13.Smeekbede voor het begin van het gebed

De profeet (vrede zij met hem) begon zijn gebed altijd met het opheffen van de handen (takbier), terwijl hij ‘Allah is de Allergrootste (Allah oe Akbar)’ zei. Dit wordt ook wel de openingstakbier genoemd. Hiermee werd het gebed als het ware geopend, begonnen. Na deze handeling noemde hij verscheidene openingssmeekbeden op, waaronder de volgende smeekbede…

Dua in het Arabisch

اللَّهُمَّ بَاعِدْ بَيْنِي وَ بَيْنَ خَطَايَايَ كَمَا بَاعَدْتَ بَيْنَ المشْرِقِ وَ المغْرِبْ,اللَّهًُمَّ نَقِّنِي مِنْ خَطَايَايَ, كَمَا يُنَقَّى الثَّوْبُ الأَبْيَضُ مِنَ الدَّنَس, اللَّهُمَّ اغْسِلْنِي مِنْ خَطَايَايَ, بالثَّلْجِ وَ الماءِ وَ الْبَرَد

Betekenis van deze gebedsmeekbede

O Allah, scheid mij van mijn zonden, zoals U het Oosten van het Westen heeft gescheiden. O Allah, reinig mij van mijn zonden, zoals de vlekken uit de witte stof worden gewassen. O Allah, was mijn zonden weg met ijs, water en vorst.

Uitspraak van de smeekbede voor het begin van het gebed

Allaahoemma baa’id baynie wa bayna khataayaya kamaa baa’adta bayna lmashriqie wa lmaghrib, Allaahoemma naqqienie mien khataayaaya kama yoenaqqa tthawboe l-abyadoe mina ddanas, Allaahoemma ghsielnie mien khataayaaya, bit-thaldji wa lmaa-ie wa lbarad.

 

De profeet (vrede zij met hem) was gewend om deze smeekbede bij ieder verplicht gebed te zeggen. Het bewijs voor deze smeekbede is gelegen in Boekhaarie en Moeslim.