Angst voor de dood

Vraag:

Ik denk vaak aan de dood en ben dan erg bang. Ik droom dat ik overleden ben en word bang wakker. Moge Allah u belonen met het goede.

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Angst voor de dood is een gevoel dat invloed heeft op de meeste mensen. Allah heeft de mens op een wijze geschapen dat hij van het leven houdt en het onbekende vreest. Hij heeft de dood een onderdeel gemaakt van de wereld van het ongeziene die niet volledig kan worden begrepen, behalve door degene die het betreedt. Als een persoon erover denkt dan kan hij niets anders dan gevoelens van eenzaamheid en vrees of angst voelen over die onbekende toekomst.

Dit is in het algemeen de natuurlijke verklaring voor de angst van een persoon voor de dood.

Maar de gelovige die zich onderwerpt aan de Wil en Voorbeschikking van Allah en in wiens hart liefde voor Allah is ingeprent en positief over Allah denkt, realiseert zich dat hij door zijn dood terugkeert naar een Vrijgevige Heer en Barmhartige God. Deze zal hem belonen met goede zaken voor de goede daden. En Hij zal hem vergeven voor zijn slechte daden vanwege Zijn Genade en Vergeving. Dit is slechts voor de gelovige die zijn vertrouwen in Allah stelt en wiens hart nederig voor Hem, de Aanvaarder van berouw, is. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

Weet dat de Awliyaa’ van Allah waarlijk vrees noch treurnis zullen kennen. Degenen die geloofden en (Allah) vreesden. Voor hen zijn er verheugende Tijdingen in het wereldse leven en in het Hiernamaals. De Woorden (d.w.z. de Beloften) van Allah zijn niet te veranderen. Dat is de grandioze Overwinning.”

(Soerat Yoenoes: 62-64)

Al-Haafidh Ibn Kathier (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Hier vertelt Allah ons dat Zijn nabije vrienden diegenen zijn die geloven en godsvruchtig zijn, zoals hun Heer hen (in het vers) beschrijft. Dus iedereen die godsvruchtig is, is een vriend van Allah. Dat zij geen “vrees” zullen kennen, heeft betrekking op wat zij zullen tegenkomen aan verschrikkingen van de Dag des Oordeels. En “treurnis” duidt op datgene wat zij achter hebben gelaten in deze wereld.”

(Tafsier ul-Qoer’aan il-'Adhiem, boekdeel 4, blz. 278)

Dit is hoe je zou moeten zijn. We moeten allemaal streven om Awliyaa’van Allah te zijn, zodat wij Zijn Liefde en Tevredenheid verkrijgen. En zodat Zijn Liefde het mooiste zal zijn wat onze harten bevat. Zo zal de dood niets anders zijn dan een verplaatsing om onder de zorg te komen van de Meest Genereuze, de Genadevolle. Moge Hij verheerlijkt zijn. Een bevrijding van de beperkingen en ketenen van deze wereld naar de uitgestrektheid en genietingen van het Hiernamaals.

Het is overgeleverd van Aboe Qataadah ibn Rib'iy dat een begrafenisstoet de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) passeerde en hij zei: “Een bevrijd persoon en een persoon vanwege wie bevrijding wordt ervaren.” Zij zeiden: “O Boodschapper van Allah, wie zijn degenen die bevrijd zijn wie zijn degenen vanwege wie bevrijding wordt ervaren?” Hij zei: “De gelovige persoon is bevrijd van de problemen van deze wereld. En de mensen, het land, de bomen en de dieren ervaren bevrijding van de slechte persoon.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Het is overgeleverd van cOebaadah ibn us-Saamit dat de Profeet van Allah (vrede zij met hem) zei: “Wie ervan houdt om Allah te ontmoeten, Allah houdt ervan om hem te ontmoeten. En wie het haat om Allah te ontmoeten, Allah haat het om hem te ontmoeten.” cAa’ishah of één van zijn vrouwen zei: “We haten de dood.” Hij zei:“Zo is het niet. Wanneer de gelovige aan het sterven is, wordt hij verheugd met Allahs Tevredenheid en Edelmoedigheid. En niets is hem dierbaarder dan datgene wat voor hem is. En hij houdt ervan om Allah te ontmoeten en Allah houdt ervan om hem te ontmoeten. Maar wanneer een ongelovige aan het sterven is, krijgt hij het slechte nieuws van de Bestraffing van Allah en Zijn Toorn. En niets is bij hem meer gehaat dan datgene wat voor hem is. En hij heeft een hekel aan de Ontmoeting met Allah en Allah heeft een hekel aan de ontmoeting met hem.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Deze afkeer van de dood is een natuurlijke afkeer die voortkomt uit een gevoel van weerzin, en is moeilijk te verdragen. Het komt ongetwijfeld bij iedereen voor, behalve bij degene die Allah zegent met liefde voor Hem en die zich de schoonheid van de Nabijheid van Allah realiseert. Deze liefde van een persoon voor Allah overweldigt hem. En wanneer zijn tijd komt om deze wereld te verlaten, zal hij de dood en haar kwellingen toespreken en zeggen, zoals Moecaadh (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “Een geliefde is gekomen op een moment dat het meest nodig is. En degene die vandaag ergens spijt van heeft, zal nooit welslagen. Neem dus mijn ziel zoals U wilt (o Allah), want (ik zweer) bij U, mijn hart houdt van U.”

