Smeken in Soedjoed om wereldse zaken

Vraag:

Is het toegestaan om tijdens de Soedjoed (prosternatie) smeekbeden te verrichten voor wereldse zaken?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Het behoort tot de Soennah om te beginnen met de overgeleverde Adhkaar, namelijk het zeggen van: “Soebhaana Rabbiyal-Acla” (Verheven is mijn Heer, de Allerhoogste). Wanneer men deze woorden tien keer opzegt, dan is dat het perfecte aantal. Er zijn geleerden die stellen dat het drie keer opzeggen van deze verheerlijking het beste is, en één keer zou volstaan.

Dit wordt ondersteund door de bewijzen die overgeleverd zijn door de vijf samenstellers van de Hadieth (Imam Ahmad, Aboe Daawoed, At-Tirmidhie, An-Nasaa’ie en Ibn Maadjah). At-Tirmidhie levert over, op gezag van Hoedhayfah, dat hij samen met de Profeet (vrede zij met hem) het nachtgebed verrichtte. Hij zegt: “Ik verrichtte het gebed samen met de Profeet (vrede zij met hem). In zijn Roekoec (buiging) zei hij: “Soebhaana Rabbiyal-cAdhiem (Verheven is mijn Heer, de Meest Geweldige)” en in zijn Soedjoed zei hij: “Soebhaana Rabbiyal-Acla (Verheven is mijn Heer, de Allerhoogste).”

Ook is het overgeleverd op gezag van cOeqbah Ibn cAamir dat hij zei: “Toen het Koranvers: “Prijs de naam van jouw Heer, de Allerhoogste” werd geopenbaard, zei de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): “Zeg het in je Soedjoed.”

Het bewijs dat het perfecte aantal van verheerlijking tien keer is, is de volgende overlevering van Anas Ibnoe Maalik, waarin hij zegt: “Na het overlijden van de Boodschapper (vrede zij met hem) heb ik het gebed niet achter iemand verricht wiens gebed meer lijkt op dat van de Boodschapper (vrede zij met hem), dan deze jongen (verwijzend naar cOemar Ibn cAbdil-cAziez). We schatten het aantal van verheerlijkingen gedurende zijn Roekoec en Soedjoed op tien.”

(Ahmad, Aboe Daawoed en an-Nasaa’ie)

Het is toegestaan om overgeleverde smeekbeden of Adhkaar (gedenkingen) te voegen aan de Soedjoed. Hieronder valt bijvoorbeeld het zeggen van:

  • “Soebboehoen Qoeddoesoen Rabb ul-Malaa’ikati war-Roeh (Verheven en Heilig is de Heer van de engelen en de Roeh (Djibriel).”
  • “Soebhaanaka Allaahoemma wa bihamdik. Allaahoemmaghfirlie (Glorie en Lof is aan U, O Allah, vergeef mij).”
  • “Allaahoemmaghfirlie Dhanbie Koellahoe, Diqqahoe wa Djillahoe, wa Awwalahoe wa Aakhirahoe, wa cAlaaniyatahoe wa Sirrahoe (O Allah, vergeef mij al mijn zonden, de grote en de kleine, de eerste en de laatste en de openlijke en verborgene daarvan).”

Het is toegestaan Allah te vragen wat je nodig hebt. Het smeken tot Hem en jezelf nederig opstellen tegenover Hem zijn een erkenning van al-Oeloehiyyah (Allahs Alleenrecht op aanbidding). En dat Allah jouw smeekbeden verhoort, is een bewijs van ar-Roeboebiyyah (Allahs Eenheid in de Heerschappij).

Wanneer een persoon dit ondergaat, zal het licht van Tawhied (monotheïsme) en Imaan (geloof) zijn hart vullen. Hij steunt in al zijn wereldse en religieuze zaken altijd op zijn Heer. In dit geval is de persoon de blijde tijdingen gegeven en dient hij te hopen op het beste.

De Soedjoed is een houding waarin de kans op het verhoren van de smeekbede groter is. De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wat de Soedjoed betreft, vermeerder jouw smeekbede daarin, want de kans is groot dat jouw smeekbede verhoord zal worden.”

Sheikh cAbdoel-cAziez Ibn cAbdillaah Aal Ash-Sheikh