Wie zijn de Brilwiyyah?

Vraag:

 

Wie zijn de Brilwiyyah en wat is hun geloofsovertuiging?

 

Antwoord:

 

De Brilwiyyah sekte is een Soefistische groepering die ontstaan is gedurende de Engelse kolonisatie van India. Tegenwoordig verschuilen zij zichzelf achter de naam Ahl us-Soennati wal-Djamaacah en beweren zij dat ze behoren tot de vier wetscholen. Ten onrechte, want zij behoren tot de mensen van innovaties en begeerten.

 

De volgelingen van Brilwiyyah gaan zichzelf te buiten in hun liefde voor de vromen en de Profeten en in het bijzonder in hun liefde voor Mohammed (vrede zij met hem). Dit terwijl onze geliefde Profeet (vrede zij met hem) ons nadrukkelijk verboden heeft hierin te overdrijven. In een authentieke overlevering vinden wij immers de volgende woorden waarin hij (vrede zij met hem) zegt: “Overdrijft niet over mij, zoals de christenen overdreven over de zoon van Maryam (cIesaa). Ik ben slechts een dienaar. Zegt dus: “De dienaar van Allah en Zijn Boodschapper.”

(al-Boekhaari)

 

De stichter van deze sekte is Ahmad Ridha (Raza) Khan ibn Taqie cAli Khan. Hij noemde zichzelf cAbdul-Moestafa (dienaar van Moestafa) en is geboren in het jaar 1856 in Briliey, India.

 

Hij was één van de leerlingen van Ghulam Qadir Baig, de broer van Mirza Ghulam Ahmad al-Qaadiyaanie, de oprichter van de Ahmadiyya sekte. Hij had een slanke bouw en stond bekend om zijn scherpzinnigheid en intelligentie, maar ook om zijn slechtgehumeurdheid en grofheid. Hij leed aan chronische ziekten en klaagde vaak over hoofd- en rugpijn. In het jaar 1874 reisde hij naar Mekka en studeerde bij bepaalde geleerden aldaar. Zijn bekendste boeken zijn: “Anbaa’ ul-Moestafa” en “Khaalis ul- Ictiqaad.”

 

Tot de geloofsovertuiging van deze afgedwaalde sekte behoort het dat de Profeet (vrede zij met hem) de macht heeft de schepping te beheersen en alles wat hiermee samenhangt. Ook geloven zij dat de vromen de macht zouden hebben de schepping en alles wat hiermee samenhangt te beïnvloeden. Terwijl Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

“En aan Allah behoort alles in de hemelen en op de aarde.”

(Soerat Aali cImraan: 109)

 

Zij overdrijven vooral in het prijzen van de Profeet (vrede zij met hem). Zij gaan hierin zover dat ze hem bijna aanbidden. Zo beweren zij dat hij (vrede zij met hem) kennis heeft van het ongeziene. Terwijl Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

“Zeg: ,,Niemand kent het ongeziene in de hemelen en op de aarde, behalve Allah.”

(Soerat an-Naml: 65)

 

Ook ontkennen zij dat hij behoorde tot het menselijke ras en beweren zij dat hij (vrede zij met hem) geschapen is uit het Licht van Allah. Terwijl Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

“Zeg (Mohammed): ,,Ik ben slechts een mens zoals jullie. Het is mij geopenbaard dat jullie God slechts één God is.”

(Soerat al-Kahf: 110)

 

Ook behoort het tot hun valse geloofsovertuiging dat zij het toestaan anderen dan Allah aan te roepen zoals profeten en vromen. Terwijl Allah ons het volgende beveelt te zeggen (interpretatie van de betekenis):

 

“U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.”

(Soerat al-Faatihah: 5)

 

Er kan hierover geen twijfel bestaan. In een correcte overlevering heeft hij gezegd: “Als je vraagt, vraag dan aan Allah en als je hulp zoekt, zoek deze dan bij Allah.”

(Tirmidhi)

 

Tot slot vragen wij Allah om de mensen naar de waarheid te leiden. Het is de weg van Ahl us-Soennati wal-Djamaacah. Het is de weg die werd bewandeld door onze vrome voorgangers, waaronder de weledele geleerden Imam Aboe Haniefah, Imam Maalik, Imam Shaaficie en Imam Ahmad ibn Hanbal.

 

Gebaseerd op een Fatwaa van Sheich Mohammed al-Moenadjid