01.De daden worden beoordeeld op basis van de intentie

De leider der gelovigen, Aboe Hafs, Omar ibnoel-Khattaab overlevert:

 

“Ik hoorde de Boodschapper van Allah zeggen:

“Voorwaar, de daden worden beoordeeld op basis van de intentie en iedere mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt. Dus als iemand emigreert omwille van Allah en Zijn Boodschapper, dan is dat een (ware) emigratie omwille van Allah en Zijn Boodschapper . En als iemand emigreert omwille van een wereldse zaak of om een vrouw te huwen, dan is zijn emigratie omwille van datgene waarvoor hij is geëmigreerd.” 

 

(Overgeleverd door de twee meest weledele hadithgeleerden, Imam al-Boekhaari en Imam Moeslim, in hun twee authentieke hadithboeken, die de meest authentieke hadithboeken zijn die ooit zijn opgesteld)               

 

 

Uitleg

Deze overlevering is van groot belang als het gaat om de daden van het hart aangezien de intentie tot dit soort daden behoort. De geleerden zeggen over deze overlevering dat het de helft van de aanbidding is. Het is de maatstaf voor de innerlijke daden. En de volgende overlevering van Aa’ishah wordt beschouwd als de andere helft van de aanbidding. Zij overlevert namelijk dat de Profeet zei:

 

“Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak, het zal van hem niet geaccepteerd worden.”

(Overgeleverd door al-Boekhaari en Moeslim)



Deze overlevering is de maatstaf voor de uiterlijke daden. Wij kunnen uit deze uitspraak van de Profeet opmaken dat elke daad vooraf wordt gegaan door een bepaalde intentie. Dit omdat elke weldenkende mens geen daad kan verrichten zonder intentie. Sommige geleerden zeiden zelfs dat als Allah ons verplicht zou hebben om een daad te verrichten zonder intentie, dit ons vermogen te boven zou gaan.   

De bovengenoemde overlevering van Omar kan dienen als antwoord op de uitspraken van degenen die beweren dat zij een bepaalde daad herhaaldelijk verrichten, omdat shaytaan hen constant influistert dat zij deze daad zonder intentie hebben verricht. Wij kunnen tegen deze mensen zeggen dat het niet mogelijk is om een daad zonder intentie te verrichten. Maakt het dus gemakkelijk voor jullie zelf en schenkt geen aandacht aan deze influisteringen.

Wat leert deze overlevering ons?

Men wordt afgerekend op zijn intentie.

Een leraar dient duidelijke voorbeelden te geven om daarmee de zaken te verduidelijken. Zo heeft de Profeet emigratie als voorbeeld genomen. De intentie achter deze daad kan van persoon tot persoon verschillen. Voor de één kan het beloond worden en voor een ander zal de beloning uitblijven.

Deze overlevering is van toepassing op verschillende hoofdstukken van fiqh (jurisprudentie), waaronder daden van aanbidding, onderlinge omgang (van mensen), huwelijken enz.