Gematigdheid in het geloof

Vraag:

Wat wordt er bedoeld met gematigdheid binnen het geloof?

Antwoord:

Gematigdheid binnen het geloof is dat men hier niet in overdrijft en de grenzen van Allah niet overschrijdt. Tevens houdt dit in dat men deze grenzen niet tekort doet waardoor hij niet aan de gestelde voorwaarden voldoet.

Gematigdheid binnen het geloof kan omschreven worden als het zich vasthouden aan de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem). Het overdrijven in het geloof is daarentegen het overschrijden van de door de Soennah vastgestelde grenzen. Het tekortschieten in het nakomen van deze Soennah is dat men deze niet volledig tot uitvoer brengt.

Een voorbeeld van dit laatste is bijvoorbeeld een man die zegt: "Ik wil de hele nacht opblijven en de hele dag niet slapen, want het gebed behoort tot de beste daden van aanbidding. En ik houd ervan om mijn hele nacht biddend door te brengen."

Wij zeggen hierop dat dit overdrijven is in het geloof van Allah en dat dit niet berust op de Waarheid. In de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) heeft zich namelijk ook een soortgelijk voorval voorgedaan. Er verzamelde zich een groep mensen. Een aantal van hen zei: "Ik blijf wakker (om te bidden) en zal niet slapen." Anderen zeiden: "Ik zal vasten en ik zal mijn vasten niet verbreken." Een derde groep van deze mensen zei: "Ik zal geen vrouwen trouwen (om mij vervolgens te storten op daden van aanbidding)." Deze uitspraken kwamen de Profeet (vrede zij met hem) ter ore, waarop hij zei: "Wat is er met diegenen die zus en zo zeggen, terwijl ik bid en slaap, ik vast en eet en ik trouw vrouwen. Wie zich afwendt van mijn Soennah, behoort niet tot mij!"                                                    (al-Boekhaari & Moeslim)

Deze mensen overdreven in het geloof en de Profeet (vrede zij met hem) nam daardoor afstand van hen, omdat zij zich afwendden van zijn Soennah waarin vasten en het verbreken van vasten, het bidden en het slapen en het huwen van vrouwen voorkomt.

Wat betreft degene die tekortschiet in het nakomen van de Soennah, dit is iemand die het volgende impliceert: "Er is geen behoefte aan het verrichten van aanbevolen daden van aanbidding. Ik verricht geen aanbevolen daden en ik kom slechts aanzetten met datgene dat verplicht is." Hierdoor kan hij ook in de verplichtingen tekortschieten.

Degene die het bij het goede einde heeft, is hij die het pad volgt van de Profeet (vrede zij met hem) en zijn rechtgeleide kaliefen.

Een tweede voorbeeld is van drie mannen die een faasiq (grote zondaar) tegenkomen. Eén van hen zegt: "Ik zal deze zondaar niet groeten, afstand van hem nemen en niet met hem praten."

De tweede van hen zegt: "Ik zal met deze zondaar lopen, hem groeten en ik zal glimlachen in zijn gezicht en hem uitnodigen en gehoor geven aan zijn uitnodiging. Hij is in mijn ogen niets anders dan een vrome persoon."

De derde van hen zegt: "Ik veracht deze zondaar om zijn zonden en ik houd van hem vanwege zijn imaan. Ik zal geen afstand van hem nemen, behalve als dit hem ten goede komt. En als het nemen van afstand hem niet ten goede komt en zelfs ertoe leidt dat zijn zonden zich vermeerderen, dan zal ik hem niet verlaten."

Wij zeggen dat de eerste persoon overdrijft in het geloof. De tweede persoon is iemand die behoort tot de groep mensen die in het geloof tekortschieten. De derde persoon is een voorbeeld van een gematigde persoon. En zo zeggen wij dit over alle aanbiddingen en omgangsvormen met de schepping. De mensen bevinden zich tussen drie zaken: iemand die tekortschiet, iemand die overdrijft en iemand die gematigd is.

Een derde voorbeeld is een man die onder de plak zit van zijn vrouw. Zij stuurt hem alle richtingen op. Hij weerhoudt haar niet van het zondigen en hij zet haar niet aan tot het goede. Deze vrouw bezit zijn verstand en zo is zij degene geworden die de broek aan heeft in huis. Een andere man stelt zich minachtend en hoogmoedig op tegenover zijn vrouw, in zoverre dat het lijkt alsof hij geen aandacht voor haar heeft en zij in zijn ogen minder dan een werkster is. Een derde, gematigde man behandelt zijn vrouw zoals Allah en Zijn Profeet (vrede zij met hem) hem hebben opgedragen (interpretatie van de betekenis):

"En voor hen (de vrouwen) zijn er rechten gelijk aan hun plichten volgens het goede."  
                                                                                                                     (Soerat al-Baqarah: 228)

En zoals de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Een gelovige man veracht een gelovige vrouw niet. Als hij een eigenschap van haar veracht, is er een andere eigenschap die hem behaagt."                                                                                                                           (Moeslim)

De laatste man is de gematigde man. De eerste is iemand die overdrijft in de omgang met zijn vrouw en de tweede is iemand die tekortschiet in de omgang met zijn vrouw. Ook dit voorbeeld is toe te passen op de overige daden en aanbiddingen.

Sheich Mohammed ibnoe Saalih al-cOetaymien
Fataawaa cOelamaa' il-Balad il-Haraam, blz. 1609