Last van gevoel om te pronken

Er is een belangrijke kwestie waar ik meer over wil weten. Telkens wanneer ik een goede daad verricht, dan doe ik dat om gewaardeerd te worden door de mensen. Ik weet dat het in de Islam niet toegestaan is om te pronken, maar hoe kunnen wij van dit soort gevoelens afkomen? Ik probeer dit te vermijden, maar het lukt mij niet.

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

 

Degene die zichzelf wil verlossen van het probleem ar-Riyaa’ (te kijk lopen met je goede daden), dient de volgende zaken in acht nemen:

1.     Zichzelf eraan herinneren dat Allah Zijn dienaren altijd ziet.

Dit is de status van ‘Ihsaan’ (perfectie in aanbidding) die door Djibriel is genoemd aan de Profeet (vrede zij met hem). Namelijk: “Dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet, en als je Hem niet ziet, dan ziet Hij jou wel.”

(Moeslim)

Wanneer een persoon beseft dat Allah hem altijd ziet, dan zal wat andere mensen vinden onbelangrijk voor hem worden. En dit zal ervoor zorgen dat hij alleen Allah zal vrezen en eerbiedigen.

2.     Het zoeken naar de Hulp van Allah om zichzelf te ontdoen van de gewoonte van het pronken.

Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.”

(Soerat al-Faatihah: 5)

Eén van de zaken die van nut kunnen zijn in deze kwestie is het zoeken van de Hulp van Allah en Hem aanroepen. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “O mensen, pas op voor deze Shirk (polytheïsme),want het is subtieler dan de voetstappen van een mier.” Degene waarvan Allah wilde dat hij zou spreken, zei tegen hem: “Hoe kunnen wij hier waakzaam over zijn wanneer het subtieler is dan de voetstappen van een mier, o Boodschapper van Allah?” Hij (vrede zij met hem) zei: “Zeg: “Allahoemma innaa nacoedhoe bika min an noeshrika bika Shay’an naclamoehoe, wa nastaghfiroeka limaa laa naclam (O Allah, we zoeken onze toevlucht bij U tegen het opzettelijk associëren van iets met U, en wij zoeken Uw Vergeving voor wat wij onbewust doen).”

(Ahmad en Sahieh verklaard door Sheikh al-Albaanie)

3.     Het kennen van de effecten van pronken en weten hoe hierover geoordeeld zal worden in het Hiernamaals.

Wanneer men hier niet van op de hoogte is, kan het ertoe leiden dat hij in deze zonde vervalt of dat hij hierin blijft volharden. Men moet zich realiseren dat pronken alle daden van de persoon volledig vernietigt (d.w.z. de beloning komt hem niet toe) en dat hij hiermee de Toorn van Allah over zich afroept. De wijze persoon verspilt zijn energie niet aan zaken die niet gepaard gaan met een beloning, laat staan aan daden die de Toorn en Woede van Allah met zich meebrengen.

Eén van de belangrijkste overleveringen over de Bestraffing in het Hiernamaals van diegenen die pronken, is de overlevering waarin de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Wanneer de Dag der Opstanding aanbreekt, zal Allah de Verhevene neerdalen om te oordelen tussen Zijn dienaren, en elke natie zal knielen. De eersten die opgeroepen worden, zullen een man zijn die de Koran uit het hoofd had geleerd, een man die streed omwille van Allah en een man die veel rijkdom bezat.

Allah zal tegen de Korankenner zeggen: “Heb ik je niet geleerd wat ik aan Mijn Boodschapper had geopenbaard?” Hij zal zeggen: “Ja, o Heer.” Hij (Allah) zal zeggen: “Wat heb je gedaan met wat ik je geleerd heb?” Hij zal zeggen: “Ik was gewoon om het dag en nacht te lezen.” Allah zal tegen hem zeggen: “Je hebt gelogen.” En de Engelen zullen tegen hem zeggen: “Je hebt gelogen.” Allah zal zeggen: “Je wilde liever dat er gezegd zou worden dat die en die een lezer van de Koran is, en dat is wat er werd gezegd.”

