De Profeet Dawoed

Toen Dawoed (´aleihi salaam) jong was, was hij een schaapsherder. Hij was heel erg sterk en dapper. Op een dag kwam er een groep sterke mannen om zijn mensen aan te vallen. Onder die mannen was Djaloet. Iedereen was heel bang voor Djaloet en niemand durfde tegen hem te vechten, behalve Dawoed (´aleihi salaam). Dawoed (´aleihi salaam) daagde Djaloet uit voor een gevecht en hij doodde hem. De vijanden van Dawoed (´aleihi salaam) werd hier zo bang door dat ze er gauw vandoor gingen. Dawoed (´aleihi salaam) was heel erg dapper, maar het was Allah die Dawoed (´aleihi salaam) geholpen had om Djaloet te overwinnen. Allah gaf Dawoed (´aleihi salaam) ook wijsheid, kracht en kennis. Dawoed (´aleihi salaam) was een hele goede ijzersmit en hij maakte hele mooie dingen uit ijzer zoals wapens.


Dawoed (´aleihi salaam) kon ook heel erg mooi zingen. Hij zong liedjes waarin hij Allah prees en vereerde. Deze liedjes die Dawoed (´aleihi salaam) van de engelen geleerd had, waren opgeschreven in een boek dat Zaboer heette. Allah heeft dit boek, Zaboer, aan Dawoed (´aleihi salaam) gegeven, net zoals Hij aan Moesa een boek heeft gegeven dat Taurat heet.


Allah maakte Dawoed (´aleihi salaam) Zijn profeet en de heerser over zijn mensen. Hij was een eerlijke heerser en zijn mensen kwamen altijd bij hem als ze ruzie hadden met elkaar.


Dawoed (´aleihi salaam), de Profeet van Allah, zei altijd tegen de mensen: 'Jullie moeten geloven in Allah en alleen Hem aanbidden. En jullie moeten goede dingen doen.'