0298. Abu Hurayra levert over:

Al-Hasan, de zoon van `Ali, nam op een dag een dadel die bestemd was als aalmoes en stopte deze in zijn mond. De Boodschapper van Allah (vzmh) zei: "Spuug het uit! Gooi het weg! Weet je dan niet dat het voor ons niet toegestaan is om de bezittingen van de aalmoes te eten?

(Al-Bukhari en Muslim)

En in een andere versie:

"De aalmoes is niet toegestaan voor ons."

 

Commentaar:

  • Het is de plicht van de mens om waakzaam te zijn ten opzichte van zijn familie en om hen te waarschuwen voor de verboden van Allah, door hen de redenen van deze verboden te vermelden als dit mogelijk is.
  • Het is verboden voor de familie van de Profeet (vzmh) om te genieten van de zakat en de aalmoes.

0299. Abu Hafs `Umar ibn Abi Salama, de schoonzoon van de Profeet, levert over:

Toen ik als kind onder de hoede van de Profeet (vzmh) leefde, liet ik bij het eten mijn hand de ronde van de schotel doen. De Profeet wees me met de volgende woorden terecht: "O kind, vermeld de Naam van Allah (Vóór je begint), eet met je rechterhand en eet wat zich vóór je bevindt." Sindsdien was dat altijd mijn manier van eten.

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • We zijn verplicht om onze kinderen op te voeden volgens de islamitische regels en om hen tot de orde te roepen als ze een vergissing begaan.
  • De regels die aan tafel moeten worden nageleefd, zijn de volgende: De Naam van Allah vermelden vóór je begint (Bismillah zeggen), met je rechterhand eten, eten wat zich vóór je bevindt en je hand niet naar de kant van de andere personen uitsteken als je samen uit dezelfde schotel eet.
    De geleerden hebben deze daad als verwerpelijk (Makruh) beoordeeld, behalve als het om vruchten gaat en als de anderen het niet erg vinden dat je jezelf bedient aan hun kant.
  • De metgezellen - ook de kinderen - voerden onmiddellijk de aanbevelingen van de Profeet (vzmh) uit.
  • De Profeet (vzmh) voedde de kinderen van zijn echtgenotes op en zorgde voor hen alsof het om zijn eigen kinderen ging.

0300. Ibn `Umar levert over:

ik heb de Boodschapper van Allah (vzmh) horen zeggen: "Elk van jullie is een herder en iedereen is verantwoordelijk voor zijn kudde. De leider is een herder, verantwoordelijk voor zijn kudde. De man is een herder voor de leden van zijn familie, verantwoordelijk voor zijn kudde. De vrouw is een herder in het huis van haar man, verantwoordelijk voor haar kudde. De slaaf is, met betrekking tot de bezittingen van zijn meester, een herder die verantwoordelijk is voor zijn kudde. Elk van jullie is een herder en elk van jullie is verantwoordelijk voor zijn kudde."

(Al-Bukhari en Muslim)

 

Commentaar:

  • De verantwoordelijkheid in de islam - zowel op Godsdienstig als op werelds vlak - is van groot belang. De mens zal rekenschap moeten afleggen voor wat Allah hem heeft toevertrouwd. Deze verantwoordelijkheid omvat alle leden van een gemeenschap volgens de verschillende gradaties. De verantwoordelijkheid van de ouders voor hun kinderen is van levensbelang, het is een voortdurende zorg die nooit verwaarloosd mag worden.

0301. `Amr ibn Shu`ayb levert van zijn vader, die ze zelf van zijn vader overleverde, de volgende woorden van de Profeet uit:

Beveel jullie kinderen om het gebed te verrichten als ze zeven jaar oud zijn en sla* hen als ze het gebed verwaarlozen vanaf de leeftijd van tien jaar en laat hen in afzonderlijke bedden slapen.

(Abu Dawud - Hasan verklaard)

 

Commentaar:

  • De ouders moeten het gebed aan hun kinderen onderwijzen en het hen bevelen vanaf de leeftijd van zeven jaar, zodat ze dit gewoon worden.
  • Het is ook hun plicht om de kinderen die tien jaar of ouder zijn in afzonderlijke bedden te laten slapen, zodat elk van hen over zijn intimiteit kan waken. En als het huis groot genoeg is, dan zou het ideaal zijn om aan elk van hen een afzonderlijke kamer te geven.
  • *Met slaan wordt hier niet mee bedoelt in het gezicht of mishandeling, maar een "corrigerende tik".

0302. Volgens Abu Thurayya Sabra ibn Ma`bad al-Juhani heeft de Profeet (vzmh) gezegd:

Leer het kind het gebed als het zeven jaar oud is en dwing hem ertoe als hij het verwaarloost vanaf de leeftijd van tien jaar.

(Abu Dawud en at-Tirmidhi - Hasan verklaard)

 

Commentaar:

  • De kinderen bootsen hun ouders nauwgezet na, dus moeten deze laatsten een toonbeeld van goed gedrag en toegewijd in de daden van aanbidding zijn.