Het imiteren van de ongelovigen

Vraag:

De Profeet (vrede zij met hem) spreekt in een overlevering over het verbod op het imiteren van de ongelovigen. Wat wordt hiermee bedoeld?

Antwoord:

Hiervan is slechts sprake als een moslim iets doet dat als karakteristiek kan worden beschouwd voor de ongelovigen. Hierbij kan men denken aan het dragen van religieuze symbolen, zoals een joods keppeltje of een christelijk kruis. Dit verbod geldt dus niet voor zaken die gangbaar zijn geworden onder de moslims en de ongelovigen. Zo wordt het dragen van bijvoorbeeld een broek tegenwoordig niet gezien als het imiteren van de ongelovigen, omdat het dragen van een broek vandaag de dag wijdverspreid is onder de moslims en de ongelovigen.

Imam ibn Hadjar zegt het volgende hierover: “Een aantal van de vrome voorgangers verbood het dragen van een mantel, omdat dit werd gedragen door de monniken. Toen Imam Maalik hierover werd gevraagd, zei hij: “Hier is niets mis mee.” Waarop er tegen hem werd gezegd: “Dit behoort tot de kleding van de christenen.” Hij zei daarop: “Hier wordt het ook gedragen (door de moslims).”

(Fath ul-Baarie, boekdeel 10, blz. 272)