Koran reciteren voor de overledene

Vraag:

Is het toegestaan om Soerat al-Faatihah of iets anders uit de Koran te reciteren voor de overledene bij een bezoek aan zijn graf? En zal dit hem baten?

Antwoord:

De Profeet (vrede zij met hem) was gewoon om graven te bezoeken. Hij verrichtte dan smeekbeden voor de overledene. Deze smeekbeden onderwees hij vervolgens aan zijn metgezellen. Een voorbeeld hiervan is de volgende: “As-Salaamoe calaykoem Ahl ad-Diyaar min al-Moe’minien wal-Moeslimien. Wa innaa inshaa’Allaahoe bikoem Laahiqoen. Nas’alAllaaha lana wa lakoem ul-cAafiyah.”

(Vrede zij met jullie, bewoners van deze verblijfplaats, vanonder de gelovigen en de moslims. Met Allahs Wil zullen wij met jullie herenigd worden. Wij vragen Allah om ons en jullie veiligheid te schenken).”

Wij treffen geen overleveringen aan dat hij (vrede zij met hem) een Soerah van de Koran of verzen daarvan reciteerde voor de doden. Dit terwijl hij hen vaak bezocht. Was dit geoorloofd, dan zou hij het hebben gedaan en vervolgens aan Zijn metgezellen hebben onderwezen. Hij (vrede zij met hem) wenste namelijk de beloning, uit barmhartigheid voor zijn Oemmah, en om te voldoen aan de verplichting van het overbrengen van de Boodschap. Want hij was zoals Allah hem beschreef (interpretatie van de betekenis):

“Voorzeker, er is een Boodschapper tot jullie gekomen uit jullie midden. Zwaar voor hem is jullie lijden, vurig wenst hij het goede voor jullie, voor de gelovigen is hij liefdevol en barmhartig.”

(Soerat at-Tawbah: 128)

Het feit dat hij dit niet heeft gedaan - ook al kon hij dit - geeft aan dat het niet voorgeschreven is. Zijn metgezellen waren hiervan op de hoogte en traden in zijn voetsporen. Zij beperkten zich echter tot het trekken van lering en het verrichten van smeekbeden voor de doden wanneer zij deze bezochten. Het staat nergens vermeld dat zij voor hen uit de Koran reciteerden. Dit zagen zij dan ook als een innovatie. En de Profeet heeft gezegd: “Wie iets toevoegt aan deze zaak van ons (de Islam) wat hiertoe niet behoort; het zal verworpen worden.”

(al-Boekhaari en Moeslim)

Permanente Commissie voor het geven van Fataawaa
(Fataawaa al-Ladjnat ud-Daa’imah, boekdeel 9, blz. 38)