Is de emigratie verplicht?

Vraag:

Wat zijn de voorwaarden voor het verrichten van de emigratie (hidjrah) binnen de Islam en wat wordt er met de volgende overlevering bedoeld: “Aanbidding in tijden van rampspoeden is als een emigratie naar mij?” 

(Ahmad en Moeslim)


Antwoord:

Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Boodschapper.

De hidjrah is het verlaten van het land van ongeloof naar het land van Islam en dit is verplicht. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Voorwaar, (tot) degenen waarvan de zielen door de engelen worden meegenomen, en die zichzelf onrecht aandeden, zeggen zij: ,,In wat voor toestand waren jullie (toen jullie stierven)?” Zij zeggen: ,,Wij waren de onderdrukten op aarde.” Zij (de engelen) zeggen: ,,Was de aarde van Allah niet (zo) uitgestrekt dat jullie daarop hadden kunnen uitwijken?” Zij zijn degenen wiens verblijfplaats de Hel is. En het is de slechtste bestemming!” 

(Soerat an-Nisaa': 97)


Ibn Kathier legt dit vers als volgt uit: “Dit edele vers is algemeen van aard voor eenieder die zich tussen de veelgodenaanbidders bevindt en tot emigratie in staat is en zijn geloof daar niet kan belijden. Hij doet zichzelf onrecht aan door daar te blijven en begaat volgens de consensus van de geleerden een verboden zaak.”

De uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Aanbidding in tijden van rampspoeden is als een emigratie naar mij.”, duidt op de deugd van het aanbidden van Allah alleen in tijden van rampspoed en oorlogen en de beloning hiervoor staat gelijk aan de beloning van het emigreren naar de Profeet (vrede zij met hem). Hiermee verwijzende naar de hidjrah van Mekka (vóórdat deze veroverd werd) naar Medina. Deze overlevering duidt dus niet op het feit dat de plicht van de hidjrah is komen te vervallen voor degenen die de mogelijkheid hebben het land van ongeloof te verlaten, indien zij niet in staat zijn tussen de ongelovigen hun geloof te belijden.

En tot Allah behoort het succes. Vrede en zegeningen zij met de Profeet (vrede zij met hem), zijn familie en zijn metgezellen.

Permanente Commissie voor het geven van Fataawaa
Fataawaa cOelamaa' il-Balad, blz. 1027