Kan Shaytaan mijn intentie beïnvloeden?

Vraag:

Wanneer ik in mijn hart de intentie heb om iets goeds te doen, is de Shaytaan daar dan van op de hoogte en probeert hij mij daar dan vanaf te brengen?

Antwoord:

Iedere persoon heeft een duivel en een Engel met hem. De Profeet (vrede zij met hem) zei:“Er is niemand die niet over een metgezel van onder de djinn en een metgezel van onder de Engelen beschikt.” Zij zeiden: “Zelfs u niet, O Boodschapper van Allah?”Hij zei:“Zelfs ik niet, maar Allah heeft mij geholpen met hem en hij is moslim geworden (in een andere overlevering: en ik ben veilig van hem).En hij beveelt mij alleen om datgene te doen wat goed is.”

En hij (vrede zij met hem) vertelde ons dat de Shaytaan het kwaad voorschrijft aan de mensen, hen hier naar oproept en enige controle heeft over de harten. Hij kan, met de Wil van Allah,zien wat een persoon wil en welk voornemen hij heeft als het gaat om de goede en slechte daden.De Engel heeft ook enige controle over dat deel van zijn hart dat hem doet neigen naar het goede, en roept hem op tot het goede. Deze vorm van controle is iets waar Allah, de Verhevene, hen toe in staat heeft gesteld. Dat wil zeggen dat Hij de metgezellen van onder de djinns en de Engelen enige macht heeft gegeven. Zelfs de Profeet (vrede zij met hem) had een Shaytaan met hem die van onder de djinn kwam, zoals vermeld staat in de bovengenoemde overlevering.

Het punt waar het hier om gaat is dat iedere persoon een metgezel heeft van onder de Engelen en een metgezel van onder de djinn. De gelovige onderdrukt zijn Shaytaan door het gehoorzamen van Allah en zich vast te houden aan Zijn religie. En hij vernedert zijn Shaytaan totdat hij zwak wordt en niet in staat is om de gelovigen te weerhouden van het verrichten van goede daden of om hem te doen vervallen in het kwaad, behalve als Allah het wil. De zondaar daarentegen helpt de Shaytaan door zijn zonden en slechte daden. Dit doet hij totdat de Shaytaan strek genoeg wordt en hem leidt naar valsheid, hem aanmoedigt om het te volgen en hij vervolgens sterk genoeg is geworden om hem af te houden van het verrichten van goede daden.

De gelovige moet Allah vrezen en ernaar streven om de verleidingen van zijn Shaytaan te weerstaan, door het gehoorzamen van Allah en Zijn Boodschapper en het zoeken van toevlucht bij Allah tegen de Shaytaan. En hij moet standvastig zijn in het ondersteunen van zijn Engel om Allah en Zijn Boodschapper te gehoorzamen en om de Bevelen van Allah te volgen.

Sheikh Bin Baaz
(Fataawa Sheikh Bin Baaz, boekdeel 9, blz. 369)