Jezus, de zoon van God?

Vraag:

 

Waarom is het voor de moslims zo moeilijk om te geloven dat Jezus de enige zoon is van God? Vooral aangezien er in de Bijbel vermeld staat dat hij de zoon is van God en hij God aanduidt als ‘mijn vader’?

 

Antwoord:

 

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Profeet, diens familie en metgezellen.

 

Wij hebben eerder uitgelegd dat de Bijbel waarin wij geloven door Allah aan Jezus (vrede zij met hem) is geopenbaard en iemands geloof is niet compleet zonder in deze Bijbel te geloven. Echter, hiermee wordt niet de Bijbel bedoeld die de christenen vandaag de dag hanteren. De Bijbel die de christenen tegenwoordig voor handen hebben, is iets anders. Hierdoor is de claim van de christenen, dat de Bijbel zou aangeven dat Jezus de zoon is van God en dat God zijn vader is – Verheven is Allah boven het hebben van een zoon of vrouw – niet steekhoudend als bewijs, aangezien wij geloven dat  dit verzonnen is door mensen en geen onderdeel uitmaakt van de ware religie van Jezus (vrede zij met hem) of welke andere Boodschapper dan ook.

 

Wij geloven dat de Bijbel die men tegenwoordig in handen heeft en waar de christenen in geloven, vervalst en veranderd is waardoor de oorspronkelijke Bijbel, zoals door Allah werd geopenbaard, niet meer voor handen is.

 

Het evangelie dat het meest spreekt over de drie-eenheidleer en de goddelijkheid van de Messias (vrede zij met hem) is het evangelie van Johannes. Dit evangelie is de voornaamste bron voor de christenen waarin over deze valse leerstelling wordt verhaald. Terwijl zelfs onder christelijke schriftgeleerden twijfel bestaat over wie de auteur is van dit evangelie. Deze twijfel is eeuwenoud en voert, volgens hun eigen geschiedenis, terug naar de tweede eeuw na Christus.

 

Professor Stadlin zei: “Het complete Evangelie van Johannes is geschreven door een student van de Alexandrische school: Een tweede-eeuwse sekte, die dit Evangelie verwierp en alles dat werd toegeschreven aan Johannes.”

 

In de Encyclopaedia Britannica staat vermeld: “Wat betreft het Evangelie van Johannes, dit is zonder enige twijfel vervalst. De auteur wilde twee discipelen tegen elkaar opzetten, namelijk Johannes en Matteüs.”

 

De schrijver die in de tekst voorkomt, beweert dat hij de geliefde discipel van de Messias was. De Kerk nam dit voor waar aan, verklaarde dat het Johannes betrof en schreef het boekwerk aan hem toe, ondanks dat hier geen zekerheid over bestond. Het boekwerk is namelijk net als de boeken van de Thora niet toe te schrijven aan de vermeende auteurs. Wij voelen medelijden met degenen die hun uiterste best hebben gedaan om een verband te leggen tussen de filosoof, die het boekwerk heeft geschreven in de tweede eeuw, en de discipel Johannes voor hun baatloze moeite.

 

Sheikh Mohammed Aboe Zahrah zegt in ‘Muhaaraat fin-Nasraaniyyah’: “Het is werkelijk vreemd dat zij laster uiten over de auteur van het evangelie waarvan zij bevestigen dat het geschreven is ter ondersteuning van hun valsheid. De valse doctrine van de goddelijkheid van de Messias, waar geen acht op wordt geslagen in de overige evangeliën, tenminste totdat dit evangelie werd geschreven.

 

Yoesoef al-Khoeroe zegt: “De vermeende Johannes schreef zijn evangelie aan het eind van zijn leven op verzoek van onder meer de bisschop van Azië. De reden hiervoor was de ontkenning, door enkele stromingen, van de goddelijkheid van de Messias. Vandaar dat hij gevraagd werd dit te bewijzen en voor het daglicht te brengen wat Matteüs, Marcus en Lucas nalieten in hun evangeliën.”

