Zij spreken de waarheid, maar belanden in de Hel

Alle lof zij Allah.

Opgemerkt moet worden dat waarachtigheid een middel van verlossing is in deze wereld en in het Hiernamaals, en dat liegen een oorzaak is van de ondergang.

Er is overgeleverd dat cAbdoellaah Ibn Mas'oed zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei:“Wees oprecht, want oprechtheid leidt naar goedheid en goedheid leidt naar het Paradijs. En een man blijft de waarheid spreken en streven naar oprechtheid, totdat hij bij Allah als een waarheidsgetrouwe wordt geregistreerd. En pas op voor het liegen, want liegen leidt naar zedeloosheid en zedeloosheid leidt naar de Hel. En een man blijft leugens vertellen en streven naar het liegen, totdat hij bij Allah als een leugenaar wordt geregistreerd.”

(al-Boekhaarie en Moeslim)

De mensen waar echter naar verwezen wordt in de vraagstelling zijn de joden en de christenen. De joden zeiden dat de christenen nergens op terug kunnen vallen. Zij vertelden de waarheid maar belanden in de Hel. En de christenen zeiden dat de joden nergens op kunnen terugvallen. Ook zij vertelden de waarheid, maar belanden in de Hel.

Zij verhaalden dit van de Soefie Aboe Yazied al-Bastaamie, in het bekende verhaal waarin een aantal van de christenen hem deze vraag stelde. Waarna hij hen dit antwoord gaf. En hij haalde als bewijs het vers aan waarin Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“En de joden zeiden dat de christenen nergens op kunnen terugvallen. En de christenen zeiden dat de joden nergens op kunnen terugvallen, terwijl zij (beiden) het Boek voordragen. Dergelijke woorden spraken degenen die niet weten (d.w.z. de ongelovigen) ook uit. Allah zal op de Dag der Opstanding tussen hen oordelen over datgene waarover zij (van mening)verschilden.”

(Soerat al-Baqarah: 113)

Het kan ook gezegd worden dat dit van toepassing is op de ongelovigen waarover Allah, de Verhevene, zei (interpretatie van de betekenis):

“En als jij hen vraagt: “Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?”, dan zeggen zij zeker: “Allah (heeft deze geschapen).”

(Soerat az-Zoemar: 38)

En (interpretatie van de betekenis):

“Zeg: “In Wiens Hand is de Heerschappij over alle zaken, en Hij beschermt (alles), terwijl er tegen Hem geen beschermer is? Als jullie (het maar) weten.” Zij zullen zeggen: “Aan Allah(behoort al datgene toe).” Zeg: “Dus hoe kunnen jullie zo misleid zijn (van Zijn aanbidding)?”

(Soerat al-Moe’minoen: 88-89)

En er zijn veel soortgelijke voorbeelden. Sommige van de ongelovigen kunnen de waarheid spreken in bepaalde dingen die ze zeggen, maar zij zullen de Hel binnentreden vanwege hun ongeloof, en dus niet vanwege de waarheid die zij spreken.

Wat ook het geval is, het is niet gepast om zoiets dergelijks te zeggen. Want het kan zijn dat sommige mensen daaruit begrijpen dat deze mensen de Hel zullen binnentreden vanwege de waarheid die zij spreken. Maar dit is ongetwijfeld verkeerd. Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“Allah zal zeggen: “Dit is een Dag waarop de waarachtigen baat zullen ondervinden van hun waarachtigheid. Voor hen zijn er Tuinen waaronder rivieren stromen, voor eeuwig en voor altijd (vertoeven zij) daarin. Allah is tevreden met hen, en zij zijn tevreden met Hem. Dat is de grandioze Overwinning.”

(Soerat al-Maa’idah: 119)

Islamqa