Het schenken van leiding komt niemand anders toe dan Allah

Vraag:

Hoe kunnen wij de volgende twee uitspraken van Allah met elkaar in overeenstemming brengen? De één is waar Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“Voorwaar, jij kunt degene die jij liefhebt geen leiding geven.”                    (Soerat al-Qasas: 56)

En het andere vers is (interpretatie van de betekenis):

“En voorwaar, jij leidt zeker naar een recht Pad.”                                  (Soerat: ash-Shoeraa: 52)

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Allah heeft de mensen met een verstand geschapen. Hij heeft op hen de Openbaring doen neerdalen en Profeten naar hen gezonden die uitnodigden tot de Waarheid en waarschuwden tegen valsheid. Vervolgens heeft Allah de mensen aan hun vrije wil overgelaten. Allah zegt in de Koran (wat als volgt vertaald kan worden):

“En zeg: ,,De Waarheid is van jullie Heer: dus wie wil, laat hem geloven; en wie wil, laat hem ongelovig zijn.”                                                                                                   (Soerat al-Kahf: 29)

Allah heeft zijn Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de opdracht gegeven om de Waarheid aan de gehele mensheid te verkondigen. De mensen zijn volledig vrij in de keuzen die zij maken. Gehoorzamen zij de Profeet, dan baten zij zichzelf. Volgen zij hem (vrede zij met hem) niet, dan schaden zij zichzelf. Dit zoals Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: ,,O mensen, waarlijk, de Waarheid van jullie Heer is tot jullie gekomen. Wie dan de Leiding volgt: voorwaar, hij volgt die slechts in zijn eigen voordeel. En wie dwaalt: voorwaar, die dwaalt slechts ten nadele van zichzelf. En ik ben geen bewaker over jullie.”                                                                                                              (Soerat Yoenoes: 108)

De Islam is het geloof van verstand, ratio en natuurlijke aanleg. Allah heeft de Waarheid duidelijk onderscheiden van de valsheid en spoort aan tot al het goede en waarschuwt voor al het slechte. Hij heeft al het goede toegestaan en al het slechte verboden. En er is geen dwang in het geloof, want het voordeel en het nadeel komen slechts op conto van de schepping en niet op die van de Schepper! Allah zegt in de Koran (wat als volgt vertaald kan worden):

“Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en Hij die de taaghoet verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan.”                                                  (Soerat al-Baqarah: 256)

Ook zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

"Wie goede werken heeft verricht, het is voor hemzelf; en wie kwade werken heeft verricht, hij is er verantwoordelijk voor. En jouw Heer is niet onrechtvaardig tegenover de dienaren.”                                                                                                        (Soerat Foessilat: 46)

En Allah is Degene Die leidt. Als Allah het wil, leidt Hij de gehele mensheid. Er is niets in de hemelen en op aarde dat voor Hem onmogelijk is en niets doet zich voor in Zijn Koninkrijk, behalve met Zijn Wil. Allah zegt in de Koran (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: ,,Maar Allah heeft het overdonderende bewijs. Als Hij het dan had gewild, dan had Hij jullie allen geleid.”                                                                                        (Soerat al-Ancaam: 149)

Maar tot de Wijsheid van de Verhevene behoort dat Hij ons heeft geschapen met de mogelijkheid om zelf keuzen te maken. Hiernaast heeft Hij ook de Leiding en de Scheiding (tussen waarheid en valsheid) neergezonden. Degene die Allah en Zijn Profeet gehoorzaamt, zal het Paradijs binnentreden en degene die Allah en Zijn Profeet de rug toekeert, zal de Hel binnentreden. Dit op basis van de volgende Uitspraak van Allah, de Verhevene (wat als volgt vertaald kan worden):

“Waarlijk, tot jullie zijn zichtbare bewijzen gekomen van jullie Heer. Wie goed ziet: er is (een voordeel) voor hemzelf; en wie blind is: er is (een nadeel) voor hem, en ik (Mohammed) ben geen bewaker over jullie.”                                                                                   (Soerat al-Ancaam: 104)

Geen enkele aandeel van het leiden komt toe aan de Profeet (vrede zij met hem). Op hem en alle moslims rust slechts de plicht de Islam te verkondigen, te verduidelijken en het Rechte Pad aan te wijzen, zonder de mensen hiertoe te dwingen. Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En als jouw Heer het had gewild, dan zouden degenen die op aarde zijn, zeker allen tezamen hebben geloofd. Wil jij (O Mohammed) dan de mensen dwingen zodat zij gelovigen worden?”                                                                                                          (Soerat Yoenoes: 99)

En (interpretatie van de betekenis):

