Zondigen in de Ramadan

Vraag:

Iemand die vast pleegt een zonde en wordt vervolgens hierop aangesproken. De vastende die in de zonde is vervallen, antwoordt hierop met: “Ramadan Kariem (Ramadan is edelmoedig).” Wat is het oordeel over deze uitspraak? En wat is het oordeel over deze handeling?

Antwoord:

Het oordeel hierover is dat deze uitspraak niet correct is. Men kan wel Ramadan Moebaarak (Ramadan is gezegend) zeggen, of iets dergelijks. Het is niet de maand Ramadan die geeft, zodat we kunnen zeggen dat deze maand Kariem (edelmoedig) is. Het is echter Allah, de Verhevene, die deze maand voortreffelijk heeft gemaakt. Allah heeft deze maand tot een verdienstelijke maand gemaakt. En ook heeft Hij deze maand een tijd laten zijn waarin men een zuil van de Islam kan nakomen.

Het lijkt erop dat de persoon, over wie in de vraag wordt gesproken, denkt dat tijdens eerbiedwaardige periodes het toegestaan is om zondes te plegen. En dit is tegenstrijdig met wat de mensen van kennis zeiden. Zij zeiden namelijk dat de zondes juist zwaarder worden wanneer deze op een gezegende plek en/of tijd worden verricht. En dit is precies het tegenovergestelde van deze persoon in de vraagstelling wellicht denkt.

De geleerden hebben tevens gezegd dat het verplicht is voor de mens om Allah te vrezen op ieder tijdstip en op elke plek. En vooral op tijden en plekken die gezegend zijn. Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor degenen vóór jullie. Hopelijk zullen jullie Allah vrezen.”

(Soerat al-Baqarah: 183)

De wijsheid van het vasten is dat men Allah vreest door Zijn Geboden te verrichten en de verboden zaken te vermijden.

Er is namelijk bevestigd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie geen afstand kan nemen van ijdel gepraat, het handelen hiernaar en zaken van onwetendheid, hoeft voor Allah ook zijn eten en drinken niet te laten.”

(al-Boekhaarie)

Het vasten is een aanbidding voor Allah en een training voor de Nafs (eigen-ik). Tevens is het een bescherming voor de Nafs tegen zaken die Allah verboden heeft verklaard. Dit in tegenstelling tot wat de onwetende in de vraagstelling hier zegt; namelijk dat deze maand door zijn eerbiedwaardigheid en zegeningen het toelaat om zondes te plegen.

Sheikh Mohammed ibnoe Saalih al-cOethaymien
(Madjmoec Fataawa wa Rasaa’il ibnoe cOethaymien - Kitaab us-Siyaam)