Bidden achter iemand die Bid'ah pleegt

Vraag:

In de moskee hebben wij een imam die zich bezighoudt met zaken van nieuwlichterij (Bidcah). Hoe dienen wij met hem om te gaan? Kunt u ons hierover inlichten? Moge Allah u belonen.

Antwoord:

De omgang met Ahl ul-Bidcah (volgers van religieuze innovaties) hangt af of men zich in een situatie van sterkte of zwakte bevindt. Tevens ligt het eraan of deze persoon zijn daden van nieuwlichterij heimelijk of juist openlijk verricht en hiernaar oproept.

Wanneer een persoon zwak is en de religieuze innovators het daar voornamelijk voor het zeggen hebben, dan dient hij hun slechtheid te weerhouden door goedheid en zachtmoedigheid te betrachten en tevens geduld te tonen. Men dient in dit geval geen standpunt te tonen dat hen uiteindelijk aanmoedigt om de absolute macht te verkrijgen, en zo de mensen van Ahl us-Soennah te onderdrukken en te verbannen van de moskee en hun activiteiten te laten overheersen. Wel dient men de plicht na te komen door de mensen van nieuwlichterij te verduidelijken dat hun standpunt niet juist is. Tevens dient men anderen te waarschuwen voor hen, de Soennah te verkondingen en de moslims hierover in te lichten.

Als mensen van Ahl us-Soennah het echter voor het zeggen hebben en de machtsposities bekleden, dan dienen zij de innovaties de kop in te drukken aan de hand van de regels die de islamitische Wetgeving heeft voorgeschreven. Dit kan middels ruwheid, intensiteit en het verlaten van hen (indien dit nodig is), zodat zij uiteindelijk terug zullen terugkeren naar het rechte Pad. Zoals ook blijkt uit de verplichtingen en verboden die de islamitische Wetgeving heeft opgesteld.

Mocht het zo zijn dat degenen die deze (geïnnoveerde) wegen bewandelen ook echte aanhangers hiervan zijn, dan leert de biografie van de Profeet (vrede zij met hem) ons dat wij deze vorm van slechtheid dienen te weerhouden door goedheid en zachtmoedigheid te betrachten zonder hen te vleien. Men dient hierbij de plicht na te komen door hen te waarschuwen en zaken aan hen te verduidelijken.

Wat betreft de personen die hun innovaties verborgen houden, hun binnenste laten we over aan Allah. De Profeet (vrede zij met hem) ging namelijk ook zo om met de hypocrieten van zijn tijd en in de tijd van de vrome metgezellen. En de kennis hierover ligt bij Allah.

En onze laatste smeekbeden zijn: Alle lof zij Allah de Heer der Werelden, en vrede en zegeningen zij met Mohammed, zijn familie en metgezellen.

Sheikh Mohammed cAli Ferkous
(Fataawa Manhadjiyyah, 258)