 

Ongeacht de twijfels over het auteurschap van de evangeliën in het algemeen en in het bijzonder van het evangelie van Johannes, ondersteunen de frasen die uit dit evangelie geciteerd worden geenszins het punt dat zij willen maken. Het is eerder een spinnenweb waaraan zij zich vastklampen, zoals Allah over hen en hun gelijken zegt (interpretatie van de betekenis):

 

“De gelijkenis van degenen die helpers naast Allah nemen, is als de gelijkenis van een spin die een huis maakt. Maar waarlijk, de zwakste onder de huizen is het huis van een spin, als zij het maar wisten.”

(Soerat al-cAnkaboet: 41)

 

De Bijbel die vermeldt dat de Messias (vrede zij met hem) de zoon van God is, is dezelfde Bijbel waarin de afkomst van de Messias wordt teruggevoerd naar Adam (vrede zij met hem), terwijl ook hij wordt beschreven als een zoon van God. Zo staat er vermeld:

 

“Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Heli… de zoon van Seth, de zoon van Adam, de zoon van God.”

(Lucas 3: 23-38)

 

Dit is dezelfde Bijbel die Israël als volgt beschrijft:

 

“Zeg dan tegen Farao; Dit zegt de Heer: Israël is mijn eerstgeboren zoon.”

(Exodus 4:22)

 

Iets soortgelijks vinden wij in het boek van Hosea:

 

“De Heer zegt: ,,Toen Israël nog een kind was heb ik hem lief gehad, ik heb hem uit Egypte geroepen en hem mijn zoon genoemd.”

(Hosea 11:1)

 

Hetzelfde is gezegd over Salomo (Soelaymaan -vrede zij met hem):

 

“En Hij heeft mij gezegd: ,,Uw zoon Salomo zal mijn huis en mijn voorhoven bouwen, want hem heb Ik uitverkoren als mijn zoon en Ik zal voor hem een vader zijn.”

(1 Kronieken 28:6)

 

Waren Adam, Israël en Soelaymaan allen zonen van God zoals de Messias? Verheven is Allah boven hetgeen zij beweren.

 

In het evangelie van Johannes wordt uitgelegd wat bedoeld wordt met de zoonschap. Het omvat alle rechtschapen dienaren van God. In dit opzicht is er dus geen verschil tussen Jezus (vrede zij met hem) en welke andere Profeet dan ook.

 

“Maar allen die de openbaring ontvingen, gaf Hij kracht om de zonen van God te worden, zelfs aan hen die in Zijn naam geloven.”

(Johannes 1:3)

 

In het evangelie van Matteüs vinden wij iets soortgelijks:

 

“Gezegend zijn de vredestichters: God zal hen zijn kinderen noemen.”

(Matteüs 5:8-9)

 

Het gebruik van het woord ‘zoon’ in de taal van de Bijbel is een metafoor voor een rechtschapen dienaar van God en dient niet letterlijk genomen te worden, noch impliceert dit een andere scheppingswijze. Daarom zegt Johannes:

 

“Hoe groot is de liefde die de Vader ons heeft geschonken dat we kinderen van God worden genoemd.

(1 Johannes 3: 1)

 

Wat overblijft, is de beschrijving van Jezus (vrede zij met hem) als zijnde de ene ware zoon van God, wat zij hebben verzonnen over de Heer der Werelden. Dit wordt tegengesproken in de Bijbel. Zo staat vermeld:

 

“Houd me niet vast”, zei Jezus. ,,Ik ben nog niet naar de Vader opgestegen. Ga naar mijn broeders, en vertel hun: Ik stijg op naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is.”

(Johannes 20: 17)

 

Het zou dichter bij de waarheid zijn om te zeggen dat alle rechtgeaarde mensen kinderen en geliefden zijn van God, zoals eerder werd vermeld. Dit neemt daarmee gelijk de grondslag weg voor hen om de Messias te aanbidden in plaats van of naast Allah. Doen zij dit niet dan zijn zij hardleers en volgen zij hoogmoedig iets anders dan de Ware leiding.

 

Alle lof zij Allah, de Heer der Hemelen, de Heer van de aarde, de Heer der Werelden, voor de gunst van de Islam waarmee Hij ons heeft gezegend. O Allah, leidt ons naar Uw rechte pad, de weg van degenen aan wie U Uw Goedgunstigheid heeft geschonken en niet het pad van degenen op wie Uw Toorn rust of degenen die dwalend zijn.

 

www.islamqa.com