Fouten bij bezoeken van de moskee van de Profeet

Vraag:
 
Wat zijn de fouten die mensen maken bij het bezoeken van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem)?
 
Antwoord:
 
Alle lof zij Allah.
 
Er worden verschillende fouten gemaakt door pelgrims bij het bezoeken van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem). Ik som hier een aantal belangrijke en veelvoorkomende fouten op:
 
1. Enkele pelgrims geloven dat het bezoeken van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem) iets te maken heeft met de Hadj en dat deze zonder dit bezoek niet geldig is. Enkelen van de onachtzamen denken zelfs dat het nog belangrijker is dan de Hadj. Dit is een valse overtuiging, omdat er geen verband is tussen het verrichten van de Hadj en het bezoeken van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem). De Hadj is compleet zonder dit bezoek en het bezoeken van de moskee is compleet zonder de Hadj. Maar sinds oudsher hebben veel mensen het bezoeken van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem) een onderdeel gemaakt van de reis naar Hadj. Dit omdat het moeilijk is tweemaal te reizen. Het bezoek aan de moskee van de Profeet is echter niet belangrijker dan de Hadj. Dit omdat de Hadj één van de pilaren en basisprincipes van de Islam is, en het bezoeken van de moskee van de Profeet niet. We zijn niet op de hoogte van één van de geleerden die van mening is dat het verplicht is de moskee of het graf van de Profeet te bezoeken.
 
Er wordt weleens een overlevering aangehaald waarin vermeld staat dat de Profeet (vrede zij met hem) zou hebben gezegd: “Wie de Hadj verricht en mij niet bezoekt, heeft mij onheus bejegend.” Dit is echter een valse overlevering en gaat in tegen de welbekende leringen van de Islam. Als dit waar zou zijn, dan zou het bezoeken van het graf van de Profeet één van de meest verplichte zaken zijn. En dat is het niet, dus is het niet waar.
 
2. Enkele bezoekers van de moskee van de Profeet (vrede zij met hem) verrichten de rondgang om het graf van de Profeet (vrede zij met hem) en raken de hekken en muren van de kamer aan. Soms kussen ze deze zelfs en leggen hun wangen ertegen. Dit zijn allemaal verwerpelijke innovaties. Het verrichten van de Tawaaf rond iets anders dan de Kacbah is Bidcah. Hetzelfde geldt voor het aanraken, kussen of plaatsen van de wangen tegen de muren. Zulke daden zijn slechts voorgeschreven op bepaalde plaatsen van de Kacbah. Het aanbidden van Allah middels het verrichten van zulke daden bij het graf van de Profeet brengt een persoon slechts verder weg van Allah.
 
3. Enkele bezoekers raken de Mihraab, Minbar en de muren van de moskee aan om hiermee zegeningen te verkrijgen. Dit alles behoort eveneens tot Bidcah.
 
4. Sommige bezoekers smeken de Profeet (vrede zij met hem) om hun lijden te verlichten of hen iets te schenken waarnaar ze verlangen. Dit is de meest ernstige fout. Dit is grote Shirk en een persoon treedt hiermee buiten de oevers van de Islam. Zowel Allah als Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) keurden dit niet goed. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
 
“En waarlijk, de moskeeën behoren toe aan Allah: roept dan niemand naast Allah aan.”
(Soerat al-Djinn 72: 18)
 
“En jullie Heer zegt: ,,Aanbidt Mij; Ik zal jullie smeekbede verhoren. Maar zij die te hoogmoedig zijn om Mij te aanbidden, zullen vernederend de Hel binnengaan.”
(Soerat Ghaafir 40: 60)
 
“Zeg: ,,Ik heb geen macht om voor jullie schade te voorkomen en niet om Leiding te geven.”
(Soerat al-Djinn 72: 21)
 
De Profeet (vrede zij met hem) berispte een man die zei: “Wat Allah en u willen.” De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Maak je mij een gelijke van Allah?” (Je moet zeggen:) Wat alleen Allah wil”.”
(Ibn Maajah)
 
Wat dan te denken van degene die de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) aanroept om zijn moeilijkheden te verlichten en hem van voordeel te zijn? Terwijl hij (vrede zij met hem) degene is, tegen wie Allah heeft gezegd (interpretatie van de betekenis):
 
“Zeg (O Mohammed): ,,Ik heb geen macht om voor mijzelf iets van nut te verwerven of schade af te wenden, behalve wat Allah wil.”
(Soerat al-Acraaf 7: 188)
 
“Zeg: ,,Ik heb geen macht om voor jullie schade te voorkomen en niet om Leiding te geven.”
(Soerat al-Djinn 72: 21)
 
De gelovige dient dus zijn hoop uitsluitend te vestigen op zijn Schepper. Hij is Degene Die de Macht heeft hem in zijn behoeftes te voorzien en hem te verlossen van zijn angsten. Hij dient de rechten van zijn Profeet (vrede zij met hem) te bevestigen, hierin te geloven, hiervan te houden en deze te volgen, zowel openlijk als verborgen. Hij dient Allah te vragen om hem hierin standvastig te maken en Allah niet proberen te aanbidden op andere manieren dan Hij heeft voorgeschreven.
 

Sheikh Mohammed Ibnoe Saalih al-cOethaymien
(Akhtaa’ yaqaca fiehaa al-Hadj wal-Moectamir)