Is Allah boven?

Vraag:

 

Sommige mensen zeggen dat Allah Zich boven de hemel bevindt. Weer anderen beweren dat Hij geen plek kent. Wat is de correcte uitspraak hierover?

 

Antwoord:

 

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Profeet, diens familie en metgezellen.

 

Zowel de Koran, de Soennah, de consensus, als het verstand en het aangeboren gemoed van de mens duiden allemaal op de juiste opvatting van al-cOeloew (de Verhevenheid) van Allah met Zijn Dhaat (Wezen). Dit is dan ook de overtuiging van Ahl us-Soennah wal-Djamaacah. Het is niet zo dat Allah geen plek kent of zich ‘overal zou bevinden’.

 

Er zijn verschillende bewijzen uit de Koran voor de Verhevenheid van Allah. Zo wordt er in de Koran gesproken over al-Fawqiyyah (het boven zijn), het neerdalen van zaken en het opstijgen naar Hem.

 

De bewijzen voor de Verhevenheid van Allah zijn de volgende Woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):

 

“En Hij is de Verhevene, de Almachtige.”

(Soerat al-Baqarah: 255)

 

En (interpretatie van de betekenis):

 

“Prijs de Naam van jouw Heer, de Hoogste.”

(Soerat al-Aclaa: 1)

 

Wat betreft al-Fawqiyyah (het boven zijn), is het bewijs hiervoor is (interpretatie van de betekenis):

 

“En hij is de Meest Machtige boven zijn dienaren.”

(Soerat al-Ancaam: 18)

 

En (interpretatie van de betekenis):

 

“Zij vrezen hun Heer boven hen en zij doen wat Hij beveelt.”

(Soerat an-Nahl: 50)

 

Wat betreft het neerdalen vanaf Hem is het bewijs (interpretatie van de betekenis):

 

“Hij regelt het bestuur vanuit de hemel naar de aarde.”

(Soerat as-Sadjdah: 5)

 

En (interpretatie van de betekenis):

 

“Zeker, Wij zijn het Die de vermaning (de Koran) hebben neergezonden.”

 

(Soerat al-Hidjr: 9)

 

Betreffende het opstijgen van zaken naar Hem, zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

 

“Tot Hem stijgt het goede woord op.”

(Soerat Faatir: 10)

 

En (interpretatie van de betekenis):

 

(Waarvandaan) de Engelen en de geest (Djibriel) tot Hem opstijgen.”

(Soerat al-Macaaridj: 4)

 

Ook de volgende Woorden van Allah duiden erop dat Hij Zich boven de hemel bevindt (interpretatie van de betekenis):

 

“Voelen jullie je er veilig voor dat Hij die boven de hemel is…”

(Soerat al-Moelk: 16)

 

Ook in de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) zijn er veel bewijzen te vinden. Zo is het overgeleverd dat hij (vrede zij met hem) tijdens de Soedjoed (prosternatie) gewoon was te zeggen:“Verheven is mijn Heer, de Hoogste.” Tevens heeft hij (vrede zij met hem) gezegd: “Allah bevindt Zich boven de Troon.”

 

Ook is het overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) op de dag van de afscheidsbedevaart de mensen toesprak met de woorden: “O mensen, heb ik mijn Boodschap aan jullie overgedragen?”en herhaalde dit tot driemaal toe. Vervolgens zei hij (vrede zij met hem): “O Allah, wees getuige” en wees met zijn vinger richting de hemel. Daarnaast staat in tientallen overleveringen vermeld dat de Profeet (vrede zij met hem) zijn handen ophief naar de hemel. Dit is het bewijs voor al-cOeloew van Allah.

 

Tevens staat vermeld in een correcte overlevering dat de Profeet (vrede zij met hem) een slavin vroeg:“Waar is Allah?”, waarop zij antwoordde “Boven de hemel.” Vervolgens vroeg hij (vrede zij met hem): “Wie ben ik?”, waarna zij antwoordde: “De Boodschapper van Allah.” Hierop beviel de Profeet (vrede zij met hem) om haar te bevrijden, zeggende: “Bevrijdt haar, want zij is een gelovige.”

 

Deze slavin, die bijna geen kennis bezat - zoals dat meestal het geval is bij slavinnen - wist dat Allah Zich boven de hemel bevindt. Dit terwijl vele dwalenden vandaag de dag ontkennen dat Allah Zich boven de hemel bevindt. Zij beweren dat Hij Zich niet boven of beneden, noch links of rechts bevindt, maar dat Hij Zich overal bevindt.

 

Daarnaast is er consensus onder de vrome voorgangers dat Allah Zich met zijn Dhaat boven de hemel bevindt. Dit is overgeleverd door Imam ad-Dhahabi in zijn boek al-cOeloew lil-cAliyy il-Ghaffaar.

 

Voor wat betreft het verstand. Ieder weldenkend persoon onderkent dat al-cOeloew een vervolmaakte Eigenschap is. Wanneer het een vervolmaakte Eigenschap betreft, dan dient deze toegeschreven te worden aan Allah, omdat elke vervolmaakte Eigenschap aan Allah behoort.

 

Wat betreft het gemoed. Bij iedereen is de overtuiging aangeboren dat Allah Zich boven de hemel bevindt. Als iemand getroffen wordt door iets wat hij niet kan tegenhouden en hij richt zich vervolgens tot Allah, dan wendt zijn hart zich automatisch tot de hemel. Het frappante is dat zelfs degenen die al-cOeloew van Allah ontkennen zich - ten tijde van een smeekbede - met opgeheven handen richten tot de hemel.

 

Zelfs toen Fircawn, de vijand van Allah, met Moesa wilde redetwisten over zijn Heer, zei hij tegen Haamaan (interpretatie van de betekenis):

 

“O Haaman, maak voor mij een hoog paleis, hopelijk bereik ik de poorten. De poorten van de hemel, zodat ik de god van Moesa kan zien.”

(Soerat Ghaafir: 36)

 

In werkelijkheid was Fircawn op de hoogte van het Bestaan van Allah, de Verhevene, zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

 

“En zij ontkenden het, hoewel zij zelf ervan overtuigd waren, uit onrechtvaardigheid en hoogmoed.”

(Soerat an-Naml:14)

 

Dit zijn enkele bewijzen uit de Koran, Soennah, consensus, het verstand en het aangeboren gemoed welke bevestigen dat Allah Zich boven de hemel bevindt. En zelfs de ongelovigen erkennen dit.

 

Wij vragen Allah om leiding te schenken naar de waarheid.

 

Sheich Mohammed Saalih al-Munaddjid