Tevredenheid van Allah en van de ouders

Vraag:

Is het gezegde: “Yaa RidAllaah wa Ridal-Waalidayn” (O Tevredenheid van Allah en tevredenheid van de ouders) van toepassing op de uitdrukking: “Wat Allah wil en u wilt”, vanuit het oogpunt dat dit verboden is in het geloof?

Antwoord:

Ja, het is een vereiste dat er beperkingen worden opgelegd aan de tevredenheid van de ouders. Als degene die deze uitspraak doet hierbij het voornemen heeft om de tevredenheid te verkrijgen die islamitisch is toegestaan, dan beoogt hij hier ook de Tevredenheid van Allah mee. Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“En jullie Heer heeft bepaald dat jullie niets dan Hem alleen aanbidden en goedheid betrachten tegenover de ouders. Als een van de twee of beiden de ouderdom bereiken in jouw aanwezigheid, zeg dan nooit “oef” tegen hen, snauw hen niet af en spreek tot hen een vriendelijk woord. En wees zachtmoedig voor beiden, en nederig en liefdevol, en zeg: “O mijn Heer, schenk hun Genade, zoals zij mij opvoedden toen ik klein was.”

(Soerat al-Israa’: 23-24)

Degene die dus naar dit advies handelt, heeft in eerst instantie Allah tevreden gesteld en vervolgens zijn ouders. Het tevreden stellen van de ouders is dus in feite een daad van aanbidding. Wanneer een persoon echter zijn vader of moeder tevreden stelt met iets waarmee hij Allah ongehoorzaam is, dan is er geen sprake van een daad van aanbidding. En het is dan zeker niet toegestaan om zo’n uitspraak te doen. Dit is het onderscheid waar rekening mee gehouden moet worden wanneer zulke uitspraken worden gedaan. Ondanks dat keuren wij het af, op basis van het principe: “Verlaat datgene waar je over twijfelt voor datgene waar je niet over twijfelt.”

Wanneer de mensen zeggen: “De tevredenheid van de ouders”, dan houden zij geen rekening met dit aspect dat wij hebben uitgelegd. Dit vanwege de onwetendheid van vele mensen, zoals Allah heeft verklaard in de edele Koran. Wij weten vanuit de toestand waarin de moslims verkeren dat vele ouders en kinderen de bedoelde islamitische tevredenheid, niet in acht nemen. Zij zien juist alleen de tevredenheid zonder deze beperking.

Laten we zeggen dat er een arme vader is die een rijke zoon heeft. Zijn zoon behandelt hem goed, hij is altijd vrijgevig tegenover hem en geeft hem van zijn rijkdommen. Echter verricht deze zoon het gebed niet. En toch is zijn vader tevreden over hem, omdat hij hem van nut is. Maar ondanks dat is Allah niet tevreden over deze zoon. En daarom kan in dit geval niet gezegd worden: “O tevredenheid van Allah en tevredenheid van de ouders.”

Het klopt dat de ouders in dit geval tevreden zijn, maar de Heer der Werelden is niet tevreden. Zo zijn er ook mensen die dag en nacht de hand van hun vaders kussen, terwijl zij het gebed niet verrichten noch vasten. Wat is dan het voordeel in het tevreden stellen van de ouders als Allah niet tevreden is?!

Hierdoor worden we bewust van het verschil tussen de voorgeschreven en de niet-voorgeschreven tevredenheid van de ouders. Maar ik moet wederom herhalen dat het niet gepast is voor ons om een dergelijke uitspraak aan te moedigen, ook al zouden we hiermee de voorgeschreven tevredenheid bedoelen. Dit is omdat de tevredenheid van de ouders gerelateerd is aan de schepping. Het is dus een eigenschap van de schepping en niet een Eigenschap van de Schepper. Met uitzondering van het andere deel ervan, namelijk: “O Tevredenheid van Allah.”

Sheikh Naasir ud-Dien al-Albaanie