Bruidsschat in een andere valuta geven

Vraag:

Is toegestaan om een vrouw haar Mahr (bruidsschat) in een andere valuta te geven dan wat in het huwelijkscontract is opgenomen?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Wanneer het echtpaar overeenkomt dat de Mahr in een andere valuta wordt gegeven dan vermeld staat in het huwelijkscontract, dan is het toegestaan zolang de uitwisseling wordt gedaan tegen de marktwaarde op de dag waarop het is gegeven, en niet tegen de koers op de dag van het huwelijkscontract. Hierbij dient de volledige tegenwaarde ervan gegeven te worden. Zij mogen niet scheiden als de echtgenoot nog een openstaand bedrag moet betalen.

Het basisprincipe betreffende deze kwestie is de volgende overlevering die verhaald is door Aboe Daawoed en an-Nasaa’ie, van Ibn cOmar die zei: “Ik was gewoon om kamelen te verkopen in al-Baqiec, en ik zou ze verkopen voor dinars en nam dirhams, en ik zou ze verkopen voor dirhams en nam dinars. Ik vroeg de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) daarover en hij zei: “Er is niets mis met het nemen van de dagwaarde, zolang jullie niet uit elkaar gaan terwijl er nog iets betaald moet worden.”

(Sahieh verklaard door Imam an-Nawawie, Ibn ul-Qayyim en Ahmad.
Dacief verklaard door Sheikh al-Albaanie)

De overlevering is in overeenstemming met de principes van de Shariecah over het kopen en verkopen, en over Ribaa (woekerrente). Vandaar dat de geleerden het hebben aangenomen. Zie ash-Sharh ul-Moemtic, boekdeel 8, blz. 305.

De permanente Commissie voor het geven van Fataawa werd gevraagd over een man die een lening aanging in Franse valuta. Op het moment dat hij de lening wilde terugbetalen, vroeg de geldschieter hem om het te betalen in Algerijnse valuta. Is dit toegestaan?

De Commissie antwoordde: “Het is toegestaan om het af te betalen in Algerijnse valuta tot dezelfde waarde als de Franse munteenheid, of in de tegenwaarde van Algerijnse valuta tegen de wisselkoers op de dag waarop het is afbetaald. Dit op voorwaarde dat het wordt afbetaald vóórdat hun wegen scheiden.”

(Fataawa al-Ladjnat ud-Daa’imah, boekdeel 14, blz. 143)

En Allah weet het het beste.