De Profeet Noeh

Noeh (´aleihi salaam) was een profeet die vele jaren na Adam leefde. De mensen wilden niet naar Noeh (´aleihi salaam) luisteren, hoewel hij toch wel 950 jaar lang bij hen woonde. Wanneer hij hen zei dat ze alleen Allah moesten aanbidden en goede dingen moesten doen, gaven ze hem helemaal geen aandacht. Noeh (´aleihi salaam) vertelde hen dat ze heel zwaar gestraft zouden worden omdat ze niet naar de Boodschap van Allah luisterden. Nog steeds geloofden de mensen niets van wat Noeh (´aleihi salaam) hen vertelde. Ze lachten hem uit en zeiden tegen hem dat hij gewoon maar een mens was net als zij. En dat alleen de arme zwakke mensen hem geloofden. Ze zeiden: 'Als je de waarheid vertelt, laat ons dan de straf zien waar je ons mee dreigt, je bent niets anders dan een leugenaar!' Noeh (´aleihi salaam) zei tegen hen: 'Ik wil helemaal niets van jullie en zal nooit de zwakke en arme mensen wegsturen. En wat betreft de straf, Allah zal het laten komen wanneer Hij wil. Denk niet dat je de plannen van Allah kunt stoppen!'

 

Noeh (´aleihi salaam) was verdrietig maar ook boos omdat de mensen niet naar hem wilden luisteren. Maar Allah zei tegen hem dat hij zich niet zo hoefde te voelen en dat Noeh (´aleihi salaam) veel belangrijker werk te doen had. Noeh (´aleihi salaam) moest een heel groot schip bouwen. Zoals Allah het wilde begon Noeh (´aleihi salaam) met het bouwen van een schip. De mensen zagen dit en ze plaagden hem met zijn schip. Er was helemaal geen zee in de buurt! Maar Noeh (´aleihi salaam) waarschuwde hen, hij zei: 'Jullie lachen ons nu uit, maar we zullen gauw weten wie de zware straf zal krijgen!'

 

Toen het schip af was begon het te regenen. Het hield maar niet op en het water kwam steeds hoger te staan op aarde. Allah zei tegen Noeh (´aleihi salaam) dat hij op het schip moest gaan samen met zijn familie en al zijn vrienden die in Allah geloofden. Noeh (´aleihi salaam) moest ook van elk soort dier op aarde een mannetje en een vrouwtje meenemen.  Noeh (´aleihi salaam)deed dit en hij zei: 'In de Naam van Allah, we zullen nu wegvaren, en wanneer het een goed tijd is zullen we weer terugkomen aan land.' 

 

Het water kwam steeds maar hoger te staan totdat alle valleien onder water kwamen te staan.  Noeh (´aleihi salaam) zag dat één van zijn zoons nog niet op het schip was. Hij  riep naar hem: 'O mijn zoon, kom aan boord bij ons, zodat je niet bij de ongelovigen hoort.'Maar zijn zoon weigerde. Hij zei tegen Noeh (´aleihi salaam): 'Ik ga naar de hoogste berg. Het water kan me daar niet bereiken.' Noeh (´aleihi salaam) werd nu heel erg bezorgd. Hij schreeuwde naar zijn zoon: 'Alleen de mensen die naar Allah luisteren zullen veilig zijn!' En juist daarna kwam er een hele grote golf en zo verdronken er een heleboel mensen. De zoon van Noeh (´aleihi salaam) verdronk ook. 

 

Het bleef nog een hele tijd regenen. Het water stond zo hoog dat zelfs alle bergen onder water stonden. Maar eindelijk stopte het met regenen. Het schip van Noeh (´aleihi salaam) kwam veilig aan, aan de rand van een berg en alle mensen en dieren die op het schip waren kwamen aan land. Noeh (´aleihi salaam) en zijn familie en vrienden dankten Allah vanuit hun harten omdat Allah hen had gered.