"Maar als jullie loochenen: waarlijk, vele gemeenschappen vóór jullie loochenden. En de plicht van de Boodschapper is slechts de duidelijke verkondiging."                   (Soerat al-cAnkaboet: 18)

Het schenken van leiding komt slechts toe aan Allah en niet aan één van Zijn schepselen. Zoals de Verhevene tegen Zijn Boodschapper heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):

“Voorwaar, jij kunt degene die jij liefhebt niet leiden. Maar Allah leidt wie Hij wil, en Hij kent degene die Leiding volgen het best.”                                                              (Soerat al-Qasas: 56)

Waarlijk, Allah leidt wie Hij wil en doet afdwalen wie Hij wil. In het licht hiervan vertelt de Verhevene ons ook dat Hij Leiding schenkt aan degenen die Hem gehoorzamen en hen tegemoet treden, zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“Maar degenen die de Leiding volgden: Hij vermeerderde hun Leiding en Hij verschafte hen hun godsvrucht.”                                                                                         (Soerat Mohammed: 17)

Wat betreft degene die Hem ongehoorzaam is en zich afwendt van Hem; hem zal geen leiding toekomen. Over hem zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“Voorwaar, Allah leidt niet degene die een zeer ongelovige leugenaar is.” (Soerat az-Zoemar: 3)

Allah is de Alwetende, Hij weet wat er is geweest, wat er nu is en wat er komen zal. Allah weet wie de gelovigen zijn en ook wie de ongelovigen zijn en is op de hoogte van hun daden. Hij, de Verhevene, is bekend met hun eindbestemming in het Hiernamaals en Hij heeft dit alles opgeschreven in de Bewaarde Tafel, zoals Hij de Almachtige zegt (interpretatie van de betekenis):

“En wij hebben alle zaken in een boek vastgelegd.”                                       (Soerat an-Naba': 29)

Allah heeft de mens geschapen met een vrije wil en deze vatbaar gemaakt voor geloof of ongeloof. Allah zegt hierover:

"Voorwaar, Wij wezen hem de Weg: wordt hij dankbaar of wordt hij ondankbaar?"
                                                                                                         
                 (Soerat al-Insaan: 3)

Het maken van keuzen gebeurt op basis van verstand. Wanneer het men ontbreekt aan verstand en hij dus niet in staat is onderscheid te maken tussen het goede en het kwade, tussen de waarheid en de valsheid, dan wordt hij van iedere religieuze verantwoordelijkheid ontheven.

En daarom wordt een krankzinnige niet verantwoordelijk gehouden voor zijn daden, totdat hij bij zinnen komt, een kind totdat het volwassen is geworden en een slapende, totdat hij ontwaakt. Er rust dus op deze personen geen verantwoordelijkheid, totdat zij het verstand bezitten waarmee zij onderscheid kunnen maken tussen geloof en ongeloof, en tussen de waarheid en de valsheid, enzovoorts.

Tot welke richting de mens zich ook wendt, hem staat beloning of bestraffing te wachten. Degene die gehoorzaamt, zal het Paradijs betreden.

“Voorwaar, hij die haar (de ziel) loutert, zal welslagen.”                               (Soerat ash-Shams: 9)

En degene die ongehoorzaam is zal de Hel binnentreden.

“En waarlijk verliest hij die haar bederft.”                                                   (Soerat ash-Shams: 10)

Het inslaan van één van deze twee wegen, vormt het onderwerp van de verrekening bij Allah, de Verhevene. Hiermee wordt het duidelijk dat geloof en ongeloof, gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid door de mens uit vrije wil gekozen wordt. En Allah beloont of bestraft op basis van datgene waar de dienaar voor heeft gekozen.

“Wie goede werken heeft verricht, het is voor hem zelf; en wie kwade werken verricht, hij is er verantwoordelijk voor. En jouw Heer is niet onrechtvaardig tegenover de dienaar.”                                                                                                                           (Soerat Foessilat: 46)

En wie beweert van Allah en Zijn Boodschapper te houden en verlangt naar gelukzaligheid in dit leven en in het Hiernamaals, zal de Islam moeten accepteren. Wie hiervan afziet en het wereldse leven verkiest boven het hiernamaals en overgave aan Allah weigert, zijn eindbestemming zal het Hellevuur zijn. Wie goed doet, goed ontmoet en wie kwaad doet, kwaad ontmoet. Er is per slot geen dwang in beide gevallen. Zoals Allah, de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

“Voorwaar, dit is een Vermaning. Wie het dan wil, laat hij een Weg naar zijn Heer nemen.”                                                                                                                         (Soerat al-Insaan: 29)


Bron: www.islamqa.com