ik je heb horen zeggen." Toen zei de Profeet: "En ik zeg je nu: "Laat degene die we gebruikt hebben om een taak te vervullen ons alles brengen wat aan hem gegeven werd! Datgene waar hij recht op heeft, zal hem teruggegeven worden, maar hij mag niets nemen van hetgeen voor hem verboden is."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Er wordt een dreiging uitgesproken tegen degene die zijn functie gebruikt om zich onrechtmatig de bezittingen van andere mensen toe te eigenen. Wie zich onrechtmatig een bezitting toe-eigent, moet deze teruggeven aan de rechthebbende, zoniet zal hij op de Dag des Oordeels vernederd worden in aanwezigheid van de hele mensheid.
  • We zijn verplicht om afstand te nemen van verantwoordelijkheden als we ons niet in staat voelen om deze naar behoren op ons te nemen.

0216. 'Umar ibn al-Khattab levert over:

Op de dag van de slag van Khaybar zei een groep metgezellen van de Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam): "Die man is als martelaar gestorven en die daar ook." Ze kwamen toen voorbij een lijk van een man en ze beweerden dat ook hij een martelaar was, maar de Profeet (vzmh) zei: "Zeker niet! Ik heb hem in de Hel gezien, hij droeg een mantel die hij gestolen had."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Deze hadith klaagt de verschrikkelijke zonde van verraad en diefstal aan.
  • Als martelaar sterven wist daarom nog niet de zonden uit die verricht werden ten opzichte van de rechten van de mensen.

0217. Abu Qatada al-Harith ibn Rib'i levert over:

De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) stond te midden van de metgezellen op voor een vermaning. Hij herinnerde hen eraan dat de strijd voor de zaak van Allah en het geloof (al-iman) in Allah de beste daden waren. Een man stond toen op en vroeg de Profeet (vzmh): "O Boodschapper van Allah! Als ik sterf in de strijd ten dienste van Allah, zullen mijn zonden me dan vergeven worden?" De Profeet (vzmh) antwoordde: "Zeker, als je sterft in de strijd ten dienste van Allah en als je geduldig bent en hoopt op de beloning van Allah door de vijand tegemoet te treden en hem de rug niet toe te keren." Toen hernam de Profeet en zei: "Herhaal eens wat je gezegd hebt!" En de man hernam: "Als ik sterf in de strijd ten dienste van Allah, zullen mijn zonden me dan vergeven worden?" De Profeet (vzmh) antwoordde: "Zeker, als je geduldig bent en hoopt op de beloning van Allah, door de vijand tegemoet te treden en hem de rug niet toe te keren, en als je geen schulden nalaat. Het is Jibril die me dat geopenbaard heeft."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • Er wordt gewezen op de gunst van de strijd ten dienste van Allah en op de geweldige beloning die geschonken wordt aan de persoon die in alle oprechtheid strijdt, hopend op de beloning van Allah. Het martelaarschap ten dienste van Allah wist de zonden uit, behalve de schulden en de rechten ten opzichte van de mensen. Als hij echter niet in staat is om zijn schulden terug te betalen en als hij oprecht berouw getoond heeft, dan zal Allah hem bijstaan op de Dag des Oordeels.

0218. Volgens Abu Hurayra vroeg de Profeet (vzmh) aan de metgezellen:

"Kunnen jullie mij omschrijven wie de geruïneerde man is?" Ze antwoordden: "Volgens ons is de geruïneerde man de persoon die geen bezittingen en geen geld heeft." Toen zei de Profeet (vzmh): In mijn gemeenschap is de geruïneerde man de persoon die op de Dag des Oordeels zal verschijnen met gebeden, dagen van vasten en aalmoezen, maar die de ene beledigd heeft, een ander beschuldigd heeft van verdorvenheid, het geld van een ander afgetroggeld heeft, het bloed van nog een andere vergoten heeft en nog een andere geslagen heeft. Er zal dan van zijn goede daden genomen worden om deze uit te delen onder zijn slachtoffers. Als ze niet volstaan om boete te doen voor zijn zonden, dan zal er van de zonden van zijn slachtoffers genomen worden en ze zullen bij hem opgeschreven worden en vervolgens zal hij in de Hel geworpen worden."

(Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden gewaarschuwd voor het overtreden van de verboden van Allah, in het bijzonder wat de rechten en de bezittingen van de mensen betreft. Onrecht en beledigingen bederven de goede daden op de Dag des Oordeels.
  • De Profeet (vzmh) doet een beroep op de dialoog en het stellen van vragen in het onderwijzen van zijn metgezellen, wat noodzakelijke werkmiddelen zijn.

0219. Volgens Umm Salama heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

ik ben ook maar een mens. Als jullie mij jullie geschillen komen uiteenzetten, is het mogelijk dat sommigen beter in staat zijn om hun argumenten uiteen te zetten, zodat ik hen gelijk geef in functie van wat ik hoor. Als ik iemand gelijk geef ten nadele van zijn broeder - en daarbij deze laatste onrecht aandoe - dan doe ik niets anders dan hem een bestraffing in de Hel geven.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De Profeet (vzmh) had een menselijk karakter, hij oordeelt zoals elke mens dat doet. Toch blijft de Profeet onfeilbaar in het overbrengen van de openbaring van Allah en in het verrichten van goede daden.
  • De rechter spreekt zijn oordeel uit in functie van de argumenten die door de beide partijen aangevoerd worden. Hij mag in geen geval oordelen volgens zijn humeur of zijn wensen.

0220. Volgens Ibn 'Umar heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

De gelovige kan steeds een excuus vinden ten opzichte van zijn godsdienst, zolang hij niet op een onwettige manier bloed vergoten heeft.

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • De onrechtvaardige moord behoort tot de grote zonden en zorgt voor wanhoop aan de genade van Allah in het hart van de moordenaar.

0221. De echtgenote van Hamza, Khawla bint 'Amir al-Ansariyya levert over:

Ik heb de Boodschapper van Allah (sallaAllahu 'alayhi wa salam) horen zeggen: "Er zijn mensen die onrechtmatig beschikken over de bezittingen van Allah. Hun beloning is het vuur van de Hel op de Dag der Opstanding."

(Al-Bukhari)

 

Commentaar:

  • We worden gewaarschuwd voor het feit onrechtmatig over publieke bezittingen te beschikken en om ons deze toe te eigenen zonder er recht op te hebben. Dat is een grote zonde en de straf daarvoor is de Hel.
  • De Islam hecht in het bijzonder veel belang aan de publieke bezittingen.
  • Rijkdom en weelde zijn een publiek bezit, want ze staan de verwezenlijking toe van projecten die nuttig zijn voor de maatschappij. We moeten deze rijkdommen dus beschermen en er goed gebruik van maken.