De dood vrezen

Vraag:

Dient de gelovige niet bang te zijn voor de dood? En als hij daar wel bang voor is, betekent dat dan dat hij Allah niet wil ontmoeten?

Antwoord:

De gelovigen moeten Allah vrezen en hun hoop op Hem stellen. Allah, de Verhevene, zegt in Zijn Heilige Boek (interpretatie van de betekenis):

“…Wees daarom niet bang voor hen, wees bang voor Mij, indien jullie gelovigen zijn.”

(Soerat Aali cImraan: 175)

“…Vrees daarom niet de mensen maar vrees Mij…”

(Soerat al-Maa’idah: 44)

“…En vrees daarom alleen Mij.”

(Soerat al-Baqarah: 40)

“Voorwaar, degenen die geloven en degenen die uitgeweken zijn en strijden op de Weg van Allah, zij zijn degenen die hopen op de Barmhartigheid van Allah…”

(Soerat al-Baqarah: 218)

“…Wie dan hoopt op de Ontmoeting met zijn Heer: laat hem goede daden verrichten en laat hem bij de aanbidding van Zijn Heer niet één deelgenoot toekennen.”

(Soerat al-Kahf: 110)

En er zijn vele soortgelijke verzen. Het is voor de gelovige man of vrouw niet toegestaan om te wanhopen aan de Genade van Allah, of om zich veilig te voelen tegen het Plan van Allah. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: “O mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoop niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige.”

(Soerat az-Zoemar: 53)

“…en wanhoop niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, niemand wanhoopt aan de Genade van Allah, behalve het ongelovige volk.”

(Soerat Yoesoef: 87)

“Voelen zij zich soms veilig voor het Plan van Allah? Niemand voelt zich veilig voor het Plan van Allah, behalve het verliezende volk.”

(Soerat al-Acraaf: 99)

Alle moslims, zowel mannen als vrouwen, dienen zich voor te bereiden op de dood en ervoor te zorgen dat zij niet achteloos worden. Dit vanwege de aangehaalde verzen en door wat is overgeleverd van de Profeet (vrede zij met hem) die zei: “Gedenk veelvuldig de vernietiger van de geneugten: de dood.”

Het achteloos zijn met betrekking tot de dood en je hier niet op voorbereiden, behoren tot de oorzaken van een slecht einde. Het is bewezen dat cAa’ishah zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie ervan houdt Allah te ontmoeten, Allah houdt ervan om hem te ontmoeten, en wie een hekel heeft Allah te ontmoeten, Allah heeft een hekel om hem te ontmoeten.” Ik zei: “O Profeet van Allah, we hebben allemaal een hekel aan de dood?” Hij zei:“Het is niet zo, maar wanneer de gelovige blijde tijdingen krijgt van Allah’s Welbehagen, Genade en Paradijs, houdt hij ervan Allah te ontmoeten en Allah houdt ervan om hem te ontmoeten. Maar wanneer de ongelovige het slechte nieuws krijgt van de Bestraffing van Allah en Zijn Toorn, dan heeft hij een hekel aan de Ontmoeting met Allah en Allah heeft een hekel om hem te ontmoeten.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Deze overlevering geeft aan dat er niets mis is met afkeer van of angst voor de dood. En dat betekent dus niet dat een persoon Allah niet wil ontmoeten. Want wanneer de gelovige een afkeer heeft van de dood of hier bang voor is, dan wil hij meer daden van gehoorzaamheid aan Allah verrichten en meer doen om zich voor te bereiden op de ontmoeting met Hem. Hetzelfde geldt wanneer de gelovige vrouw de dood vreest en niet wil dat het haar overkomt. Dit doet zij alleen in de hoop dat ze meer daden van gehoorzaamheid kan verrichten en zich kan voorbereiden op de ontmoeting met haar Heer.

Sheikh cAbdoel-cAziez ibn cAbdillaah ibn Baaz
(Madjmoec ul-Fataawa, boekdeel 6, blz. 313-314)