0297. Anas levert over:

Abu Talha was onder de Ansar* degene die de meeste palmbomen in Medina bezat. De palmentuin die hen het dierbaarst was, heette Bayruha, ze lag recht tegenover de moskee. De Profeet (sallaAllahu 'alayhi wa sallam) had de gewoonte om er binnen te gaan en er van het zoete water te drinken. Toen het vers: "Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie bijdragen geven van wat jullie liefhebben." geopenbaard werd, ging Abu Talha de Profeet opzoeken en zei hij: "O Boodschapper van Allah, Allah heeft jou dit vers: "Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie bijdragen geven van wat jullie liefhebben." geopenbaard. Van al mijn bezittingen is niet mij dierbaarder dan Bayruha. Deze wordt nu een aalmoes van mij, waarmee ik op iets goeds hoop en op een plaats dicht bij Allah. Plaats deze aalmoes, o Profeet (vzmh), bij degene die Allah jou zal aanwijzen." De Boodschapper van Allah zei hem: "Hoe goed is dat! Dat is nu eens iets dat winst oplevert! Ik heb zeker jouw woorden gehoord en ik denk dat je dit als aalmoes moet geven aan je naasten." Toen antwoordde Abu Talha: "Dat is wat ik zal doen, Boodschapper van Allah!" Hij verdeelde de palmentuin onder zijn naaste familie en zijn neven.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • Het is beter om een aalmoes te geven van wat je bijzonder dierbaar is, want we kunnen niet deugdzaam zijn zonder onszelf op te offeren. De naaste verwanten hebben er het meest recht op om de aalmoes te ontvangen.
  • Er wordt gewezen op de gunst van de metgezellen van de Profeet (vzmh) - en onder hen Abu Talha - die zich haasten om de voorschriften van de Koran in de praktijk uit te voeren en zo te streven naar de tevredenheid van Allah.
  • We worden aangemoedigd om elke goede daad te verrichten.
  • *Ansar: Het gaat om de inwoners van Medina die de Profeet (vzmh) verwelkomden tijdens de Hijra.