0248. Abu Hurayra levert over dat de Boodschapper van Allah (vzmh) gezegd heeft:

De mens moet voor elk van zijn gewrichten een aalmoes betalen, elke dag dat de zon opkomt. Rechtvaardig oordelen tussen twee mensen is een aalmoes. Een man helpen om zijn rijdier te bestijgen of om zijn bagage vast te maken, is een aalmoes. Goede woorden spreken is een aalmoes en elke stap die gezet wordt naar een gebedsplaats is een aalmoes. Iets schadelijks van de weg nemen is ten slotte ook een aalmoes.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden aangespoord om rechtvaardig te oordelen tussen de mensen en om een goed karakter te hebben. Het is verdienstelijk om het gebed in de moskee te verrichten. Deze daden vormen een aalmoes voor wie niet de middelen heeft om liefdadigheidswerken te verrichten.

0249. Volgens Umm Kalthum bint 'Uqba ibn Abi Mu'it heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Wie de mensen met elkaar verzoent door te zeggen dat ze goede dingen over elkaar gezegd hebben, wordt niet beschouwd als een leugenaar.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

In een andere versie van Muslim voegt ze daaraan toe:

"Ik heb hem nooit leugens horen toestaan, behalve in de volgende drie gevallen: In oorlog, om de mensen met elkaar te verzoenen en hetgeen de echtgenoot en de echtgenote tegen elkaar zeggen (om de goede vrede te bewaren)."

 

Commentaar:

  • Liegen is verboden in de islam, behalve in de drie gevallen die in de hadith worden vermeld: In het geval van oorlog, om de vijand te bedriegen; om mensen met elkaar te verzoenen en als de persoon (man of vrouw) zijn of haar partner vleit om hem of haar plezier te doen.

0250. 'Aisha levert over:

De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa salam) hoorde voor zijn deur het lawaai van een ruzie tussen twee mannen. Eén van hen stelde de andere voor om af te zien van een deel van zijn schuldvordering en om hem gemakkelijke betalingsvoorwaarden te schenken voor de rest, maar de andere antwoordde: "Bij Allah! Dat zal ik niet doen!" De Profeet kwam toen naar buiten en vroeg: "Wie van jullie heeft net bij Allah gezworen dat hij niet het goede zou doen voor zijn metgezel?" De man in kwestie antwoordde: "Ik ben het, o Boodschapper van Allah! Maar nu aanvaard ik de oplossing die voor hem past."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We worden aangespoord om het de schuldenaar gemakkelijker te maken of om een deel van zijn schuld kwijt te schelden.
  • Er wordt een blaam geworpen op de persoon die zweert dat hij het goede niet kan verrichten en we zijn verplicht om de mensen met elkaar te verzoenen bij een ruzie.
  • We moeten onze goede invloed gebruiken om te beslissen tussen de mensen en ze met elkaar te verzoenen en om hen te helpen om een oplossing te vinden.

0251. Abu al-'Abbas Sahl ibn Sa'd as-Sa'idi levert over:

De Profeet (vzmh) werd op de hoogte gebracht van een geschil tussen de leden van de stam van de Bani Amr ibn 'Awf. De Profeet ging naar hen toe, vergezeld van een groep personen, om hen met elkaar te verzoenen. Hij werd door hen opgehouden toen de tijd van het gebed aangebroken was. Bilal ging naar Abu Bakr en zei hem: "O Abu Bakr! De Profeet (vzmh) werd opgehouden terwijl de tijd voor het gebed is aangebroken. Kan jij het gebed leiden?" - Ja, als je dat wil. - Bilal sprak toen de iqama uit. Abu Bakr ging naar voor en sprak de formule van het begin van het gebed uit (takbir), gevolgd door alle gelovigen. Toen kwam de Profeet (vzmh) aan. Hij doorkruiste de rijen en nam plaats in de eerste rij. De mensen begonnen toen in de handen te klappen, maar Abu Bakr draaide zich nooit om als hij aan het bidden was. Toen het lawaai echter luider werd, draaide Abu Bakr zich om en zag hij de Boodschapper van Allah die hem gebaarde dat hij mocht voortdoen. Toen Abu Bakr zijn handen had opgeheven en de formule van de lof voor Allah had uitgesproken, stapte hij achteruit en ging in de eerste rij staan. De Profeet stapte toen vooruit en leidde het gebed. Toen hij het gebed beëindigd had, keerde hij zich om naar de gelovigen en zei hij: "Waarom klappen jullie in je handen als er iets gebeurt tijden het gebed? Klappen in de handen is voorbehouden voor de vrouwen. Als er iets gebeurt tijdens het gebed, zeg dan ''SubhanAllah'' (Geprezen zij Allah), want wie deze woorden zal horen, zal daar onmiddellijk aandacht aan schenken (letterlijk: zich omdraaien). En jij Abu Bakr, wat heeft jou ervan weerhouden om het gebed te leiden toen ik je gebaarde om voort te doen?" Abu Bakr antwoordde: "Het past niet voor de zoon van Abu Qahafa om het gebed te leiden in aanwezigheid van de Boodschapper van Allah (vzmh)."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We moeten ons haasten om de vijandige partijen met elkaar te verzoenen.
  • Abu Bakr had voorrang op de andere metgezellen aangezien hij het gebed geleid heeft.
  • Het is toegestaan om "SubhanAllah" te zeggen als de imam een vergissing begaat tijdens het gebed, om hem op zijn fout te wijzen. Het is toegestaan om zich gedeeltelijk om te draaien tijdens het gebed als het noodzakelijk is.
  • "Iqama" is de aankondiging van het gebed, die uitgesproken wordt net vóór het gebed verricht wordt. De woorden van deze oproep zijn dezelfde als die van de adhaan, maar de woorden "qad qamati-s-salat (het gebed begint) wordt eraan toegevoegd. Ook spreekt men deze zinnen sneller uit dan de adhaan zelf.