Bidden blijft verplicht bij ziekte of zelfs verlamming

Vraag:

Ik heb een vader die ziek is en verlamd aan de linkerkant van zijn lichaam, waardoor hij deze zijde helemaal niet kan bewegen. Hierdoor kan hij niet lopen, bewegen, iets voor zichzelf doen of zelf zijn behoefte doen. Dit is al tien jaar zijn toestand, maar sinds kort is zijn gesteldheid nog meer verslechterd.

Is het voor mijn vader toegestaan om te stoppen met bidden, omdat hij zichzelf niet kan reinigen voor het gebed? Zo niet, hoe dient hij zich dan te reinigen en het gebed te verrichten? En wat dient hij te doen aan de gebeden die hij gemist heeft in het verleden vanwege zijn ziekte? Hij dacht namelijk dat zolang hij ziek was, hij vrijgesteld was van het gebed.

Antwoord:

Zolang de moslim gezond van geest is, is hij niet vrijgesteld van het gebed. Hij dient het gebed te verrichten naar zijn vermogen, omdat Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Vrees daarom Allah volgens jullie vermogen; en luister en gehoorzaam…”

(Soerat at-Taghaaboen: 16)

En de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Verricht het gebed staand en als je dat niet kan, (verricht het)dan zittend. En als je dat niet kan, verricht het dan liggend op je zij.”

(al-Boekhaarie)

Als jouw vader, die getroffen is door verlamming, de Woedoe’ zelf kan verrichten met zijn gezonde hand, of als iemand hem daarbij kan helpen, dan moet hij dat doen. En als hij niet in staat is om de Woedoe’ te verrichten met water, dan dient hij Tayammoem te verrichten met aarde.

Als hij de Tayammoem niet zelf kan verrichten, dan moet een ander dat voor hem doen. Bijvoorbeeld een familielid dat voor hem zorgt of iemand die op dat moment bij hem aanwezig is. Deze persoon dient met zijn handen op de grond te slaan en vervolgens over zijn gezicht en handen te vegen, met de intentie dat dit als reiniging voor hem dient. Hierna dient hij het gebed te verrichten naar gelang zijn toestand, dus zittend of liggend op zijn zij. De Roekoec (buiging) en de Soedjoed (prosternatie) kan hij ook verrichten door met zijn hoofd te bewegen. Indien hij zijn hoofd niet kan bewegen vanwege de verlamming, dan kan hij de Roekoec en de Soedjoed verrichten door middel van zijn ogen.

Het geloof is gemakkelijk, alle lof zij Allah, maar dit betekent niet dat hij het gebed helemaal moet verlaten. Hij dient het gebed te verrichten zoals beschreven is. Ook dient hij de gemiste gebeden in te halen voor zover hij daartoe in staat is.

Sheikh Saalih al-Fawzaan
(al-Moentaqa min Fataawa al-Fawzaan, boekdeel 4, nr. 27)