Vervolgens zal de rijke man naar voren worden gebracht, en zal Allah tegen hem zeggen: “Heb ik jou niet overvloedig voorzieningen gegeven, zodat jij niet behoeftig was bij anderen?” Hij zal zeggen: “Ja, o Heer.” Hij(Allah) zal zeggen: “Wat heb je gedaan met wat ik je gegeven heb?” Hij zal antwoorden: “Ik onderhield de familiebanden en gaf het uit in liefdadigheid.” Allah zal tegen hem zeggen: “Je hebt gelogen.” En de Engelen zullen tegen hem zeggen: “Je hebt gelogen.” Allah zal zeggen: “Je wilde liever dat er gezegd zou worden dat die en die vrijgevig is, en dat is wat er werd gezegd.”

Dan zal degene die (ogenschijnlijk) omwille van Allah gedood werd naar voren worden gebracht, en Allah zal tegen hem zeggen: “Waarom werd je gedood?” Hij zal zeggen: “Ik werd bevolen om omwille van U te strijden in Djihaad (veldslag), dus streed ik totdat ik werd gedood.” Allah zal tegen hem zeggen: “Je hebt gelogen.” En de Engelen zullen tegen hem zeggen: “Je hebt gelogen.” Allah zal zeggen: “Je wilde dat er gezegd zou worden dat die en die moedig was, en dat is wat er werd gezegd.”

De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) sloeg vervolgens op mijn knie en zei: “O Aboe Hoerayrah, deze drie zijn de eerste van de schepping van Allah die in het Vuur zullen worden meegesleurd op de Dag der Opstanding.”

(at-Tirmidhie, Ibn Hibbaan en Ibn Khoezaymah)

4.      Het overpeinzen van de bestraffing in deze wereld voor het pronken.

Net zoals er voor het pronken een Bestraffing zal zijn in het Hiernamaals, zal er ook een bestraffing zijn in deze wereld. Allah, de Verhevene, zal namelijk zijn ware aard onthullen en zijn slechte intenties kenbaar maken aan anderen. Dit is één van de interpretaties van de overlevering van de Profeet (vrede zij met hem) waarin hij zei: “Degene die pronkt, Allah zal hem ontmaskeren.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Ibnoe Hadjar verhaalde dat al-Khattaabie heeft gezegd: “Dit betekent dat eenieder die iets niet oprecht omwille van Allah doet, maar slechts om gezien en gehoord te worden door de mensen, daarvoor bestraft zal worden. Allah zal hem ontmaskeren en bekend maken wat hij verbergt.”

Er werd gezegd dat wie iets doet met de intentie om status en aanzien onder de mensen te verkrijgen, en hierbij niet het Aangezicht van Allah zoekt, Allah hem het onderwerp van slecht gepraat onder de mensen zal laten zijn in wiens ogen hij status wilde verkrijgen. En hij zal hiervoor geen Beloning krijgen in het Hiernamaals.”

(Fath ul-Baarie, boedeel 11, blz. 336)

5.     Het verbergen van aanbidding en dit niet vertonen.

Hoe verder een persoon is van plaatsen waar zijn aanbidding gezien kan worden, hoe veiliger hij is van het pronken. Maar voor wie juist op zoek gaat naar plaatsen waar de mensen zich verzamelen, zal de Shaytaan met genoegen hem doen laten pronken met zijn aanbidding, zodat zij hem hiervoor zullen prijzen.

Daden van aanbidding die verborgen dienen te worden zijn de daden die niet verplicht zijn, of daden die niet openlijk gedaan dienen te worden volgens de Soennah. Zoals Qiyaam ul-Layl (het nachtgebed) en het geven van liefdadigheid. Dit is niet van toepassing op de Adhaan (oproep tot het gebed), het bidden in gemeenschap en andere zaken die niet verborgen kunnen en mogen worden volgens de Shariecah.

We vragen Allah om onze woorden en daden oprecht te maken, en om ons te vergeven voor wat wij begaan aan gepronk. Moge Allah onze Profeet Mohammed zegenen.

Sheikh Mohammed Saalih al-Moenadjjid