Het zeggen van SadaqAllaah ul-'Adhiem

Vraag:

Regelmatig hoor ik dat het zeggen van ‘SadaqAllaah ul-'Adhiem’ (Allah de Verhevene heeft de waarheid gesproken) na het lezen van de Koran een religieuze innovatie (Bid'ah) is. Anderen zeggen weer dat dit is toegestaan en halen hiervoor het volgende vers als bewijs aan (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: “Allah heeft de waarheid gesproken; volg daarom de godsdienst van Ibraahiem, de oprechte, hij behoorde niet tot de afgodendienaren.”

(Soerat Aali 'Imraan: 95)

Enkele geleerden zeggen dat de Profeet (vrede zij met hem), wanneer hij iemand wilde onderbreken die de Koran reciteerde, dan zei: “Genoeg” en hij zei niet: “SadaqAllaah ul-'Adhiem”.

Mijn vraag is: Is het zeggen van ‘SadaqAllaah ul-'Adhiem’ toegestaan wanneer je klaar bent met het reciteren van de Koran? Zou u mij dit alstublieft kunnen uitleggen?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

De gewoonte om SadaqAllaah ul-'Adhiem te zeggen na recitatie van de Koran, is naar ons weten nergens op gegrond. En men dient hier geen gewoonte van te maken. Het is volgens het principe van de islamitische wetgeving inderdaad een Bid'ah (religieuze innovatie) indien dit wordt gezien als een Soennah. Dit is niet de bedoeling en het dient niet als een gewoonte te worden gezien.

Met betrekking tot het vers (interpretatie van de betekenis):

“Zeg (o Mohammed): Allah heeft de waarheid gesproken.”

(Soerat Aali 'Imraan: 95)

moet duidelijk gemaakt worden dat in dit vers niet gesproken wordt over deze kwestie. Allah gaf hier echter opdracht aan de Profeet om de mensen uit te leggen dat Allah de waarheid had gesproken in wat Hij had geopenbaard in de eerdere Boeken, (zoals) de Thora etc. Hij (de Verhevene) heeft de Waarheid gesproken in alles wat Hij tegen Zijn dienaren zei in de Thora, de Indjiel (Bijbel) en alle andere geopenbaarde Boeken. Hij (de Verhevene) sprak tevens de Waarheid in Zijn Boek, de Koran.

Dit is echter geen argument om te zeggen dat het aanbevolen is om dit (SadaqAllaah ul-'Adhiem) te zeggen na het reciteren van de Koran, een vers of een hoofdstuk (uit de Koran). Dit is niet overgeleverd en bekend van de Profeet (vrede zij met hem) en zijn metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn). Toen Ibn Mas'oed (de Koran) voor de Profeet reciteerde vanaf het begin van Soerat an-Nisaa' tot aan het (volgende) vers (interpretatie van de betekenis):

“Hoe (zal het zijn) dan, wanneer Wij uit elk volk een getuige brengen en Wij jou (o Mohammed)als getuige brengen over deze mensen?”

(Soerat an-Nisaa’: 41)

zei de Profeet (vrede zij met hem) tegen hem: “Dit is genoeg.” Ibn Mas'oed zei: “Ik keek hem aan en zag dat zijn ogen waren gevuld met tranen.” Hij (vrede zij met hem) huilde vanwege deze geweldige status (die de Profeet is toegekend) op de Dag der Opstanding en vermeld wordt in dit geweldige vers (interpretatie van de betekenis):

“Hoe (zal het zijn) dan, wanneer Wij uit elk volk een getuige brengen en Wij jou (o Mohammed)als getuige brengen over deze mensen?”

(Soerat an-Nisaa’: 41)

Dat wil zeggen (een getuige) over zijn Oemmah.

Het punt is dat er geen basis in de Islam is voor het uitspreken van de woorden ‘SadaqaAllaah ul-'Adhiem’ na het reciteren van de Koran. Het is juist voorgeschreven om dit te laten, in navolging van de Profeet (vrede zij met hem) en zijn metgezellen (moge Allah met hen allen tevreden zijn). Als men dit doet zonder bedoeling, dan is hier niets op tegen. Want Allah spreekt de Waarheid in elke zaak. Maar hier een gewoonte van maken, zoals vele mensen vandaag de dag doen, kent geen enkele grondslag (in de Islam), zoals we hierboven hebben vermeld.

Sheikh 'Abdoel-'Aziez bin Baaz
(Kitaab Madjmoe' Fataawa wa Maqaalaat Moetanawwicah, boekdeel 9, blz. 384)