Intentie uitspreken of niet?

Vraag:

Dient een moslim zijn intentie uit te spreken wanneer hij begint met een daad van aanbidding? Zoals het zeggen van: “Ik neem de intentie om de Woedoe’ te verrichten”, “Ik heb de intentie om te bidden”, “Ik neem de intentie om te vasten”, enzovoorts?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Sheikh ul-Islaam ibn Taymiyah werd gevraagd over het uitspreken van de intentie voordat men begint aan een daad van aanbidding: “Dienen wij de intentie verbaal uit te spreken, zoals het zeggen van: “Ik neem de intentie om te bidden” of “Ik heb de intentie om te vasten”?

De Sheikh antwoordde: “Alle lof zij Allah. De intentie om jezelf te reinigen middels de Woedoe’, Ghoesl of Tayammoem, of het verrichten van het gebed, het vasten, het uitgeven van de Zakaat, het offeren als boetedoening en andere daden van aanbidding, hoeft niet te worden uitgesproken in woorden. Dit volgens de consensus van de geleerden van de Islam. Volgens hen is de plaats van de intentie het hart. Wanneer iemand per ongeluk iets uitspreekt wat in strijd is met datgene wat zich in zijn hart bevindt, dan geldt dat wat zich in zijn hart bevindt en niet wat hij heeft uitgesproken.

Over deze zaak zijn geen meningsverschillen, op een aantal van de latere volgelingen van de Shaaficie wetschool na die dit hebben goedgekeurd. Sommige leiders van deze wetschool hebben echter wel gezegd dat dit verkeerd is. Wat betreft het meningsverschil onder de geleerden, of het aanbevolen is om de intentie uit te spreken, zijn hier twee opvattingen over. Sommige volgers van Imam Aboe Haniefah, Imam ash-Shaaficie en Imam Ahmad zeiden dat het is aanbevolen om de intentie uit te spreken om daarmee de daad te versterken. Een aantal volgelingen van Imam Maalik, Imam Ahmed en anderen zeiden dat het niet is aanbevolen om de intentie uit te spreken, omdat het een Bidcah (innovatie) is.

Het is niet overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) of zijn metgezellen dit deden of dat hij iemand van zijn gemeenschap opdroeg om de intentie uit te spreken. Dit is niet bekend onder de moslims. Als dit was voorgeschreven, dan hadden de Profeet (vrede zij met hem) en zijn metgezellen dit niet verwaarloosd. Aangezien het hier gaat om aanbidding en de gemeenschap zich hier dag en nacht mee bezighoudt.

En dit is de meest correcte mening. Het uitspreken van een intentie is namelijk irrationeel en een tekortkoming in de religieuze toewijding. Het gaat hier om een tekortkoming in de religieuze toewijding, omdat het een innovatie is. En het is een irrationele gedachte, omdat je de vergelijking kunt trekken met iemand die voedsel wil nuttigen en zegt: “Ik heb de intentie om mijn hand in dit bord te steken, een hap te nemen van het eten, het in mijn mond te stoppen en het te kauwen. Vervolgens slik ik het door en blijf ik eten totdat ik genoeg heb.” Dit is pure dwaasheid en onwetendheid.

De intentie is verbonden aan kennis. Wanneer iemand weet wat hij aan het doen is, dan heeft hij hier duidelijk een intentie voor genomen. Het kan niet zo zijn dat wanneer iemand weet wat hij wil doen, dat hij daarvoor geen intentie heeft genomen. De Imams zijn het erover eens dat het hardop uitspreken van de intentie en het herhalen ervan niet is voorgeschreven in de Islam. Degene die dit tot een gewoonte heeft gemaakt zal gedisciplineerd moeten worden. Ook moet hem verteld worden dat hij Allah, de Verhevene, niet moet aanbidden door het volgen van innovaties, en dat hij anderen niet moet storen door zijn stem te verheffen.

En Allah weet het het beste.”

al-Fataawa al-Koebra, boekdeel 1, blz. 214-215