16.Smeekbede tijdens Soedjoed

Tijdens het gebed worden verschillende houdingen aangenomen en één van deze houdingen is het neerknielen, de prosternatie. Deze houding wordt ook wel as-Soedjoed genoemd. In deze houding dient de biddende persoon ervoor te zorgen dat zijn tenen, zijn knieën, zijn handen, zijn neus en zijn voorhoofd de grond raken. Op dat moment is de biddende persoon het dichtste bij Allah en het is sterk aanbevolen om juist dan veel smeekbeden te verrichten. De smeekbede die verplicht is om te zeggen in deze houding.

Smeekbede in het Arabisch

سُبْـحانَ رَبِّـيَ الأَعْلـى

Betekenis van de dua tijdens het neerknielen in het gebed

Geprezen bent U, mijn Heer, de Allerhoogste.

Uitspraak van de dua

Soebh’aana rabbieyaa l-3laa.

 

Deze smeekbede is overgeleverd door Aboe Dawoed, Ibn Maajah, An-Nasaa’i, Ahmed en At-Thirmidhi. 

Het is een sunnah om deze smeekbede twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf of twaalf keer uit te spreken in deze houding. Maar het dient op zijn minst één keer uitgesproken te worden, dit is een verplichting binnen het gebed.

Daarna kunnen er ook andere smeekbeden verricht worden in deze houding.

Verder is het aangeraden voor ons om deze houding te gebruiken voor onze smeekbeden. De Soedjoed is namelijk een moment waarop er een grote kans is dat onze smeekbeden verhoord worden.