Is de Islam onrechtvaardig tegen de vrouw?

Vraag:

De vijanden van de Islam hebben een aantal zaken bedacht en beraamt. Zij beweren namelijk dat de Islam onrechtvaardig is tegenover de vrouw en haar haar rechten heeft afgenomen binnen de samenleving. Ook beweren zij dat de Islam haar thuis heeft laten zitten en daarmee dus de helft van samenleving buiten werking heeft gesteld. Wat is uw reactie op deze zaak en op deze misvattingen?

Antwoord:

Alle lof zij Allah.

Mijn reactie hierop is dat deze uitspraak alleen afkomstig kan zijn van iemand die geen weet heeft van de islamitische wetgeving, de Islam en de rechten van de vrouw. Verder is deze persoon blijkbaar onder de indruk van de gedragsnormen van de vijanden van Allah en hun valse methodiek.

De Islam heeft - alle lof zij Allah - de vrouw geen tekort gedaan wat betreft haar rechten. De Islam is een religie van wijsheid en kent iedereen de positie toe die bij hem of bij haar hoort. Het werk van de vrouw is gericht op het huishouden. Door thuis te blijven en zich te richten op haar man, de opvoeding van haar kinderen en huishoudelijke taken vervult de vrouw precies dat soort werk dat bij haar past.

De man heeft weer een eigen taak, namelijk het zoeken naar levensonderhoud en het dienen van de gemeenschap. Wanneer de vrouw thuis blijft, dan handelt zij daarmee in haar eigen voordeel en dat van haar man en kinderen. Hiermee vervult zij nogmaals de taak die bij haar past. Ook blijft zij hierdoor ongeschonden en op afstand van de verdorvenheden die op de loer liggen als zij naar buiten zou gaan om de mannen te beconcurreren in het werk.

Het samenwerken van de vrouw met mannen heeft ook nadelen voor de man zelf. De man voelt zich van nature seksueel aangetrokken tot de vrouw. Wanneer de vrouw dan met hem samenwerkt, zal hij ook (in gedachten) met haar bezig zijn. Vooral als het een jonge, mooie vrouw betreft. Hierdoor zal hij zijn werk kunnen verwaarlozen of niet goed genoeg verrichten. En wie een blik werpt op de toestand van de moslims in hun glorietijden, ziet gelijk hoe zuinig en beschermend de mannen waren ten opzichte van hun vrouwen en hoe zij hun werk uitmuntend deden.

Sheikh Mohammed ibn Saalih al-cOethaymien
(Alfaadh wa Mafaahiem fie Mizaan ish-Shariecah, blz. 72-73)