Verblijven zondaars eeuwig in het Vuur?

Vraag:

 

Ahl us-Soennah wal-Djamaa'ah gelooft dat de pleger van een grote zonde niet voor eeuwig in het Hellevuur zal blijven. Hoe valt dit te verzoenen met de volgende woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “Twee groepen inwoners van het Vuur heb ik (in mijn tijd nog) niet gezien: (Ten eerste), een volk met zwepen - als de staarten van koeien - waarmee zij de mensen slaan. En (ten tweede), vrouwen die gekleed, doch naakt zijn. Zij lopen heupwiegend en brengen (ook)anderen hiertoe. Hun hoofden zijn als de bulten van wiegende kamelen. Zij zullen het Paradijs niet binnentreden en zij zullen haar geur niet ruiken, ook al is haar geur van zo en zo’n afstand te ruiken.”

(Moeslim)

 

Antwoord:

 

Deze woorden slaan op degenen die niet vergeven zullen worden voor hun zonden en dus de Hel binnengaan. Tot deze mensen behoren degenen waarvan de goede daden het verliezen van de slechte daden en degenen die niet op Voorspraak kunnen rekenen.

 

De bestraffing voor de monotheïsten onder hen zal van tijdelijke aard zijn, dus het betreft hier geen eeuwige bestraffing. Een eeuwige bestraffing in het Vuur is alleen weggelegd voor ongelovigen.

 

Sheikh Saalih Ibn 'Abd ul-'Aziez Aal ash-Sheikh