Bestaat er een goede Bid'ah (vernieuwing in het geloof)?

Vraag:

De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie op een goede Soennah in de Islam wijst, heeft de beloning ervan en de beloning van degenen die dit na hem verrichten zonder dat dit afdoet aan hun beloning. En wie op een slechte (d.w.z. niet bestaande) Soennah in de Islam wijst, draagt daarvoor de zonde en de zonden van degenen die dit na hem verrichten zonder dat dit aan hun zondigheid afdoet.”

(Moeslim)

Betekent dit dat de Profeet (vrede zij met hem) bepaalde zaken achterwege heeft gelaten, zodat mensen iets goeds kunnen innoveren in het geloof?

Antwoord:

Deze overlevering duidt erop dat het voorgeschreven is om een Soennah tot leven te brengen en hiernaar op te roepen. Er wordt juist gewaarschuwd voor religieuze innovaties, zoals in de overlevering waarin de Profeet (vrede zij met hem) zegt: “Wie oproept naar Leiding heeft de beloning van degenen die deze (oproep)volgen, zonder dat dit afdoet aan hun beloning. En degene die oproept naar dwaling heeft de zonden van degenen die hem hierin volgen, zonder dat dit aan hun zondigheid afdoet.”

(Moeslim)

Ook komt het overeen met de overlevering waarin de Profeet (vrede zij met hem) zegt: “Wie wijst op iets goeds heeft dezelfde beloning als degene die het verricht.”

(Moeslim)

Zijn woorden: “Wie op een goede Soennah in de Islam wijst...” hebben betrekking op degenen die een Soennah doen herleven en dit aan de mensen bekend maakt. Diegene zal dan de beloning krijgen van degenen die hem daarin volgen. Dit betekent dus niet dat men vrij is om te innoveren in de Islam. De Profeet (vrede zij met hem) heeft namelijk religieuze innovaties verboden met zijn woorden: “Alle religieuze innovaties zijn een dwaling.” De woorden van de Profeet (vrede zij met hem) zijn niet tegenstrijdig en bevestigen elkaar. Hierover bestaat consensus onder de geleerden. Hieruit kunnen we concluderen dat zijn woorden: “Wie op een goede Soennah in de Islam wijst...” duiden op het doen herleven van een Soennah.

Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer een geleerde een land bezoekt waarin er geen Koran of Soennah wordt onderwezen. Wanneer deze geleerde de mensen begint te onderwijzen in de Koran en de Soennah, dan doet hij daarmee een Soennah herleven. En zo ook bijvoorbeeld dat wanneer iemand in een land komt waarin de mannen hun baarden wegscheren en hen erop wijst dat zij de baarden moeten laten staan en laten groeien, dan heeft hij hiermee een Soennah tot leven gebracht en krijgt hij de beloning van degenen die hiernaar handelen. In navolging van de woorden van de Profeet (vrede zij met hem): “Knip de snorren en laat de baarden staan. Wees anders dan de veelgodenaanbidders.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Zo zijn er talloze voorbeelden binnen de Wetgeving van Allah en aanbiddingen die wellicht onbekend zijn onder bepaalde groepen mensen. Wanneer iemand deze mensen onderwijst en deze wetgevingen weer onder hen doet herleven, dan kan er worden gezegd dat zo'n iemand een Soennah heeft doen herleven door deze bekend te maken aan de mensen.

Dit is geen vrijbrief voor iemand om te komen met religieuze innovaties waartoe Allah niet heeft opgedragen. Religieuze innovaties zijn namelijk allemaal dwaling zoals de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Pas op voor de religieuze innovaties, want alle religieuze innovaties zijn een dwaling.”

Ook heeft de Profeet (vrede zij met hem) gezegd: “Wie iets toevoegt aan deze zaak van ons wat hiertoe niet behoort, het zal verworpen worden.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

In een andere versie heeft de Profeet (vrede zij met hem) gezegd: “Wie een daad verricht die niet in overeenstemming is met onze zaak (de Islam), het zal verworpen worden.”

(Moeslim)

Het is niet toegestaan om aanbiddingen te verrichten die niet door Allah zijn voorgeschreven. Ook is het niet toegestaan om ernaar uit te nodigen, en de betreffende persoon krijgt daar geen beloning voor. Daarnaast is het een innovatie om hiernaar te handelen en er naar uit te nodigen. Daardoor is de uitnodiger hiernaar, een uitnodiger naar dwaling. Allah berispt deze groep mensen ook in de Koran, zeggende (interpretatie van de betekenis):

“Hebben zij deelgenoten die hun in de godsdienst dat voorschrijven waartoe Allah geen toestemming heeft gegeven?”

(Soerat as-Shoera: 21)

En Allah weet het het best.

Gebaseerd op de woorden van Sheikh Bin Baaz