(al-Moefhim, boekdeel 2, blz. 644)

Als deze betekenis gevestigd is in jouw hart en ziel en jij goede daden hebt verricht ter voorbereiding voor de dag van jouw vertrek uit dit tijdelijke leven, dan zal de dood jou niet schaden, met de Wil van Allah. Jouw angst voor de dood zal niets anders dan een reden voor jou zijn om het goede te doen en je naar Allah te wenden. (Het zal) geen reden zijn voor onheil, angst, paniek of frustratie.

Sheikh Bin Baaz (moge Allah hem vergeven) werd de volgende vraag gesteld: “Dient de gelovige niet bang te zijn voor de dood? En als hij daar wel bang voor is, betekent dat dan dat hij Allah niet wil ontmoeten?”

Hij antwoordde: “De gelovigen moeten Allah vrezen en hun hoop op Hem stellen. Allah, de Verhevene, zegt in Zijn heilige Boek (interpretatie van de betekenis):

“…dus vrees hen niet, maar vrees Mij als jullie gelovigen zijn.”

(Soerat Aali 'Imraan: 175)

“…Vrees daarom niet de mensen maar vrees Mij…”

(Soerat al-Maa’idah: 44)

“…En vrees alleen Mij.”

(Soerat al-Baqarah: 40)

Voorwaar, degenen die geloven en degenen die geëmigreerd zijn en die gestreden hebben op de Weg van Allah, zij hopen (allemaal) op de Genade van Allah…”

(Soerat al-Baqarah: 218)

“…Dus wie op de Ontmoeting met zijn Heer hoopt, laat hem goede daden verrichten en geen enkele deelgenoot toekennen in de aanbidding van zijn Heer.”

(Soerat al-Kahf: 110)

En er zijn vele soortgelijke verzen. Het is voor de gelovige man of vrouw niet toegestaan om te wanhopen aan de Genade van Allah. Of om zich veilig te voelen tegen het Plan van Allah. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

Zeg: “O Mijn dienaren die buitensporig zijn geweest tegenover zichzelf (door het begaan van zonden), wanhoop niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Waarlijk, Hij is de Meest Vergevingsgezinde, de Meest Genadevolle.

(Soerat az-Zoemar: 53)

“…en wanhoop niet aan de Verlossing van Allah. Waarlijk, niemand wanhoopt aan de Verlossing van Allah, behalve het ongelovige volk.”

(Soerat Yoesoef: 87)

Dachten zij dan veilig te zijn voor het Plan van Allah? Niemand voelt zich veilig voor het Plan van Allah, behalve het verloren volk.”

(Soerat al-A'raaf: 99)

Alle moslims, zowel mannen als vrouwen, dienen zich voor te bereiden op de dood en ervoor te zorgen dat zij niet achteloos worden. Dit vanwege de aangehaalde verzen en door wat is overgeleverd van de Profeet (vrede zij met hem) die zei: “Gedenk veelvuldig de vernietiger van de geneugten: de dood.”

Het achteloos zijn met betrekking tot de dood en je hier niet op voorbereiden, behoren tot de oorzaken van een slecht einde. Het is bewezen dat 'Aa’ishah zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)heeft gezegd: “Wie ervan houdt Allah te ontmoeten, Allah houdt ervan om hem te ontmoeten, en wie een hekel heeft Allah te ontmoeten, Allah heeft een hekel om hem te ontmoeten.” Ik zei: “O Profeet van Allah, we hebben allemaal een hekel aan de dood?” Hij zei:“Het is niet zo, maar wanneer de gelovige blijde tijdingen krijgt van Allahs Welbehagen, Genade en Paradijs, dan houdt hij ervan Allah te ontmoeten en Allah houdt ervan om hem te ontmoeten. Maar wanneer de ongelovige het slechte nieuws krijgt van de Bestraffing van Allah en Zijn Toorn, dan heeft hij een hekel aan de Ontmoeting met Allah en Allah heeft een hekel om hem te ontmoeten.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

Deze overlevering geeft aan dat er niets mis is met afkeer van of angst voor de dood. En dat betekent dus niet dat een persoon Allah niet wil ontmoeten. Want wanneer de gelovige een afkeer heeft van de dood of hier bang voor is, dan wil hij meer daden van gehoorzaamheid aan Allah verrichten en meer doen om zich voor te bereiden op de ontmoeting met Hem. Hetzelfde geldt wanneer de gelovige vrouw de dood vreest en niet wil dat het haar overkomt. Dit doet zij alleen in de hoop dat ze meer daden van gehoorzaamheid kan verrichten en zich kan voorbereiden op de ontmoeting met haar Heer.

Sheikh 'Abdoel-'Aziez ibn 'Abdillaah ibn Baaz

(Madjmoe'ul-Fataawa, boekdeel 6, blz. 313-314)

En Allah weet het beste.