Bemiddelen

Op gezag van Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) van de Profeet(moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen), die zei:

 

"De gelovigen zullen op de Dag der Opstanding bij elkaar komen en zeggen: "Moeten wij niet (iemand) zoeken die voor ons bij onze Heer kan bemiddelen?" Ze zullen zodoende bij Adam komen en zeggen:"U bent de vader van de mensheid; Allah heeft u met Zijn hand geschapen en Hij zorgde ervoor dat de engelen zich voor u bogen en Hij leerde u de namen van alle dingen, bemiddel dus voor ons bij onze Heer, zodat Hij ons wat verlichting geeft van deze plaats waar we zijn. En hij zal zeggen: "Ik ben niet in de positie (om dat te doen)"- en hij zal zijn fouten noemen en hij zal zich schamen en zeggen:"Ga naar Noach, want dat is de eerste boodschapper die Allah naar de bewoners van de aarde stuurde. Zodoende zullen ze bij hem komen en hij zal zeggen: "Ik ben niet in de positie (om dat te doen)"- en hij zal vertellen dat hij iets van zijn Heer vroeg waarvan hij niet de (gepaste) kennis had [55], en hij zal zich schamen en zeggen: "Ga naar de Vriend van de Genadige [56] . Zo zullen ze bij hem komen en hij zal zeggen: "Ik ben niet in de positie (om dat te doen)." Ga naar Mozes, een dienaar waartegen Allah gesproken heeft en die Hij de Torah heeft gegeven. Zo doende zullen zij bij hem komen en hij zal zeggen:"Ik ben niet in de positie (om dat te doen)" en hij zal het hebben (over het feit) dat hij een leven had genomen, anders dan voor een leven [57] en hij zal zich in het aangezicht van zijn Heer schamen en zal zeggen: "Ga naar Jezus, Allah's dienaar en boodschapper, Allah's woord en geest. Zo zullen ze bij hem komen en hij zal zeggen: "Ik ben niet in de positie (om dat te doen)." Ga naar Mohammed(moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen), een dienaar die Allah al zijn verkeerde daden, in het verleden en in de toekomst, heeft vergeven. "Zo zullen ze bij mij komen en ik zal naar voren treden en om toestemming vragen om bij mijn Heer te komen, en de toestemming zal mij gegeven worden, en als ik dan mijn Heer zie, dan zal ik knielen. Hij zal mij in die houding laten, net zolang als Hij dat wil, dan zal er (tegen mij) gezegd worden: "Verhef je hoofd. Vraag en het zal je gegeven worden. Spreek en het zal gehoord worden. Bemiddel en je bemiddeling zal geaccepteerd worden."Dan zal ik mijn hoofd opheffen en Hem prijzen in de vorm die Hij mij geleerd heeft. Dan zal ik bemiddelen en Hij zal mij een grens stellen(van het aantal mensen), dan zal ik hen in het paradijs toelaten. Dan zal ik naar Hem terugkeren en als ik mijn Heer zie(dan zal ik neerknielen)zoals eerder.Dan zal ik bemiddelen en Hij zal mij een grens stellen(van het aantal mensen).Dezen zal ik in het paradijs toelaten. Dan zal ik de derde keer terug keren, en de vierde, en ik zal zeggen:"Er blijven in het hellevuur slechts degenen achter waarvan de Qor'aan het bepaald heeft [58] en die daar tot in de eeuwigheid moeten verblijven."

 

Dit is overgeleverd door Al-Boechari (ook door Moeslim, a-Tirmidhi en Ibn Maadjah).

 

 

Een andere versie van Al-Boechari voegt daar aan toe,

 

De Profeet (moge hij de zegeningen en vrede van Allah krijgen) zei:

 

"Degene, die zegt: "Er is geen god behalve Allah" en die in zijn hart de goedheid heeft ter zwaarte van een gerstekorrel, zal uit het hellevuur komen; dan zal degene, die zegt:"Er is geen god behalve Allah" en die in zijn hart de goedheid heeft ter zwaarte van een graankorrel, uit het hellevuur komen; dan zal degene die zegt: "Er is geen god behalve Allah" en die in zijn hart de goedheid heeft ter zwaarte van een atoom, uit het hellevuur komen."

_______

[55] Dit slaat op de Qor'aan, Soera 11:45-46, waarin Noach de Almachtige vraagt om zijn zoon van de Vloed te redden en waarin hem verteld wordt dat zijn zoon geen goede daden verricht heeft en dat hij, Noach niet moet verwachten dat hij gered zou worden, alleen maar omdat het zijn zoon is.

[56] Dat wil zeggen: Ibrahim

[57] Dit verwijst naar de Qor'aan Soera 28:15-16, waarin wordt verteld hoe Mozes een van zijn volgelingen te hulp kwam, die in gevecht was met een andere man, hij sloeg die andere man, en die overleed aan de klap.

[58] Dat wil zeggen degenen waar de Qor'aan naar verwijst als "voor altijd verblijvend".